Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Voetbal

Een voetballer zonder boek

Ik had nog nooit van het Ten Brinke Bouw jeugdvoetbaltoernooi in Varsseveld gehoord, maar zij wel van mij en dus vond ik mezelf vrijdagavond terug aan een tafel in een witte partytent waaraan ook Alexander Büttner van Manchester United en ex-voetballer Theo Lucius zaten.

„Wat doe jij hier?” vroeg ik aan Alexander, want ik kon me toch niet voorstellen dat hij dit voor het geld deed.

„Ze hebben me een heel jaar aan de kop gezeurd”, zei hij. „Uiteindelijk heeft mijn broer ‘ja’ gezegd. Maar ik ga niets over ‘hem’ zeggen, hoor.”

Met ‘hem’ bedoelde hij Louis van Gaal, de bondscoach die hem niet had geselecteerd voor Oranje en volgend seizoen zijn trainer werd bij Manchester United, een gegeven waarover hij dus niets wilde zeggen, maar waar hij aan het hoofd te zien wel een heel duidelijke mening over had.

Theo Lucius had een visvijver en een café, Café In d’n Ollie in Heeswijk-Dinther, waarmee hij vier jaar geleden de pers haalde omdat het afbrandde, maar inmiddels ging het hartstikke goed.

Theo Lucius: „Altijd feesten toch? Met thema’s en zo. Bijvoorbeeld: ‘April, kikker in z’n bil’. En zo is er altijd wel een aanleiding. Straks het WK weer.”

De dagpresentator heette Herman Hoitink, hij was beroemd van Eurosport waar hij de Champions League-wedstrijden van het vrouwenvoetbal van commentaar voorzag. Hij legde uit hoe hij het ging aanpakken.

„Er is geen plan, ik bereid niets voor, ik handel uit gevoel, ik zwenk van links naar rechts…”

Met andere woorden: hij deed maar wat, een aanpak waarin ik me wel kon vinden al zou ik in zo’n geval zelfs een voorgesprek achterwege laten.

Herman vond het belangrijk dat we in de microfoon spraken.

Alexander Büttner zei voor de duidelijkheid nog maar even dat hij helemaal niets ging zeggen.

Herman: „Jij zit erin met een slot op de mond.”

Theo Lucius zei dat hij alles prima vond, hoewel er ook onderwerpen waren – vermeende gokschulden, de affaire met een Zweedse vrouw die claimde een kind van hem te hebben, die cafébrand dus en zijn veroordeling voor handel in illegaal vuurwerk – waarover hij minder graag vragen beantwoordde.

Op Hermans eerste vraag – ‘Wat was je geworden als je geen voetballer was geworden?’ – antwoordde hij nog geen tien minuten later: „Vuurwerkhandelaar. Ik vind dat gewoon schitterend spul en dat blijf ik vinden.”

Waarom er over Theo Lucius nog geen boek is geschreven is een groot raadsel.