Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Granaten in de voortuin

Motorclubs floreren in het grensgebied, waar dorpsbewoners wegkijken van hun illegale activiteiten. Tot de bendes ruzie krijgen. Hoe in een vredig Limburgs dorp de ene na de andere granaat ontploft.

Tekst Andreas Kouwenhoven en Freek Schravesande, foto’s Peter de Krom

De straat in Susteren met het huis van motorrijder Willy, die onlangs een handgranaat in de tuin kreeg. Nu is er camerabewaking. De afzetting houdt auto’s op afstand van Willy’s voortuin.
De straat in Susteren met het huis van motorrijder Willy, die onlangs een handgranaat in de tuin kreeg. Nu is er camerabewaking. De afzetting houdt auto’s op afstand van Willy’s voortuin.

Het achterzaaltje van dorpscafé de Tunnelbar is een multifunctionele ruimte. Op donderdagavond repeteert de schutterij er met dwarsfluiten en trommels. De vrijdagmiddagen zijn vaak voor het CDA, de zaterdagen voor de parkieten- en papegaaienvereniging, op zondagen houdt de postzegelvereniging er ruilbeurzen.

En op maandagavonden hielden ouders tot voor kort liever hun kinderen binnen. Dan reden bij de avondschemering tien tot twaalf mannen in leren jacks met motoren door de straat. Ze aten een patatje oorlog bij snackbar Ria en liepen daarna de Tunnelbar binnen. Tafels in het achterzaaltje werden in een u-vorm gezet en het zaaltje werd afgesloten met houten lamellen. Niemand mocht er in, ook de barvrouw niet. Drankjes haalden de mannen zelf wel. Een dienblad vol Bavaria met ernaast een Schrobbelèr – Tilburgs likeurtje.

Er is een plek in Limburg waar je binnen een uur van België naar Duitsland wandelt. Een ‘bijzonder stukje Nederland met uitgestrekte natuurgebieden’, volgens de toeristensite, ‘en dat op een breedte van slechts 4,8 kilometer’. Dit is Echt-Susteren, het smalste stukje Nederland. Hier is ‘het goede leven’ binnen handbereik, meldt de website: ‘pittoreske dorpjes, schitterende natuur, lekker eten, kunst en kerken’.

In deze gemeente (32.000 inwoners) zijn in de afgelopen drie maanden al drie aanslagen gepleegd. Rustige straatjes met in voortuinen keurig bijgeknipte buxus-struiken waar handgranaten vallen. In deze gemeente, waar de leeftijd van bewoners ruim boven het landelijk gemiddelde ligt, waar bewoners bij de dorpsbenzinepomp een broodje zoervleisj halen voor de lunch, waar je overdag alleen de duiven hoort roekoeën, hier klinken ’s nachts explosies.

Het begon ’s nachts op 16 maart, toen de buurt wakker schrok van een explosie bij een huis in Nieuwstadt, een van de tien kernen van Echt-Susteren. Er sneuvelden wat ruiten, opgesprongen kiezels doorboorden een paar rolluiken. Niet veel later zagen bewoners hun straat veranderen in „één groot blauw smurfendorp”, vol politieagenten. De granaat was gevallen in de voortuin van Harrie R., die enkele uren daarvoor een eigen chapter van motorclub Bandidos had opgericht, de eerste in Nederland.

De burgemeester van Echt-Susteren vreest dat de aanslagen het werk zijn van een een rivaliserende motorclub. De Hells Angels zeggen kort na de aanslag op het huis van Harrie zich geprovoceerd te voelen door de vestiging van de Bandidos in Nederland. Honderd Hells Angels rijden naar Limburg om een statement af te geven: dit gebied is van ons. De politie vreest voor een confrontatie met de Bandidos en roept uit het hele land ME’ers op. Drie dagen later wordt nog een aanslag gepleegd op het huis van Harrie R. Op 7 mei ontploft bij een ander Bandidos-lid een bom, een paar kilometer verderop. De Bandidos willen niet reageren op de aanslagen en de berichtgeving daarover, zegt de advocaat van Harrie, Gitte Stevens van HBS Advocaten.

Feestje

In Echt-Susteren kent iedereen elkaar. Dus Harrie R. kennen ze ook, die man met zijn motor die al 27 jaar in het dorp woont, en beslist geen kwaaie vent is. De pompbediende herinnert zich die keer dat Harrie een jongetje hielp dat bijna stikte in een groot zuurtje. Oudere bewoners kennen hem als een van de vier zoons van de oude bakker Piet. De zoons konden lastig zijn, maar zo waren er in het dorp wel meer. En op straat, weten buren, zegt Harrie je altijd gedag. Toen hij met zijn motorclub op het gemeenschappelijke grasveldje achter zijn huis een feestje gaf, kreeg iedere buur een briefje in de bus: ‘Ik heb een feestje en hoop dat jullie er begrip voor hebben. Het is maar voor één keer. Groetjes, Harrie’.

Maar je moet geen ruzie met hem krijgen, dat weten ze in het dorp óók. Harrie was vroeger lid van de Hells Angels en werd in 2004 verdacht van moord op drie clubgenoten. Justitie eiste levenslang maar het gerechtshof sprak hem vrij wegens gebrek aan bewijs. Hierna trok Harrie zijn motorjasje uit en legde zich toe op de hobby van zijn vader: grote papegaaien. De Hells Angels verruilde hij voor het lidmaatschap van de plaatselijke vogelvereniging.

De landsgrens van Nederland is geen muur. Wie ergens aan de 1.027 kilometer lange grens woont, leeft in de periferie. De grensbewoner hoort erbij maar ook weer niet. Hij is Nederlander als hij moet stemmen, Duitser als hij moet tanken, Belg als hij boodschappen doet.

Zo’n dubbele identiteit brengt een bepaalde eigenzinnigheid met zich mee, „vergelijkbaar met eilandbewoners”, zegt Enno de Witt, die als auteur van het boek De Grens de randen van Nederland opzocht. „‘Verderop zit Den Haag, wij leven hier volgens onze eigen regels’, is vaak de mentaliteit.” Veel piratenzenders zitten in grensgebieden, ganzen onthoofden is aan de grens nog een oude carnavalstraditie, in het Limburgse Siebengewald werd in 1996 de grootste hennepplantage ooit ontdekt, zeven hectare groot. Dorpsbewoners wisten al maanden dat de plantage bestond, iedereen hield zijn mond.

Echt-Susteren is zo’n typische grensgemeente. Hier mocht een politicus die ‘Sinterklaaswethouder’ werd genoemd omdat hij gemeentegeld naar eigen inzicht aan bevriende verenigingen uitdeelde, terugkeren in het college. Hier kijkt niemand in het café raar op als een driejarig jochie een glaasje bier krijgt van de kastelein. Hier schrik je niet als de bejaarde buurman een wietschuur in de achtertuin blijkt te hebben. In Echt-Susteren weet je wel alles van iedereen, maar zomaar de politie bellen doe je niet. „Met een ander bemoei je je niet”, zeggen bewoners.

No Surrender

Harrie heeft het steeds minder naar zijn zin bij de vogelvereniging. Waar hij vroeger praatjes kon maken over zijn papegaaien, zwakt het saamhorigheidsgevoel na 2012 wat af. Het bestuur van de vereniging is meer van de parkieten. Met grote papegaaien, dure vogels met een eigen verzorgingsprogramma, hebben ze minder affiniteit. Harrie voelt zich niet meer zo welkom en komt niet meer opdagen bij de vergaderingen. Begin 2013 stopt hij met het betalen van de contributie.

Kort na zijn vertrek bij de vogelvereniging, zien buren steeds vaker andere motoren bij zijn huis verschijnen. Daarna zien ze hem opeens met een jack van een motorclub aan. ‘No Surrender’ staat erop.

Er is veel veranderd in motorenland sinds Harrie in 2004 de Hells Angels verliet. Destijds heersten de Angels nog over de andere clubs. Zij waren baas van de Raad van Acht, een soort bestuur van de motorbendes dat erop toezag dat iedere club zijn eigen territorium had – en de Angels het grootste. Toen kwam er concurrentie van Satudarah. De Molukse motorclub ging steeds meer bikers trekken en ging contact aan met de Duitse Bandidos. Hier werden de Angels boos om. Over de hele wereld vechten de Bandidos en aartsvijand Hells Angels, internationaal opererende motorclubs, om de controle over territorium en over de drugshandel. In de jaren negentig leidde dat tot bloedige oorlogen in Canada, Denemarken, Noorwegen, Zweden en onlangs nog in Duitsland. Het patroon was steeds hetzelfde: waar de Hells Angels het voor het zeggen hadden, probeerden de Bandidos voet aan de grond te krijgen via een alliantie met een lokale motorclub. In Nederland bleven directe confrontaties tot nu toe uit.

Mede door de ruzie tussen Satudarah en de Hells Angels werd vorig jaar de Raad van Acht opgeheven. Daarmee verdween ook de hiërarchie onder de Nederlandse outlawbikers. Door het hele land kwamen er nieuwe clubs bij. No Surrender, waar Harrie zich bij aansloot, maar ook Red Devils MC, Waardeloos MC, Gringos MC.

Op 26 januari dit jaar verschijnt op Facebook een foto van een man in een zwarte trui die zijn rechterhand op de schouder van Harrie legt. Het is Brian Sandberg. De twee mannen kennen elkaar van de tijd dat zij samen bij de Hells Angels zaten. Nu is Harrie een kopstuk van No Surrender en Brian Sandberg van de Scandinavische Bandidos. ‘Some things are stronger than any words’, schrijft Brian Sandberg, die een levenslange celstraf boven het hoofd hangt wegens een aantal moordpogingen, bij de foto. In de dagen erna verschijnen nog meer foto’s op Facebook waarop Bandidos-leden en No Surrender-leden samen poseren. 15 maart legt Brian Sandberg opnieuw een hand op de schouder van zijn oude vriend. Ditmaal staat er op Harries motorvestje: ‘President Bandidos’. Hij is overgestapt.

Willy

President Harrie heeft dan al een clubje mannen om zich heen verzameld. Het zijn mannen van middelbare leeftijd die voorheen alleen op een zonnige namiddag eens een motorritje maakten. Sinds een aantal maanden lopen ze opeens in motorhesjes door het dorp, zien bewoners. Neem Willy, een „fijne, nette man”, die zijn hond iedere dag uitliet en een „zeer geacht” lid was van de plaatselijke tafelvoetbalvereniging. Enige tijd geleden stopte hij daarmee, de vereniging was sterk vergrijsd. Nu zit Willy bij de Bandidos en hij woont in het huis waar op 7 mei een aanslag werd gepleegd. „Hij is bij die motorclub gegaan omdat hij ruig wil overkomen”, zegt een goede vriend van hem. „Willy is 53 jaar en wil toch nog jong zijn. Dat is zijn imago, zo zit hij in elkaar. Maar hij heeft een klein hartje.” De vriend ziet het vaker gebeuren bij mannen in zijn omgeving. „Ik heb nog een paar vrienden van 50 en 60 jaar die nu opeens motor gaan rijden. Ik denk dat ze in een midlifecrisis zitten. Ze doen het allemaal om stoer over te komen, om mee te doen met hun leeftijdgenoten.”

De jeugd kijkt op tegen de oudere mannen uit het dorp die hun motoren oppakken. Een aantal twintigers uit Echt-Susteren en het nabije Sittard en Heerlen hebben zich aangesloten bij de Bandidos. Uit hun Facebookprofielen blijkt dat ze liefhebber zijn van motorcross – sommigen crossen al van jongs af aan. De meesten hebben kortgeschoren haar, tatoeages op de bovenarmen. Ze dragen zwarte jacks, hebben stevige, gespierde lichamen en doen aan vechtsport. Ze liken op Facebook pagina’s als ‘BMW’, ‘Steun Geert Wilders’, ‘Flits Meldingen Limburg’ en pagina’s van topless vrouwen die over hun hele lichaam zijn getatoeëerd.

Ouders proberen hun kinderen te beschermen tegen de stoere jeugd. Een moeder uit Susteren zegt dat ze bang is dat haar 17-jarige zoon zich bij de motorclub aansluit. Bij haar in de straat woont een jeugdig Bandidos-lid. „Er gaat een aantrekkingskracht vanuit, want die jongens zijn ruig en stoer. En alle jongeren willen wel ruig en stoer zijn.” Ze laat haar zoon niet met de motorjeugd omgaan, zegt de moeder.

Valt Echt-Susteren ten prooi aan een machocultuur? „Dat valt wel mee”, zegt CDA-burgemeester Jos Hessels van Echt-Susteren. „Een gemiddelde speler van Ajax-1 heeft net zo veel tattoos.” Wel weet hij dat er veel motorclubleden zijn met een strafblad. En hij neemt aan dat de internationale ligging van zijn gemeente een rol zal hebben gespeeld bij de recente uitbarstingen van geweld. „Mogelijk zijn motorclubs in de regio in de grensoverschrijdende criminaliteit terechtgekomen.”

Methamfetamine

Echt-Susteren is niet alleen het smalste stukje Nederland, de gemeente is óók het centrum van de ‘Euregio Maas-Rijn’. Een gebied van vier miljoen inwoners met steden als Luik, Aken en Maastricht, die in drie landen liggen maar waar veel mensen dezelfde talen spreken. Echt-Susteren, dat dorp met zijn roekoeënde duiven en vergrijsde bevolking, ligt middenin een verstedelijkt gebied met problemen zoals in de Randstad. In geen enkel ander Europees grensgebied zijn de problemen van drugsgerelateerde criminaliteit zo groot als in deze regio, blijkt uit een omvangrijk rapport over de Maas-Rijn. Er worden drugs gemaakt, verhandeld, vervoerd.

Ook door motorbendes. Handel en productie van cannabis en de harddrug methamfetamine vormt volgens Europol de hoofdactiviteit van motorclubs. Omdat de clubs bestaan uit afdelingen in meerdere landen zijn ze buitengewoon geschikt om „grensoverschrijdende criminele projecten” uit te voeren. Clubleden vormen een „globaal netwerk” en maken gebruik „van elkaars contacten, ondersteuning en faciliteiten”, stelt het onlangs verschenen politierapport Outlawbikers in Nederland. Hierdoor hebben de clubs toegang tot „belangrijke bronlanden en doorvoerlanden” van bijvoorbeeld drugs of wapens. De politie heeft aanwijzingen dat motorclubs zoals de Bandidos nieuwe afdelingen in het buitenland openen „om de import van verdovende middelen te faciliteren”.

Het gebeurt in Echt-Susteren soms onder de ogen van de inwoners. Een van hen vertelt dat ze een motorbendelid weleens heeft betrapt op een activiteit waarvan ze dacht dat deze crimineel was. Ze keek de man recht aan, maar durfde er niets van te zeggen. „Je moet daar niet in gaan wroeten”, zegt ze.

„Daar zijn de blauwe petten voor”, zegt een buurman. Hij bedoelt de politie. „Zolang je ze niet te veel vragen stelt, kun je hier gewoon wonen.”

De buurvrouw: „Wij willen niet weten waar zij zich mee bezighouden. Als je niet veel weet, hoef je je ook geen zorgen te maken.”

Volgens het politierapport maken motorclubs bewust gebruik van hun gewelddadige reputatie. Zij koesteren hun imago als „gevaarlijke, onvoorspelbare en gewelddadige mannen”, stelt het rapport, omdat zij zich hierdoor meer kunnen permitteren. Zoals in Echt-Susteren, waar niemand iets durft te zeggen van de activiteiten van de Bandidos. Alleen al het dragen van een motorvestje kan bij mensen „ontzag of angst” inboezemen, schrijven de onderzoekers. „Tegen een hele groep outlawbikers die een (sociale) norm overtreedt, zal bijna niemand protesteren.”

Verkeerscontrole

In de misdaad spelen grenzen geen rol: groepen die handelen in drugs, wapens of gestolen goederen zijn vaak Duits, Nederlands en Belgisch tegelijk. „Sommige criminele groepen gaan de hele dag door de grens over, op en neer”, zegt criminoloog Toine Spapens van Tilburg University.

Maar de grens die voor georganiseerde bendes niet bestaat, is voor opsporingsdiensten des te voelbaarder. „Elke keer als de politie voor een observatie of achtervolging de grens over wil, komt er een pak administratie bij kijken”, zegt Spapens. „Met verhoren en bewijsmateriaal van over de grens wordt het pak nog veel dikker.” En internationale verdragen maken de opsporing nóg ingewikkelder. „Als de politie iemand aan de kant zet voor een verkeersovertreding en die slaat op de vlucht en rijdt de grens over, dan moet de politie hem laten gaan. Terwijl zo iemand misschien wel drugs in de auto heeft liggen.”

In de Tunnelbar hebben ze Harrie al sinds de carnaval niet meer gezien. De vergaderingen op maandag zijn gestopt en de politie heeft hem en nog drie andere Bandidos opgepakt wegens verboden wapenbezit. Op het huis van Willy, niet opgepakt, die het meest recent een handgranaat in de voortuin kreeg, staat nu permanent een camera gericht.

Over die laatste aanslag maakt burgemeester Hessels van Echt-Susteren zich de meeste zorgen. Willy is nog slechts een proeflid van de Bandidos, en zeker geen leidend figuur. „Dat maakt het onheilspellend”, zegt burgemeester Hessels. „Want wie is de volgende? Er wonen nog wel meer Bandidosleden in de omgeving.”

Een dader van de aanslagen in Echt-Susteren is nog altijd niet gevonden. Intussen kan burgemeester Hessels weinig doen. „Ik moet steeds afwachten, dat is mijn frustratie.”