Opinie

Pentagon mag niet bang zijn voor klimaat

Het Amerikaanse ministerie van Defensie moet de ogen sluiten voor klimaatverandering. Een amendement met die strekking is donderdag met succes aan de Amerikaanse defensiebegroting toegevoegd door de  Republikein David McKinley, lid van het Huis van Afgevaardigden. Het Pentagon krijgt daarin een expliciet verbod om beleid te voeren waarin rekening wordt gehouden met het klimaat. Alle Republikeinen op drie na stemden voor het amendement, alle Democraten, op vier na, waren tegen.

Volgens het amendement mag de Amerikaanse defensie geen rekening houden met wat het IPCC schrijft in zijn vijfde assessment, met de uitkomsten van het recente National Climate Assessment van de Amerikaanse regering en met andere onderzoeken naar de gevolgen van de opwarming van de aarde. Het amendement luidt als volgt:

‘None of the funds authorized to be appropriated or otherwise made available by this Act may be used to implement the U.S. Global Change Research Program National Climate Assessment, the Intergovernmental Panel on Climate Change’s Fifth Assessment Report, the United Nation’s Agenda 21 sustainable development plan, or the May 2013 Technical Update of the Social Cost of Carbon for Regulatory Impact Analysis Under Executive Order.’

McKinley zegt dat hij met de toevoeging wil voorkomen dat de regering van president Obama de kosten van zijn klimaatpolitiek probeert te verhalen op het ministerie van Defensie. Volgens McKinley verandert het klimaat weliswaar, maar heeft het dat altijd wel gedaan. Hij ziet dan ook geen reden om Obama via defensie ruimte te geven voor zijn ‘politieke ideologie’.

Met het ontkennen van de wetenschap, verdwijnt helaas niet het probleem, schrijft McKinley’s Democratische collega Henry Waxman in een brief aan het Huis:

‘The actual costs of climate change are almost certainly higher than the federal government’s estimate, which does not include the costs of ocean acidification, for example. The McKinley amendment would require the Defense Department to assume that the cost of carbon pollution is zero. That’s science denial at its worst and it fails our moral obligation to our children and grandchildren.’

McKinley’s amendement zadelt Defensie op met een aantal lastige problemen. Het Pentagon doet al jaren onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering en is tot de conclusie gekomen dat de gevolgen voor militaire operaties op termijn heel groot kunnen zijn, en dat conflicten wel eens een ander karakter kunnen krijgen als gevolg van bijvoorbeeld toenemende droogte, dan wel overstromingen in sommige regio’s in de wereld. Het Pentagon schreef in november vorig jaar:

‘The effects of climate change are already evident at Defense Department installations in the United States and overseas, and DOD expects climate change to challenge its ability to fulfill its mission in the future, according to the first DOD Climate Change Adaptation Roadmap.’

En in de recent verschenen Quadrennial Defense Review 2014 staat onder andere:

The impacts of climate change may increase the frequency, scale, and complexity of future missions, including defense support to civil authorities, while at the same time undermining the capacity of our domestic installations to support training activities. Our actions to increase energy and water security, including investments in energy efficiency, new technologies, and renewable energy sources, will increase the resiliency of our installations and help mitigate these effects.

Bovendien, stelt het Pentagon, functioneert klimaatverandering als een ‘threat multiplier’ door bestaande risico’s te vergroten:

Climate change may exacerbate water scarcity and lead to sharp increases in food costs. The pressures caused by climate change will influence resource competition while placing additional burdens on economies, societies, and governance institutions around the world. These effects are threat multipliers that will aggravate stressors abroad such as poverty, environmental degradation, political instability, and social tensions – conditions that can enable terrorist activity and other forms of violence.

Neem Syrië. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de invloed van klimaatverandering op de burgeroorlog in het land. Een artikel dat ik daarover in 2012 in NRC Handelsblad heb geschreven, begint als volgt:

In november 2008 waarschuwde de Amerikaanse ambassade in Damascus in een vertrouwelijk ambtsbericht aan Washington voor onrust in Syrië. Het bericht, te vinden op klokkenluiderswebsite WikiLeaks, was gebaseerd op een gesprek met een vertegenwoordiger van het Syrische regime. Hij zei te vrezen voor wat hij noemde „sociale destructie” in zijn land, die zou kunnen leiden tot politieke instabiliteit.
Abdullah Bin Yehia, de Syriër die in het ambassadebericht werd aangehaald, werkte bij de voedsel- en landbouworganisatie FAO. Zijn zorgen gingen niet over politieke spanningen of over etnische conflicten, niet over burgerrechten of de angst van de Syrische bevolking voor de veiligheidsdiensten, maar over de aanhoudende droogte in grote delen van het land.

Mijn conclusie is niet dat klimaatverandering de oorzaak van het oorlog was, maar dat het voorbeeld heel goed laat zien, hoe een veranderend klimaat in de toekomst kan bijdragen aan het verergeren van een conflict. Klimaatverandering werkt dan als een ‘sluipmoordenaar, die pas gevaarlijk wordt als hij wordt genegeerd’. En dat laatste is nou precies wat McKinley en de zijnen van de Amerikaanse defensie eisen.

 

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.