Club 55

Club 55 is veruit de beroemdste strandtent aan Plage Pampelonne in Ramatuelle aan de Côte d’Azur. Hier komen de groten der aarde. Vaak per Maserati of Ferrari vanuit buurgemeente Saint Tropez, maar je kunt je ook per bootje laten ophalen van je voor de kust afgemeerde miljoenenjacht. Velen doen dat en vinden het heerlijk als het hele strand toekijkt om te ontdekken of er een Madonna of Lady Gaga tussen loopt.

Die jachten zijn trouwens lang niet altijd eigendom van de opvarenden. Ze worden ook veel verhuurd. Dus het volk dat met veel dedain van zo’n bootje de steiger op stapt is vaak minder rijk dan wij handdoekbadgasten denken. Hoewel? De huurprijs van sommige bootjes is bijna 900.000 euro per week. Krijg je er wel een kapitein bij. En dat is meestal geen Schettino. Dus dan ben je wel een beetje rijk.

Of ik er deze week geluncht heb? Natuurlijk. De Toppers waren te druk in de Arena, Waylon wilde niet, dus moest ik het maar weer doen. In het begin wel een beetje om me heen zitten loeren of ik een Karl Lagerfeld, Elton John of Ivo Niehe kon ontdekken. Maar weinig sterren dit keer. Ik was echt de enige.

Het is in de kringen van de heel erg rijken nog niet echt crisis. Het seizoen is nog niet begonnen, maar mijn vrouw en ik moesten al wel een klein half uur op een tafeltje wachten. En het is een grote tent. Kregen op die manier de kans om goed te loeren. Wat we zagen? Grote schalen met goed voedsel, veel flessen mooie wijn en volk dat veel lol had. Een paar tafels werden bezet door Engelse beurscowboys, die een succesvol jaar schaterend zaten te vieren. Zij kwamen van zo’n boot. Verder veel Russen, Arabieren, Fransen en een paar verdwaalde aardige Nederlandse kakkers. We hadden twee vermakelijke uurtjes. En waren daar ook wel aan toe.

De avond ervoor hadden we in de hotelkamer op aanraden van een favoriete televisierecensent op mijn laptop zitten kijken naar een zogenaamd integere VPRO-documentaire over Nederlandse bejaarden die uitbundig vertelden over hun seksleven. En dan heb je wel een yuppenlunch verdiend. We kregen namelijk niet alleen woorden van die oudjes, maar ook daden. We zagen een oudje haar demente man knuffelen, een solobesje een dildo kiezen en een oude nicht die lik me reet met een andere homo deed. Gelukkig werd dat laatste geblurd in beeld gebracht, maar toch… Ik schreeuwde om champagne en een Salade Niçoise op een hagelwit strand. Wat een vleselijke viezigheid. Ik smeek de Nederlandse netmanagers: zullen we op de Publieke Omroep stoppen met zogenaamd integere televisie en andere oprechte beelden over seks? Ook de tampon uit de doos van een Nederlandse schrijfster die niet kan schrijven wil ik niet meer zien. Bejaarden mogen zich van mij al naaiend euthanaseren en geheel bevredigd sterven in de gevlekte armen van hun krakende geliefde, maar toon het me niet. Het is voor mij geen taboe, ben er ook niet te preuts voor, maar ik wil het gewoon niet op mijn netvlies hebben. En volgens mij wil niemand deze beverige rimpelporno.

Het vrolijkste van onze lunch in Club 55 was dat ik aan een Frans echtpaar aan het tafeltje naast ons wat actualiteit uit de Nederlandse politiek mocht uitleggen. Onze Club 55 dus. Oftewel: 50 Plus. De club van Henkie Krol, mevrouw Baay, meneer Klein en de onvermijdelijke Jan Nagel. In het Frans: Henri Rut, madame Baie, monsieur Petit en Jean Clou. Een betere vertaling voor Jan Nagel bestaat echt niet. Toen ik ook nog aan mijn Franse buren mocht uitleggen dat Henri Rut voor de belangen van de Nederlandse bejaarden opkwam, terwijl hij vroeger de pensioenpremies van zijn werknemers in zijn eigen zak stak zodat die nu een uiterst karige oude dag hebben, werd het de Fransen duidelijk te veel. Daarna moest ik nog vertellen dat monsieur Petit madame Baie deze week uit de fractie flikkerde, waarna het duo Rut en Clou Petit ontsloegen en pal achter madame Baie gingen staan. Waarop het Franse echtpaar vroeg of die oudjes nog wel eens seks hadden. Ik legde uit dat dat de voormalige handel van Henri Rut was. En toen? Toen raadden de Fransen mij na dit verhaal aan om cabaretier te worden. Ik beloofde er diep over na te denken. Wanneer ik terugging? Nooit!