Bussemaker wil ‘interessanter’ beroepsonderwijs

Het middelbaar beroepsonderwijs moet innovatiever, kleinschaliger en meer op de regio gericht onderwijs aanbieden. Alleen zo blijft een mbo-opleiding voor jongeren interessant. Dat schrijft minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) vandaag aan de Tweede Kamer.

Het middelbaar beroepsonderwijs heeft een imagoprobleem. Veel jongeren, en hun ouders, geven de voorkeur aan een schoolcarrière die via de havo naar het hbo leidt. Dat is een probleem voor de Nederlandse economie, want die is voor een groot deel afhankelijk van goede vaklui, zegt Bussemaker. „Te veel goede vakmensen gaan voor de arbeidsmarkt verloren omdat studenten het beroepsonderwijs links laten liggen. Dat is gewoon talentverspilling en dat maakt onze economie onnodig kwetsbaar. Het leren van een vak is iets om trots op te zijn. Dat moet aantrekkelijker en zichtbaarder worden.”

Bussemaker overweegt daarom onder meer de verschillen tussen de vier mbo-niveaus duidelijker te maken door de naam te wijzigen. Niveau 1, dat opleidt tot eenvoudige beroepen, wordt een ‘entreeopleiding’. Niveau 2 en 3 zou in de toekomst middelbaar vakonderwijs gaan heten. Alleen niveau 4, dat toegang biedt tot het hbo, wordt straks nog middelbaar beroepsonderwijs genoemd.

Om mbo-studenten meer te laten werken met moderne materialen en technieken op school, stelt Bussemaker extra geld beschikbaar. Samen met een investering van het bedrijfsleven komt daardoor 300 miljoen euro beschikbaar voor innovatiever onderwijs dat studenten beter voorbereidt op de toekomstige praktijk.