Niet buitenspelen in de pauze

Er is vrijdag een verdachte opgepakt voor de aanslag in Brussel Dat het een radicale moslim is, getraind in Syrië, zet de Joodse gemeenschap in Nederland op scherp Er is geen reden te denken dat het hier wel veilig is

Stills van propagandafilmpjes op Youtube van de islamitische terreurorganisatie Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL). De 29-jarige terreurverdachte Nemmouche maakte waarschijnlijk deel uit van een brigade van ISIL.
Stills van propagandafilmpjes op Youtube van de islamitische terreurorganisatie Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL). De 29-jarige terreurverdachte Nemmouche maakte waarschijnlijk deel uit van een brigade van ISIL.

Een week geleden kregen de leerlingen van het Maimonides in Amsterdam op school te horen dat ze tijdens de pauzes in het gebouw moesten blijven en dat ze niet, zoals ze gewend zijn, even naar de winkels in de buurt mochten lopen. Dat was op maandag, de eerste schooldag na de aanslag op het Joods Museum in Brussel. Het Maimonides is een Joodse scholengemeenschap.

Vrijdag arresteerde de Franse politie een verdachte van de aanslag in Brussel waarbij drie mensen om het leven kwamen. De Fransman had het cameraatje bij zich waarmee hij de aanslag – vanaf zijn borst – had geprobeerd te filmen. Ook had hij wapens bij zich die de dader volgens de beelden van de beveiligingscamera ook had. Zijn Kalasjnikov had hij gerold in een vlag van de islamitische terreurorganisatie Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL). Hij had, zo maakte justitie in België gisteren bekend, vorig jaar in Syrië gestreden, waarschijnlijk in een van de brigades van de ISIL.

Het feit dat de verdachte van de moordaanslag op Joodse doelwitten een radicale moslim is, een jihadstrijder, heeft Joods Nederland op scherp gezet – voor zover het nog scherper kon na de schietpartij in Brussel. In gesprekken met verschillende zegslieden komen steeds dezelfde associaties naar voren. De aanslagen van 11 september 2001. De schietpartij door een Algerijnse Fransman bij een Joodse school in Toulouse in 2012. De moord op Theo van Gogh in 2004. Aanslagen met de bedoeling angst te zaaien. De grondtoon is vooral: er is geen reden om te denken dat Nederland veilig is voor moslimterrorisme met een antisemitische agenda. De radicale islam heeft geen nationale wortels en dus ook geen nationale begrenzing.

Dit weekend, voordat de arrestatie van de Franse verdachte bekend was gemaakt, zei de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid, Dick Schoof, tegen de NOS dat er steeds meer jihadstrijders uit Syrië terugkeren naar Nederland. Tot dusver was bekend dat er ruim honderd Nederlanders naar Syrië waren gegaan om een bijdrage te leveren aan de burgeroorlog daar. En dat er zo’n twintig weer naar Nederland waren teruggekeerd. Dat zijn er dus intussen alweer meer, zegt Schoof.

Desondanks hoeft volgens hem het dreigingsniveau in Nederland niet te worden verhoogd van ‘substantieel’, wat het sinds maart vorig jaar is, naar ‘kritiek’, het hoogste niveau. „Dan zouden we de verwachting moeten hebben dat er onmiddellijk een aanslag wordt gepleegd”, zei hij. Die verwachting is er dus niet.

Ruiten ingegooid

Monique Ooms staat in de winkel in zuurwaren die zij met haar man in Amsterdam-Zuid drijft. Zaterdag gesloten, zondags geopend. Geen beveiliger, wil ze ook niet. „Ik laat me niet voorschrijven hoe ik moet leven.” Ze wordt opstandig van het idee dat ze in elkaar zou moeten duiken voor bedreigingen. Dan krijgt ze de neiging om de Israëlische vlag aan de gevel te hangen.

Op de deur hangt een poster ter aankondiging van een puzzelrit eind deze maand, een evenement dat de Joodse vereniging Masorti jaarlijks organiseert. Als buurtkinderen dat soort affiches zien, roepen ze vaak „kankerjood” naar binnen. Twee jaar geleden zijn de ruiten van de winkel ingegooid. Dat was in de nacht van 9 op 10 november – de datum van de Kristallnacht, toen overal in nazi-Duitsland etalageruiten van Joodse winkels werden stukgegooid. Dat was geen toeval, zei de politie: in dezelfde Amsterdamse buurt waren nog een Joodse boekhandel en een koffietentje het doelwit van dezelfde vernielers geworden.

Ron van der Wieken, arts en vicevoorzitter van het Centraal Joods Overleg, vat de stemming zo samen: „Je kijkt nog eens extra goed om je heen.” Hij zat laatst te vergaderen in een Amsterdamse synagoge, toen iemand binnenliep en zei dat er een auto zonder nummerplaten bij het gebouw geparkeerd stond. „Dan bel je natuurlijk toch de politie even.”

„Dat is helaas onze realiteit”, zegt Esther Voet, directeur van lobby-organisatie CIDI. „Het gevaar is ook niet van nu.” Voor Joodse instellingen en organisaties is beveiliging een zaak van alledag. Vergelijk de omschrijvingen maar onder het kopje ‘veiligheid’ in de keuzegids voor het voortgezet onderwijs. Alle scholen pronken daar met hun pestprotocollen en hun veiligheidscoördinator. Het Maimonides schrijft simpelweg: „Er is bewaking aanwezig.” De school oogt als de Amerikaanse ambassade, zegt een van de ouders, als een vesting.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs zit in het bestuur van die andere Joodse school in Amsterdam, het Cheider. „Nog gevaarlijker”, zegt hij, want orthodoxer en dus „meer herkenbaar Joods”. Hij zegt dat ook het Cheider na de aanslag in Brussel de beveiligingsmaatregelen heeft verscherpt.

Door de achterdeur naar buiten

Hij is niet bang, zegt hij, maar wel bezorgd. Hij wordt, met zijn hoed en zijn baard, dagelijks uitgescholden op straat. „En niet alleen door moslims.” Hij prijst de politie in zijn woonplaats en zegt dat ze elke dag rond zijn met camera’s bewaakte huis patrouilleren, maar dat ze na de aanslag in Brussel nog een keertje extra langskwamen. Dat was ook de eerste keer dat hij bij zichzelf dacht: zal ik maar eens door de achterdeur het huis uitgaan?

Ook in Nederland zijn sinds ‘Brussel’ „zichtbare maatregelen” getroffen, zegt een woordvoerder van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD). Die maatregelen heten met nadruk „tijdelijk”, want er wordt al jaren in het parlement gediscussieerd over de vraag of de Joodse gemeenschap zelf voor zijn veiligheid moet betalen of dat de rijksoverheid haar tegemoet kan komen. De gemeente Amsterdam en stadsdeel Zuid subsidiëren de beveiliging wel – kosten circa 800.000 tot 1 miljoen euro.

Geen apart dreigingsniveau

De woordvoerder van de minister verwijst naar de antwoorden op Kamervragen, waarin de minister vorig jaar schreef: „Voor iedere burger, culturele, religieuze of onderwijsinstelling worden op gelijke wijze beveiligingsmaatregelen genomen op basis van dreiging en risico.” De woordvoerder vat samen: „Er is geen apart dreigingsniveau voor Joden.”

„Dat klopt”, zegt opperrabbijn Jacobs, „omdat de minister het dreigingsniveau bepaalt. Maar het is onbegrijpelijk dat hij doet alsof iedereen evenveel gevaar loopt. Je ziet toch dat het niet zo is.”

„Het was een Joodse school, het was een Joods museum”, zegt CIDI-directeur Voet. „Dat is niet voor niets. De Syriëstrijders zijn volgens haar een extra zorgelijk element bij de ‘normale’ antisemitische incidenten. „We volgen dit met argusogen.” Wat haar het meest zorgen baart, is dat de verdachte is aangehouden bij een routineuze drugscontrole en dat hij zich dus met zijn wapens vrij door Europa kon bewegen.