‘Falstaff leert ons: een goede grap begraaft je ellende’ Deze Falstaff: ‘niet te kluchtig’, wel ‘precies’

De Italiaanse bariton Ambrogio Maestri brak door in Verdi’s Falstaff en zong die rol sindsdien 220 keer. Deze maand bij De Nationale Opera.

Ambrogio Maestri als Verdi’sFalstaff in de regie van Robert CarsenFoto De Nationale opera
Ambrogio Maestri als Verdi’sFalstaff in de regie van Robert CarsenFoto De Nationale opera

Hij lijkt een reïncarnatie van Rossini, zeggen sommigen. Een bariton uit duizenden, weten anderen. En hij is een geweldige kok, volgens familie, collega’s, vrienden en al wie hem soepel met risotto, saffraan en gebraden vogels zag jongleren op één van de vele hongerig makende kookfilmpjes op zijn site.

Behalve een in alle dimensies imponerend fysiek heeft de Italiaanse bariton Ambrogio Maestri (Pavia, 1970) een stem die moeiteloos lijkt te stromen. Krachtig, wellustig, ruim – een klinkende bon vivant. Met zo’n geluid ben je al snel de ideale vertolker van de rol van Sir John Falstaff in Verdi’s gelijknamige 28ste en laatste opera, over een ridder die – melancholisch terugkijkend op een leven vol ijdele inspanningen in naam der eer - leeft voor zintuiglijke genoegens en op weinig galante wijze vrouwen verleidt, tussen het gulzig eten en drinken door.

Falstaff lijkt een komische opera, maar is dat niet echt”, zegt Maestri in de kantine van de Nationale Opera. „Om te beginnen neemt hij zichzelf zeer serieus. De opera speelt tegen een achtergrond van opkomende bourgeoisie, maar ‘Sir’ John hecht nog zeer veel betekenis aan zijn eigen noblesse en denkt dat hij daarom ook aantrekkelijk is voor vrouwen. Dat maakt het leuk. Daaronder zit de melancholie van een man die zijn leven lang offers heeft gebracht en zich afvraagt: wat heeft het me nou allemaal gebracht? Hij is oud, alleen, berooid en omringd door burgers die rijk zijn gevallen met banale zaken als het verkopen van zijde. Maar zelfs dan is er slechts een glas rode wijn voor nodig om zijn levenslust te herstellen. Dat vind ik niet plat, dat vind ik wijs. Hij is verliefd op het leven. Ik ben zelf zo óók. Een gebraden kip vervult me met eenzelfde levensvreugde als de aanblik van mooie vrouwen of het drinken van goede wijn. We zijn Italianen, hè? Eten en drinken zijn.… filosofie. Traditie. Zeer belangrijk.”

Maestri groeide op in het restaurant van zijn ouders. Zingen deed hij vanaf zijn negende, totdat hij als tiener een tijdlang op niveau basketbalde. Restaurantbezoekers stimuleerden hem zijn zangstem toch verder te ontwikkelen. ,,Maar voordat ik zelf op het podium stond zei opera me weinig hoor”, zegt hij. ,,Ik ben het gaan waarderen door het te doen.”

Zo’n tweehonderdtwintig keer zong Maestri nu de titelrol in Falstaff, Verdi’s laatste opera. Moeizame producties zaten daar naar zijn smaak niet bij, wel lelijke. „Falstaff als gangster, Falstaff als bedelaar – ik heb het allemaal langs zien komen. Als de dramaturgie van het verhaal in tact blijft, mogen ze van mij. Deze productie van regisseur Robert Carsen is voor mijn postuur zwaar, want ik moet veel bewegen. Maar alle bewegingen slaan ergens op. En de enscenering maakt ook de gelaagdheid van het verhaal goed duidelijk. Falstaff is ook voor mij het interessantst als ik de lollige kant niet zwaar hoef aan te zetten. In Italië kan dat, hier hopelijk ook. In New York niet, daar moet ik voor een goed begrip net wat platter te werk gaan.”

De muzikale moeilijkheid zit hem vooral in de manier waarop de stem wordt ingezet, vindt Maestri. ,,Verdi heeft hoorbaar kennis genomen van Wagners muziekdrama’s en eist meer kracht in het middenregister en meer hoogte. Daar komt bij dat de sololijnen als het ware instrumentaal worden ingezet; ze zijn er niet om te ‘schitteren’, maar als onderdeel van één muzikaal geheel.” Dat maakt de rol van de dirigent, meer dan in vroege Verdi, cruciaal. ,,Alleen met een goede balans hoor je wat en meesterwerk het is. Maar wat dat betreft zitten we goed. Deze zelfde productie is met dezelfde cast en met dirigent Daniele Gatti eerder gegaan in Londen en Zürich, we zijn echt een team. En in Verdi is Gatti het nec plus ultra.”

Maestri wisselt het zingen van Falstaff af met andere hoogtepunten uit het Italiaanse repertoire. Nabucco, Rigoletto, Amonasro (Verdi), of Dulcamara in L’Elisir d’Amore. „Er zijn zoveel mooie Italiaanse rollen – ik kan me veroorloven lui te zijn”, zegt hij. „Ik ben wel vaak gevraagd voor Wagner. Mijn stem leent zich daarvoor uitstekkend. Maar ik spreek geen Duits, en dan moet je het niet doen. Dat zou geen diepgang hebben. Daarbij: ik ben dol op het Italiaanse operarepertoire. Het verveelt me nooit. Falstaff is Verdi’s testament: wees voorzichtig, je leven wordt een tragische grap als je het niet goed inricht. Maar een grote lach begraaft alle ellende.”