De weersverwachting voor de komende tachtig jaar

Het wordt warmer en natter, blijkt opnieuw uit metingen van het KNMI // We wisten het al, dus is er geen paniek // Maar ho, tegen het stijgende water zijn nog wel maatregelen nodig

Nergens ter wereld zijn de gevolgen van de klimaatverandering zo goed in kaart gebracht als in Nederland. Daar begon het KNMI in De Bilt acht jaar geleden mee. Gisteren publiceerde het instituut nieuwe, gedetailleerde scenario’s.

Het blijkt dat de resultaten van jaren onderzoek tamelijk stabiel zijn. „Er zit een consistente lijn in”, zegt KNMI-klimatoloog Albert Klein Tank, projectleider van de klimaatscenario’s.

Er zijn wel verschillen, maar die zijn beperkt.

Zo zijn de toekomstige opwarming en uitdroging in de zomer minder sterk dan acht jaar geleden gedacht. En de zeespiegel stijgt vermoedelijk niet met 35 centimeter tot 2050, maar met 40 centimeter. Dit komt doordat de ijskappen op Groenland en de Zuidpool sneller smelten.

Maar de trend, die is dezelfde gebleven.

Het staat vast dat de temperatuur aan het stijgen is. En het staat eigenlijk ook vast dat dit voorlopig zal doorgaan.

Onzeker is nog de mate waarin dat gebeurt. Dat hangt vooral af, zegt Klein Tank, van „hoe de mens zich de komende decennia gaat gedragen”.

Er zijn min of meer natuurlijke fluctuaties als gevolg van de zonnekracht, vulkanische activiteit en oceaanstromingen. Maar de temperatuurstijging kan gerust enkele graden lager uitvallen als de mensheid er binnenkort in zou slagen de uitstoot van broeikasgassen drastisch te beperken. „De mens is daarbij van invloed.”

En wat betekent dit allemaal voor ons?

Nederland ligt op de grens

Het noorden van Europa, zo wijzen de modellen uit, zal de komende jaren natter worden. Het zuiden van Europa wordt juist droger. „En Nederland ligt op de grens”, zegt Klein Tank. „Het is zaak dat grensgebied goed in de gaten te houden.”

Zo is voor Nederland niet alleen van belang hoeveel graden het mondiaal warmer wordt, maar ook hoe die warmte zich vanaf de evenaar naar de polen beweegt. Als dat gepaard gaat met meer westenwind in de winter, dan kan Nederland rekenen op veel meer regen.

Het alarmisme in de waarschuwingen voor de klimaatverandering lijkt intussen wat verdwenen. Klein Tank: „Er zijn voor Nederland plussen en minnen.”

De gasrekening wordt vermoedelijk lager. Het aantal aantrekkelijke recreatiedagen neemt toe. De winters kunnen gaan lijken op die in Frankrijk. En veel gewassen in de landbouw groeien vaker en langer.

Maar steden als Utrecht zijn nu al op sommige plaatsen twee graden warmer dan het omringende platteland. En daar komt de klimaatverandering nog bovenop. „Dus moet je misschien meer parken en water aanleggen.”

En het allerbelangrijkste: waterbeheerders moeten rekening houden met meer rivierwater en een jaarlijks toenemend tempo van de zeespiegelstijging. Adaptief watermanagement, heet dat. „Onze belangrijkste aanbeveling is dat Nederland de signalen van klimaatverandering nauwkeurig in de gaten houdt.”

De klimaatscenario’s zijn gisteren aangeboden aan staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu). Zij stelde vast dat de gevolgen van klimaatverandering „ingrijpend” zijn en zei „dat de urgentie groter dan ooit is” voor maatregelen in een land dat grotendeels onder zeeniveau ligt.

Het kabinet ziet de scenario’s als een aansporing voor mondiaal, Europees én nationaal beleid. „De vraag moet niet zijn of we moeten handelen, maar hoe we moeten handelen.”

Mansveld wil, om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, vooral inzetten op energiebesparing en het inzetten van schone energie. Ook werkt het kabinet aan een „nationale adaptatiestrategie” met onder meer maatregelen tegen hoger water, hitte in steden en ziekten die een warmer klimaat met zich mee brengt.