Het rendement en de groei van Thomas Piketty

Wordt ongelijkheid het grote thema van de eerstvolgende decennia? Dat is de vraag die, tijdelijk verdrongen door de financiële crisis, al een tijd in de lucht hangt. Globalisering, zo heet het, verkleint de ongelijkheid tussen landen, maar vergroot die binnen landen. De dynamiek van de open wereldeconomie draagt daaraan bij: laagwaardige arbeid kan eenvoudiger over de grens worden uitbesteed. De technologische revolutie maakt sommigen ongerust: worden ook banen van de middenklasse gerobotiseerd?

De financiële crisis zelf lijkt de westerse economie intussen op een lager groeipad te hebben neergezet. Dit ‘Nieuwe Normaal’ zou een langdurige periode inluiden van lage groei en lage inflatie. Het gangbare antwoord op al deze uitdagingen is tot nu toe een revitalisering van de markteconomie: een flexibeler arbeidsmarkt, méér concurrentie, minder overheid. Zorgen over toenemende economische ongelijkheid dreigen daardoor te worden versterkt.

De crisis heeft een sluimerende woede veroorzaakt bij het publiek, dat zag hoe de financiële sector in normale tijden zijn winsten zelf hield, maar nu het verlies afwentelde op de rest van de samenleving. Ook de mondiale zakenelite, begin dit jaar bijeen in Davos, bestempelde toenemende ongelijkheid als een van de vraagstukken van deze tijd. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid presenteert volgende week een studie naar ongelijkheid.

Er is dus nauwelijks een betere voedingsbodem denkbaar voor Capital in the Twenty-First Century, van de Franse econoom Thomas Piketty. Oorspronkelijk gepubliceerd in het Frans, werd het boek een wereldhit sinds het in Engelse vertaling uitkwam. De these van Piketty is in het kort als volgt: het rendement op vermogen is structureel hoger dan de economische groei. Dat betekent dat vermogen meer oplevert dan arbeid, zodat zich een natuurlijke concentratie van vermogen vormt bij een kleine, rijke klasse.

In de twintigste eeuw zorgden oorlog en crisis, alsmede een heersende politieke voorkeur voor herverdeling en een hoge economische groei na de wereldoorlogen, voor een tijdelijke omkering. De ongelijkheid nam daardoor af. Maar recentelijk herstelt de oude, ‘natuurlijke’ verhouding tussen rendement en economische groei zich. De ongelijkheid neemt nu toe, en verwacht mag worden dat dit proces zich in de huidige eeuw voortzet.

De mogelijke gevolgen voor de samenleving zijn groot: de meritocratie, waarbij maatschappelijk succes wordt behaald op basis van talent, inzet en verdienste, moet haar plaats afstaan aan de plutocratie. Piketty stelt dat de vermogensongelijkheid al vergelijkbaar wordt met die van vlak voor de Eerste Wereldoorlog.

Zijn boek leidt intussen tot verhitte discussies die, niet verrassend, vaak van ideologische aard zijn. Wat het betoog van de Franse econoom sterk maakt, is zijn uitgebreide en openbare verzameling van historische data. Er is tijd voor nodig om het debat over de kwaliteit en consistentie van deze gegevens te laten uitwoeden.

Problematischer is dat de centrale these van zijn boek in wezen een voorspelling is: deze eeuw zal het rendement op vermogen structureel hoger zijn dan de economische groei. Dat valt te bezien. Een nieuwe golf van technologische vernieuwing kan evengoed een periode van hernieuwde economische vitaliteit inluiden. En of vermogen wederom structureel meer zal opleveren, is de vraag: een vloed van besparingen door de nieuwe middenklassen en vergrijzende westerse landen kan dat rendement evengoed drukken.

Deze discussie zal tijd kosten. Het neemt niet weg dat de ongelijkheid inderdaad lijkt te zijn toegenomen en dat dit, als het proces doorgaat, om een antwoord vraagt. De iconische vorm die Piketty’s boek bezig is aan te nemen, onderstreept hoezeer het onderwerp leeft. Enerzijds is er het huidige wantrouwen in de zakelijke en politieke elite. Maar er is ook het vertrouwen dat een moderne economie zichzelf telkens weet te vernieuwen en welvaart voortbrengt. Hoe de prikkels te handhaven en hoe de vruchten te verdelen, is een van de grote vraagstukken van deze tijd. Piketty’s verdienste is, op zijn minst, dat hij dit onderwerp bovenaan de agenda heeft gezet en ieder er nu toe aanzet hier grondig over na te denken.

U weet, kortom, wat u te doen staat tijdens de zomervakantie.