Debbie is nog steeds een meisje

Weer is Blondie uit de as herrezen: er is een nieuw album, en ze spelen in Paradiso // Zangeres Debbie Harry (68) blikt terug. ‘Het scheelt dat ik geen drugs meer gebruik.’

‘Blondie is een band’ was de tekst die eind jaren zeventig op T-shirts en buttons verscheen. Na het succes van de aanstekelijke punkpopliedjes Denis en I’m gonna love you too dachten veel mensen dat Blondie de naam was van de aantrekkelijke, geblondeerde zangeres. Maar dat was Debbie Harry. Of Deborah, zoals de 68-jarige popdiva zich tegenwoordig liever laat noemen.

Bij Blondie draaide het evengoed om gitarist/songschrijver Chris Stein en de explosieve drummer Clem Burke, een Keith Moon van het punktijdperk. Gedrieën vieren ze dit jaar het veertigjarig bestaan van de band, die met het nieuwe album Ghosts of Download nog even creatief en ruimdenkend met popmuziek omgaat als toen.

Een vrachtwagenchauffeur bezorgde de band zijn naam. „Hey Blondie!” riep hij Harry na, toen ze een platinablonde spoeling had genomen na haar hippieverleden in de folkband The Wind In The Willows. Als kind, een geadopteerd meisje in het stadje Hawthorne in New Jersey, fantaseerde ze dat ze de dochter van Marilyn Monroe was. In New York werd ze serveerster, gogo-danseres en Playboy Bunny. Op relatief rijpe leeftijd – ze was al bijna dertig – begon haar popcarrière met Blondie. In de New Yorkse clubs Max’s Kansas City en CBGB’s stonden ze met de Ramones, Televison en Talking Heads aan de wieg van punk en new wave; een frisse wind door de rockmuziek die pas later naar Europa zou overwaaien.

Blondie stond voor seks, opwinding en melodieuze liedjes, zoals het nummer Denis gecoverd van de doowopgroep Randy & the Rainbows. Blondie’s eerste single was Sex offender, over een jongen die gearresteerd wordt voor seks met zijn minderjarige vriendin. De titel werd door de platenmaatschappij veranderd in X offender, omdat ze bang waren voor controverse. „Het waren roerige tijden”, zegt Deborah Harry aan de telefoon vanuit New York. „Wij wilden zingen over het echte leven, maar de platenmaatschappij dacht daar anders over. Een plaatje moest in de schappen van een warenhuis liggen zonder ouders alert te maken op wat hun kinderen echt bezig hield. Seks was een onderdeel van ons leven, dus ook van onze teksten.”

Harry’s sexy uitstraling kwam onder meer tot uiting in de ontwapenende meisjesachtigheid van haar stem. Het is een kwaliteit die ze tot op de dag van vandaag heeft behouden. „Ik zou willen dat het anders was”, verzucht ze. „Zelf had ik liever een ruigere, imposantere stem gehad. Maar je moet het doen met wat je hebt. Met mijn uiterlijk heb ik meer geluk gehad. Mijn gezicht fotografeerde goed en ik had geen gebrek aan aandacht. Uiteindelijk heeft het allemaal bijgedragen aan ons succes, zonder dat het mij veel moeite kostte. Is het goed dat ik nu nog klink als een meisje van twintig? Ik weet het niet, ik kan niet anders.”

Chris Stein (64), die zich laat bellen terwijl hij wacht op zijn was in een New Yorkse wasserette, kijkt met gemengde gevoelens terug op de punkjaren. „We noemden onszelf geen punkgroep, maar we deden mee aan het kattenkwaad dat van ons verwacht werd. Het was nog net niet zo dat we televisies uit hotelkamers gooiden, maar we gebruikten grove taal tijdens persconferenties en we hebben een keer het kantoor verbouwd van een advocaat die ons belazerde. Dat hadden we vaker moeten doen, want reken maar dat we belazerd zijn. Punk kreeg een vervelende wending toen we naar Engeland gingen en het publiek het nodig vond om naar ons te spugen. Toen hebben we er zo snel mogelijk voor gezorgd dat we onderdeel werden van de beschaafde popwereld.”

Megasuccessen

Blondie profileerde zich als een popgroep die verschillende stijlen omarmde. Disco bepaalde het geluid van Heart of glass, reggae kleurde The tide is high en de ontluikende hiphopcultuur kreeg een plek in Rapture. Het werden megasuccessen die ook scoorden in de zwarte r&b-charts. Was het belangrijk om als muzikant je horizon te verbreden? „Niet als je in de Ramones speelde”, zegt Deborah Harry laconiek. „Maar wij vonden het belangrijk dat de straatcultuur in onze muziek tot uiting kwam. Rappers als Fab Five Freddie behoorden tot onze vriendenkring. Toen discoproducer Giorgio Moroder om samenwerking vroeg, hoefde ik daar niet lang over na te denken. Hij belde en Call me rolde er vanzelf uit. Op mijn soloplaat Kookoo heb ik gewerkt met Nile Rodgers en Bernard Edwards van Chic. Artistiek was dat voor mij een hoogtepunt, maar commercieel deed het minder dan Blondie. Naar een vaste formule hebben we nooit gezocht.”

Chris Stein zocht de samenwerking met avant-gardegitarist Robert Fripp en experimenteerde met de mogelijkheden van de opnamestudio. „Het beroep van popmuzikant is makkelijker geworden. Iedereen met een laptop kan zijn eigen muziek produceren. In de jaren tachtig waren we afhankelijk van technici die ons goed konden laten klinken. Producers waren een noodzakelijk kwaad. Vaak waren het eigenwijze mensen met ideeën die pal tegenover de onze stonden. Met Fripp maakte ik mijn meest bevlogen muziek, terwijl de producer die gitaarexperimenten liefst zo zacht mogelijk in de songs mixte.”

Deborah Harry en Chris Stein hadden in de topjaren van de band een relatie, maar getrouwd zijn ze nooit. Samen blijven ze de artistieke kern van het al enkele malen uit de as herrezen Blondie. Met Maria bijvoorbeeld, hun comebackhit uit 1999. Tussendoor zong Harry onder meer jazz met The Jazz Passengers. Voor Ghosts of Download werkte de band samen met de Colombiaanse cumbia/hiphopgroep Systema Solar, de Panamese rappers Los Rakas en de New Yorkse transgenderperformer Miss Guy.

Downloaden op internet

Bij het luisteren naar nieuwe muziek bedachten Harry en Stein dat downloaden op internet al die verschillende muzieksoorten toegankelijk heeft gemaakt en dat de geest van de bijbehorende culturen rondwaart in de digitale muziekbestanden. „De titel Ghosts of Download kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd,” zegt Stein. „Ik maak me geen zorgen over illegaal downloaden. Hoe meer mensen ernaar luisteren, hoe beter. Toen de muziekcassette er net was, gingen er in de platenindustrie ook stemmen op dat die slecht zou zijn voor de omzet. Het tegendeel bleek waar. Mensen maakten tapes voor elkaar en wezen elkaar op nieuwe muziek. Internet heeft een nog veel grotere revolutie voor de distributie van muziekbestanden veroorzaakt. Het is nooit slecht als je dingen gratis kunt krijgen. Zeker als je culturele horizon erdoor verbreed wordt.”

De manier waarop een plaat nu wordt opgenomen is compleet anders dan in de begintijd van Blondie, zegt Harry. „Toen kwam je met alle bandleden samen in een ruimte en moest iedereen tegelijk op de top van zijn kunnen presteren. Met een hard meppende drummer als Clem Burke erbij was het voor mij soms moeilijk om daar bovenuit te komen. Tegenwoordig vindt het creatieve proces plaats achter onze laptops en halen we de gastmuzikanten pas naar de studio als de basisopname voltooid is. Ik kan meer aandacht besteden aan mijn vocale expressie. En we zijn Clem meer dan ooit gaan waarderen. Hij blijft een van de beste drummers ter wereld.”

„We’ve been drinking all night, we’ve been looking for a fight”, zingt Deborah Harry in het Caribisch getinte liedje Backroom dat het nieuwe album afsluit. Een scene uit haar dagelijks leven? „You’re funny!” giechelt ze, nog altijd even meisjesachtig. „Ik ben een braaf meisje geworden. Ik ga naar de sportschool en let op mijn gezondheid. Het helpt dat ik geen drugs meer gebruik. Ik mag hopen dat ik niet meer die wilde vrouw ben die in 1977 voor het eerst op het podium van Paradiso stond. Soms heb ik heimwee naar die jonge jaren. Maar dan denk ik aan de ervaring die ik sindsdien heb opgedaan, en het geluk dat ik heb om dit al veertig jaar vol te houden. Na Denis hadden we gemakkelijk als een ‘one hit wonder’ kunnen eindigen. Dat is mooi anders gelopen.”