Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Welke criminelen kopen er mokers bij de Praxis?

Vorige week werd beroepscrimineel Gwenette Martha in Amstelveen geliquideerd. Ondertussen probeert de politie greep te krijgen op de nieuwe triggerhappy generatie: wie schiet wie neer en waarom?

Gwenette Martha werd 23 mei j.l. geliquideerd in Amstelveen
Gwenette Martha werd 23 mei j.l. geliquideerd in Amstelveen Foto Novum

Beroepscrimineel Gwenette Martha werd met mitrailleurschoten geliquideerd. Was dat in Chicago, in de Roaring Twenties? Was het in Palermo? Nee, het was in Amstelveen, vorige week.

Het is wel en geen toeval dat maar een paar dagen eerder het boek Doorgeschoten van Paul Vugts, misdaadjournalist voor Het Parool, was verschenen. Hij kon natuurlijk niet voorspellen dat juist nu een van de hoofdrolspelers uit de Amsterdamse onderwereld zou worden doodgeschoten. Aan de andere kant, zijn hele boek gáát over de schietpartijen en liquidaties die deze onderwereld de laatste jaren kenmerken. Wie schiet wie neer en waarom?

In elf hoofdstukken plus een nawoord krijgen we antwoord op die vragen. Of liever: een heleboel antwoorden. Want Doorgeschoten heeft bij alle kwaliteiten, net als de meeste serieuze boeken over criminele praktijken, één handicap. Het gaat over mensen die we niet kennen, vaak opgevoerd met initialen omdat er nog rechtszaken lopen waarin hun schuld moet worden bewezen. Het zijn er heel veel en ze zijn allemaal op de een of andere, maar niet altijd duidelijke manier met elkaar verbonden, als dader en slachtoffer, als handlanger en medeplichtige, als leider en hulpje. Voor de lezer is het niet altijd makkelijk om de ene Saïd van de andere te onderscheiden of Ossi, JayJay en Takka uit elkaar te houden. Om van de auto- en horlogemerken en de cafés of clubs waar ze elkaar treffen en doodschieten nog maar te zwijgen.

Vugts is zich van dit gevaar bewust, dus probeert hij zuinig te zijn met namen en bijnamen. Hij heeft mooi afgeronde hoofdstukken gemaakt, geconcentreerd rondom een groep, een gebied, of een reeks incidenten. Verschillende criminelen duiken in elkaars hoofdstuk op. En naarmate je verder in het boek komt, zie je steeds beter de dwarsverbanden, soms zelfs tussen ‘zakelijke’ en ‘persoonlijke’ moorden. In het nawoord worden de verklaringen samengevat en wordt verteld hoe Amsterdam greep probeert te krijgen op deze triggerhappy generatie.

Met een goed oog voor details weet Vugts verhalen die basaal weinig verschillen (criminelen schieten elkaar dood) levendig te houden. De bende die altijd mokers van Lux Werkzeuge gebruikt om ruiten in te slaan, en die steevast achterlaat op de plaats van het misdrijf. De leden worden opgespoord door te posten in de enige winkel in Nederland die deze hamers verkoopt: de Praxis. Of de Antilliaan die zich van zijn rastakapsel ontdoet nadat zijn signalement is verspreid en tegen een verbaasde vriend (‘Heb je je haar geknipt?’) door zijn afgetapte telefoon sist ‘Praat niet zo luid… praat niet zo luid dalijk… dalijk ja?’

Dat zijn goed gedoseerde komische noten in een verder bloedserieus boek. Deze generatie boeven is zwaarbewapend en schiet om niks mensen dood. Niks om over te lachen.