Wat verandert er voor studenten? Drie vragen over het nieuwe leenstelsel

Vanaf 1 september 2015 verandert het leenstelsel voor studenten. Het is volgens de minister “de belangrijkste onderwijshervorming in dertig jaar”. Maar wat verandert er precies en waarom? De drie belangrijkste vragen en het antwoord daarop.

Het leenstelsel voor studenten gaat op de schop. Foto ANP / Lex van Lieshout

Update 21 januari 2015: een meerderheid in de Eerste Kamer stemde gisteravond laat met de invoering van het leenstelsel in het hoger onderwijs. Voortaan kunnen nieuwe studenten hun basisbeurs lenen. We zetten vorig jaar al op een rij wat het leenstelsel betekent voor de studenten.

Vanaf 1 september 2015 verandert het leenstelsel voor studenten. Het is volgens de minister “de belangrijkste onderwijshervorming in dertig jaar”. Maar wat verandert er precies en waarom? De drie belangrijkste vragen en het antwoord daarop. Let wel: alle maatregelen hebben alleen betrekking op nieuwe studenten, dus zij die per 1 september beginnen met een studie.

1) Wat is de grootste verandering?

In het kort: er is niet langer een basisbeurs voor alle studenten. Een maandelijks bedrag op je rekening krijgen dat bij afstuderen een gift wordt? Weg. Studenten moeten geld lenen. Als hun ouders niet veel verdienen, krijgen ze een aanvullende beurs, dat wel.

Twee dingen blijven precies zoals ze nu zijn: studenten krijgen een ov-studentenkaart om gratis met het openbaar vervoer te kunnen en het collegegeld blijft gelijk.

Wie ging studeren, kreeg altijd een basisbeurs: een voorlopige lening van de overheid die werd omgezet in een gift als het diploma binnen tien jaar behaald werd (daarom heette het ook wel de ‘prestatiebeurs’). Het was (in de meest recente situatie) een maandelijks bedrag van 100,25 euro per maand voor thuiswonenden en 279,14 per maand voor uitwonenden. Vier jaar lang. Had een student meer geld nodig, dan kon hij bijlenen.

Maar dat verandert.

Als je ouders minder dan 46.000 euro per jaar verdienen, krijg je nog wel een aanvullende beurs. Onder de 30.000 euro kan dat tot 365 euro per maand zijn - dus tot zelfs 100 euro méér dan nu met de basisbeurs zou kunnen. Dat bedrag loopt terug naarmate het inkomen van je ouders oploopt. De beurs is er ook voor studenten van wie de ouders weigeren te betalen of onvindbaar zijn.

Als je ouders meer dan 46.000 euro per jaar verdienen, heb je geen recht op een aanvullende beurs. Dat betekent dat je geld leent om je studie te betalen. De voorwaarden waaronder die lening later terugbetaald moet worden, versoepelen wel: je mag er veel langer over doen (35 in plaats van 15 jaar) en betaalt daardoor minder hoge maandbedragen.

2) Waarom verandert dit?

De overheid wil geld besparen en dat in andere dingen stoppen. In het regeerakkoord spraken VVD en PvdA af dat ze de basisbeurs wilden afschaffen en wat daarmee bespaard werd, wilden uitgeven aan verbetering van het onderwijs. Volgens het persbericht van het ministerie, wordt er zo tussen de 800 miljoen en 1 miljard euro vrijgemaakt.

Dat ging niet zonder slag of stoot, omdat de twee regeringspartijen geen meerderheid hebben in de Eerste Kamer. Er was steun nodig van D66 en GroenLinks en daar werd lange tijd mee onderhandeld voordat de partijen het eens waren. Zo waren de regeringspartijen van plan om de ov-studentenkaart ook te schrappen, maar daar wilde GroenLinks niet aan. Nu was er dus eindelijk witte rook.

3) Wat verandert er nog meer?

  • Het hele systeem heet nu het studievoorschot.
  • Ook minderjarige mbo-studenten hebben vanaf 1 september 2017 recht op een ov-studentenkaart waarmee ze gratis met het openbaar vervoer kunnen. Dat was in de oude situatie alleen zo bij mbo- en vo-studenten van boven de 18 jaar.
  • De maandelijkse aflossing gaat omlaag: tot een maximum van 4 procent van het inkomen. In het huidige systeem kan tot 12 procent aflossing worden gevraagd.
  • Wanneer moet je beginnen met aflossen? In de huidige situatie als je een inkomen hebt op minimaal bijstandsniveau (dat is 948,18 euro per maand voor een alleenstaande onder de 65). Straks pas als je minimaal een inkomen hebt op minimumloonniveau (dat is 1.485 euro per maand boven de 23).
  • Heb je een handicap of een chronische ziekte, dan wordt na het behalen van je diploma 1.200 euro van je schuld kwijtgescholden.
  • De overheid wil scholen en universiteiten ertoe zetten meer colleges buiten de spits te geven.
  • Er komt een zogenoemd instemmingsrecht voor studenten en docenten. Daarmee krijgen zij meer invloed op uitgaven van de school of universiteit.
  • Startende studenten krijgen tot en met het studiejaar 2018/19 een tegemoetkoming in de vorm van vouchers. Deze studenten kunnen tweeduizend euro inzetten voor (geaccrediteerde) bijscholing 5 tot 10 jaar na het afstuderen.
    • Peter Zantingh