‘Piketty’s cijfers kloppen niet’

Dat schrijft The Financial Times
Dat schrijft The Financial Times

De aanleiding

Rumoer in economenland (en daarbuiten): de Financial Times weerspreekt het veelgeprezen en revolutionaire werk van Thomas Piketty! Voor wie even niet heeft opgelet: deze Franse econoom werd de afgelopen maanden de stratosfeer in geprezen door collega-economen en vooral door links gretig omarmd. Zijn boek Kapitaal in de 21ste eeuw staat al weken in de bestsellerlijsten en de auteur was vorige maand te gast in het Witte Huis. Piketty’s stelling luidt dat het rendement op vermogen hoger ligt dan de economische groei, waardoor de rijken steeds rijker worden. Als we niet iets doen, zoals het invoeren van een wereldwijde progressief oplopende vermogensbelasting, gaan we terug naar een 19de eeuwse ongelijkheid, aldus Piketty. Maar dat klopt dus eigenlijk niet, schrijft de FT nu. „De conclusies van Kapitaal in de 21ste eeuw lijken niet te worden gesteund door de bronnen van het boek zelf”, constateerde de gezaghebbende Britse krant zaterdag op de voorpagina. Volgens FT zijn Piketty’s data ‘gebrekkig’.

Hoe luidt de kritiek precies?

Thomas Piketty heeft alle data die hij voor zijn boek gebruikte online gezet, in het kader van de transparantie. FT-journalist Chris Giles is in de data gedoken en na een paar maanden bovengekomen met een flink aantal kritiekpunten, groot en klein:

Er wordt met jaartallen gegoocheld. Piketty had voor zijn onderzoek, waarin hij de vermogensverdeling in elk decennium onderzocht, ronde jaartallen nodig. Soms waren die niet voorhanden, waardoor hij bijvoorbeeld de cijfers van 1908 gebruikt voor 1910. Zo gebruikte Piketty voor Zweden cijfers uit 1935 voor het jaar 1930, terwijl de cijfers van 1930 gewoon in zijn bronnen staan. En de Britse data uit 1938 gebruikt hij niet voor 1940, wat logisch zou zijn, maar voor 1930.

Er wordt met cijfers gegoocheld. Wie vermogensongelijkheid wil meten, kan verschillende methoden gebruiken. Piketty kijkt soms naar de hoogte van de onroerendgoedbelasting en soms naar het vermogen van echt bestaande huishoudens. In het geval van Groot-Brittannië heeft hij een voorkeur voor het eerste, wat volgens FT een heel ander beeld oplevert dan een ‘cross-sectional wealth and asset survey’. Wanneer Piketty naar dat laatste had gekeken, was gebleken dat de ongelijkheid de laatste dertig jaar helemaal niet is gegroeid, aldus de FT. Verder heeft Piketty om het Europese gemiddelde te berekenen, de cijfers van Frankrijk, Zweden en Groot-Brittannië genomen, en daarvan het gemiddelde. Raar, vindt de FT, want Zweden heeft veel minder inwoners dan de andere twee landen. Op deze manier weegt een Zweed zeven keer zo zwaar als een Brit of Fransman.

De Amerikaanse cijfers zijn gekunsteld. In de VS heeft Piketty minder cijfers kunnen vinden dan in Europa: tussen 1870 en 1960 waren op het moment dat hij zijn onderzoek deed geen cijfers bekend over de rijkste 10 procent van de bevolking. Dat heeft hij deels kunnen oplossen, want vanaf 1910 waren er wel cijfers bekend van de rijkste 1 procent. Om het vermogen van de rijkste 10 procent toch te kunnen weergeven, nam Piketty voor de jaren 1910-1950 het cijfer over de rijkste 1 procent, waar hij 36 procent bij optelde. Maar, zo zegt FT, hij geeft geen uitleg bij dit percentage en hij verklaart ook niet waarom die 36 procent door de jaren heen constant zou blijven. Dit is maar een voorbeeld: ook in de andere landen zijn er jaren waarover Piketty geen gegevens had, en die hij dus met een zelfverzonnen berekening moest reconstrueren.

En, hoe heeft Piketty gereageerd?

Piketty zelf heeft in een brief gereageerd op het FT-artikel, dat hij een dag voor publicatie ter inzage had gekregen. De econoom geeft toe dat cijfers over vermogen schaarser en heterogener zijn dan cijfers over inkomen, wat het onderzoek bemoeilijkt. Hij verdedigt zich door te zeggen dat hij verantwoorde keuzes heeft gemaakt en zijn methodologie heeft toegelicht. Daarbij zullen zijn historische data nog verbeterd worden, belooft hij. Op het verwijt dat hij te weinig betrouwbare data heeft over de VS, antwoordt hij dat recent onderzoek naar vermogensongelijkheid in de VS (uit maart 2014) van de Berkeley-economen Emanuel Saez en Gabriel Zucman wél betrouwbare cijfers heeft voortgebracht – en dat die zijn eigen data ondersteunen. Verder schrijft hij dat „als ik iets te verbergen zou hebben, waarom zou ik dan al mijn onderzoeksgegevens online zetten?” Maar op veel elementen uit het FT-artikel, zoals de gedeeltes over Zweden en Groot-Brittannië, gaat Piketty niet in.

Zijn er nog andere reacties?

Jazeker, er een een storm opgestoken. The Economist, zeker zo gezaghebbend als de FT, is met een verdediging van Piketty gekomen. Sommige elementen van de kritiek snijden houdt, geeft het Britse weekblad toe. Want ja, sommige van de gegevens zijn moeilijk te vergelijken, maar dat is niet Piketty’s schuld – de perfecte cijfers waren nu eenmaal niet aanwezig. Daarnaast heeft de FT misschien een punt over fouten in het geval van Groot-Brittannië, zegt The Economist. Maar dit moet nog verder worden uitgezocht.

Uiteindelijk, schrijft The Economist, haalt het FT-stuk Piketty’s werk niet onderuit. Want:

Het boek gaat over meer dan vermogensongelijkheid – dat onderwerp wordt pas in hoofdstuk 10 behandeld.

De verschillen tussen Piketty’s cijfers en die van FT zijn te klein om Piketty’s claim te ondermijnen.

Recent werk van andere economen ondersteunt de stellingen van Piketty, zoals het nieuwe onderzoek naar vermogensongelijkheid van de Berkeley-economen Emanuel Saez en Gabriel Zucman.

Ook andere economen nuanceerden de aanval van FT. Nobelprijswinnaar Paul Krugman schreef in zijn New York Times-column dat de vermogensongelijkheid wel degelijk groeit. Hij gebruikte voor deze stelling twee simpele argumenten. Recente cijfers tonen aan dat de ongelijkheid in inkomen uit vermogen in de VS de laatste tijd sterk is gestegen. Dat moet wel wijzen op een gestegen vermogensongelijkheid. En: de inkomensongelijkheid is sinds 1980 enorm gegroeid. Dat moet logischerwijs leiden tot vermogensongelijkheid, schrijft Krugman – tenzij de rijken en masse zijn gestopt met sparen of beleggen. Krugman haalt er, net als The Economist, ook nog de recente cijfers van Saez en Zucman bij om Piketty’s bevindingen over de VS te ondersteunen.

Over de zogenaamde ‘weegfout’ in het geval van Zweden heeft de econoom Mike Konczal van het Roosevelt Institute nog een interessante gedachte. De keuze voor Franrijk, Zweden en Groot-Brittannië is volgens hem gemaakt omdat dit prototypen zijn van de drie soorten verzorgingsstaten die in de sociologie worden onderscheiden: de Angelsaksische, de continentale en de Scandinavische. Als we de drie landen die Piketty heeft onderzocht inderdaad zien als prototypen, is de gelijke weging ineens logisch.

Conclusie

De Britse zakenkrant Financial Times trekt het werk van de populaire Franse econoom Thomas Piketty in twijfel. Het even gezaghebbende weekblad The Economist en verschillende economen brengen daar tegenin dat Piketty’s cijfers misschien niet altijd kloppen, maar dat zijn conclusies door de FT niet op een fundamentele manier worden ontkracht. Het grotere verhaal blijft staan. En sommige elementen uit Piketty’s onderzoek die de FT bekritiseert, moeten door Piketty zelf nog worden toegelicht. Wat dat betreft was zijn brief aan FT nog wat onbevredigend. Uiteindelijk is het nog te vroeg om een conclusie te trekken. Het artikel van FT was de eerste serieuze aanval, er zullen er ongetwijfeld nog meer volgen. De bewondering was er, nu is het debat over Kapitaal in de 21ste eeuw ook echt begonnen.