De PvdA en GroenLinks kunnen tevreden zijn

Het heeft even geduurd, maar met het leenstelsel heeft het kabinet-Rutte II zijn laatste grote hervorming binnen. Na de miljardenverbouwingen op de woningmarkt, in de sociale zekerheid en in de langdurige zorg is het ‘studievoorschot’ de vierde grote stelselwijziging uit het regeerakkoord die nu verzekerd is van een parlementaire meerderheid.

Dat is niet slecht voor een kabinet dat driekwart jaar geleden voortijdig leek te stranden omdat het geen meerderheid bezat in de Eerste Kamer. Bovendien laat Rutte II met deze deal zien dat het in staat is zaken te doen met verschillende oppositiepartijen: het leenstelsel is er niet gekomen dankzij de vaste gedoogpartners D66, ChristenUnie en SGP, maar met steun van het gelegenheidsduo D66-GroenLinks.

Vooral voor GroenLinks is dit akkoord een grote stap. Die partij heeft een trauma overgehouden aan grote politieke deals. De steun voor de militaire missie in Kunduz (2011) en het Lenteakkoord (2012) pakten rampzalig uit: muiterij in de achterban, een reusachtige verkiezingsnederlaag en het vertrek van toenmalig partijleider Jolande Sap.

De meeste concessies heeft minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) dan ook aan GroenLinks gedaan. De partij bedong het behoud van de ov-studentenkaart, een lager aflossingsbedrag en een verhoging van de aanvullende beurs. GroenLinks is van alle partijen het meest kwetsbaar voor kritiek. Zo keerde de jongerenafdeling Dwars zich in stevige bewoordingen tegen de eigen partijtop.

D66 kan met dit akkoord in de hand opnieuw benadrukken dat het dé onderwijspartij van Nederland is – in het herfstakkoord bedongen de democraten al een extra investering van een half miljard in onderwijs. Bij het akkoord van woensdag wist D66 te regelen dat personeel en studenten instemmingsrecht op de begroting krijgen – democratisering van het universitair bestuur dus.

Regeringspartij VVD heeft wat verlies moeten slikken. De liberalen zagen liever dat al het geld dat met de afschaffing van de basisbeurs werd opgehaald in het onderwijs zou worden gestoken. Maar om GroenLinks en D66 binnenboord te houden, is nu een kleine 300 miljoen euro naar inkomensondersteuning van studenten gegaan.

De PvdA kan tevreden zijn. Minister Bussemaker realiseert haar grote hervorming. En met het verdwijnen van de basisbeurs komt een einde aan een studiefinancieringssysteem dat de sociaal-democraten fundamenteel oneerlijk vonden, omdat, in de woorden van oud-partijleider Wouter Bos, „de slager op de hoek meebetaalt aan de opleiding van een advocaat”.

Het CDA is fel tegen het leenstelsel, maar is nu wel de enige gematigde oppositiepartij wier handtekening niet staat onder een of ander akkoord met Rutte II. CDA-leider Buma is er beducht op om weggezet te worden in dezelfde hoek als ‘nee-partijen’ SP en PVV, dus hij zal op zoek moeten naar een onderwerp waarop hij het kabinet steunt.