Universiteit niet beter door keuring

De nieuwe keuring van universiteiten en hogescholen werkt niet. Er wordt nog steeds vooral papier verschoven.

Het leek zo’n goed idee. In 2011 werd een nieuw systeem ingevoerd om de kwaliteit van opleidingen in het hoger onderwijs te controleren. Het principe: als de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) vaststelde dat een universiteit of hogeschool de kwaliteitszorg op orde had, zouden de individuele opleidingen daarna minder intensief gecontroleerd worden. Daardoor zouden ze minder tijd kwijt zijn aan de visitaties én zou het onderwijs beter worden.

De Universiteit Leiden concludeert nu dat van deze voornemens niets terecht is gekomen. De nieuwe keuring kost de opleidingen veel tijd en het onderwijs verbetert niet. Vice-rector Simone Buitendijk: „We hebben uitgebreid onderzoek gedaan, bij opleidingen die niet zo goed werden beoordeeld, maar ook bij opleidingen die het heel goed deden. Daaruit kwam een coherent en consistent beeld naar voren: dit werkt niet. De onderwijsvisitaties zijn nog steeds een enorme belasting voor de opleidingen.”

De Leidse Universiteit presenteert deze week op een conferentie een rapport met conclusies. Buitendijk denkt dat de bevindingen bij andere universiteiten bekend in de oren zullen klinken, ook al bleek uit eerder onderzoek – van de NVAO, de Inspectie van het Onderwijs en de Rekenkamer – dat het nieuwe accreditatiestelsel wel goed functioneert. „Voor dat onderzoek is vooral gesproken met bestuurders en is er nauwelijks gepraat met de docenten”, zegt ze. „Wij hebben dat wel uitgebreid gedaan, omdat docenten toch echt het beste zicht hebben op wat er bij zo’n visitatie gebeurt.”

In het nieuwe accreditatiestelsel worden opleidingen op minder categorieën beoordeeld dan voor 2011. Maar dat heeft er niet toe geleid dat er minder papier verschoven wordt, zegt Buitendijk. „Docenten zijn nog steeds veel tijd kwijt aan de visitaties. Vooral het rapport met daarin de zelfstudie van een opleiding vormt een zware belasting. Het is niet duidelijk wat er precies in die zelfstudie moet staan, dus daarom zetten opleidingen er maar zo veel mogelijk in, om zo de kans te vergroten dat de visitatiecommissie positief oordeelt. ”

De Leidse Universiteit wijst niet met de beschuldigende vinger naar de NVAO, zegt Buitendijk. „We dachten indertijd allemaal dat dit systeem beter zou zijn dan het oude. Maar het kost evenveel tijd en het onderwijs wordt er niet beter van.” En omdat een visitatiecommissie langskomt om een oordeel te vellen – en dat kan verstrekkende gevolgen hebben – kan er geen open gesprek op gang komen over hoe het onderwijs moet veranderen, vindt Buitendijk.

Ze stelt voor om het systeem van kwaliteitscontrole opnieuw op de schop te nemen. Zij wil dat alleen de universiteit als geheel door commissies van de NVAO wordt beoordeeld. „Als blijkt dat een instelling zelf in staat is om het niveau van het onderwijs te bewaken, hoeven de individuele opleidingen niet meer te worden bezocht.”

Kortom, geen frisse blik van pottenkijkers van buiten meer? Buitendijk: „Het is prima wanneer er externe controles plaatsvinden. Maar laten we het dan zo inrichten dat het om onaangekondigde controles gaat: verrassingsinspecties. Dat zorgt ervoor dat de opleidingen niet maanden bezig zijn om een visitatie voor te bereiden én dat je een beter beeld krijgt van hoe het er bij zo’n opleiding echt aan toegaat.”

Buitendijk hoopt dat de Haagse politiek bereid is het accreditatiesysteem nog eens tegen het licht te houden. „We leven in een low trust society,waar elk incident leidt tot het instellen van meer toezicht. Ik heb als onderzoeker veel met Jeugdzorg te maken gehad. Daar is het net zo als in het onderwijs. Politici zeggen vaak dat de verantwoordingsdruk moet verminderen. Laat ze de daad maar eens bij het woord voegen.”