Even een gebouw printen

Voor een fabrikant producten ontwerpen, vindt hij „ouderwets”. Joris Laarman richt zich liever op digitale fabricage. „We staan aan de vooravond van een nieuwe industriële revolutie.”

Joris Laarman en Anita Star, de art directors van het Joris Laarman Lab, en een van hun twee kinderen. Op de achtergrond digitaal gefabriceerde stoelen. Foto Thijs Wolzak

Een futuristische ‘bottenstoel’ ontworpen met software uit de auto-industrie. Een lamp met een lichtgevend membraan van genetisch gemodificeerde vuurvliegcellen. En meubels die de consument met een druk op de knop uit een print- of freesmachine kan laten komen.

Joris Laarman (34) is een ontwerper die naar de toekomst kijkt. De naam van zijn studio, Joris Laarman Lab, onderstreept dat. In een oude textielfabriek in Amsterdam Slotervaart probeert hij hightechvondsten uit universiteitslaboratoria aan te wenden voor productvormgeving. Experimenten op de grens van wat mogelijk is en wat mogelijk zal worden.

De resultaten van zijn onderzoek trekken wereldwijd de aandacht. Rijke mensen en beroemde musea als het Victoria & Albert in Londen en het MoMA in New York verzamelen zijn futuristische ontwerpkunst. Het internationale bedrijfsleven toont belangstelling voor de computergestuurde fabricagetechnieken die Laarman daarvoor ontwikkelt. Op dit moment trekt vooral zijn robotgestuurde 3D-metaalprinter de aandacht. Constructiebedrijven hopen met een nog grotere ‘XL’-versie boten en gebouwen te kunnen printen.

Op royaltybasis voor een fabrikant producten ontwerpen, Laarman noemt het „ouderwets”. „Design van nu vind ik niet zo interessant. Vaak is het ook zo lullig. Wéér een lamp die er net wat anders uitziet. Of weer een spuitgegoten plastic stoel. Duh...”

Laarman zoekt inspiratie bij modernistische ontwerpers als Gerrit Rietveld of Jean Prouvé, die begin vorige eeuw zochten naar de esthetiek van de ontluikende industriële productiemethoden. Zij hadden de wil om de wereld te veranderen. Die ambitie heeft Laarman ook. „Ik wil inspireren, bezig zijn met het design van morgen. Vergelijk het met de mode: ik maak couture voor de catwalk. Uiteindelijk leidt dat hopelijk tot mode voor een groot publiek.”

Door de overgang van analoog naar digitaal staan we volgens Laarman aan de vooravond van een nieuwe industriële revolutie. Voor veel producten gaat het fabricage- en distributiesysteem op de schop. Een digitale blauwdruk van een product downloaden en die sturen naar een productiebedrijf om de hoek of naar de eigen 3D-printer thuis, het wordt in de nabije toekomst gangbaar.

Door deze ontwikkeling verandert de rol van de ontwerper, zegt Laarman. „Hij wordt een werkvoorbereider die de puzzelstukjes bedenkt waarmee consumenten naar believen producten kunnen samenstellen.”

Kwestie van lef en tijd

Op een tentoonstelling bij zijn vaste galerie in New York neemt Laarman een voorschot op de toekomst. Daar toont hij onder meer een stoel die hij met computergestuurde machines in twaalf zeer verschillende uitvoeringen heeft gefabriceerd. Bijvoorbeeld van 202 kunststof puzzelstukjes uit een 3D-printer, van 150 repen eikenhout uit een freesmachine, of van 48 lasergesneden stroken magnesium.

Waarom zoveel kleine onderdelen? Hij moest wel segmenteren, legt Laarman uit. Zelfs het printvolume van de grootste 3D-printer is nog zo klein, dat je er slechts gadgets mee kunt fabriceren, zoals sieraden en telefoonhoesjes.

Digitale fabricage staat nog in de kinderschoenen, zegt hij „Wat autofabrikant Henry Ford vorige eeuw deed door de lopende band te introduceren, zo’n slag is met digitale fabricage nog niet gemaakt. Die techniek moet nog worden opgeschaald en efficiënter en goedkoper worden gemaakt. Dat zit eraan te komen. Het is nog een kwestie van tijd en van bedrijven die het lef hebben om te investeren.”

Tegelijk met de opening van zijn tentoonstelling in New York lanceerde Laarman de website bitsandparts.org. Via de site kunnen de handleidingen van enkele door hem ontworpen stoelen gratis worden opgevraagd. Met behulp van een simpele 3D-printer en een computergestuurde freesmachine kunnen liefhebbers de onderdelen zelf fabriceren. De materiaalkosten: ongeveer 40 euro per stoel. „De eerste 3D-prints waar je daadwerkelijk iets aan hebt.” Hij zegt het met een lach. „De kwaliteit zal je verbazen.”

De site is een „statement”. Het ergert hem dat er nog geen 3D-printer is met een volume van een kubieke meter. „Dat slaat nergens op. Misschien ga ik er zelf wel eentje ontwikkelen. En dan liefst een apparaat waarmee je tegelijk kunststof en metalen kunt printen, in verschillende kleuren.”

Hij sluit niet uit dat anderen hem voor zullen zijn. Na de internethausse is er een hardwarebubble op komst, zegt Laarman. „Zie hoe het MakerBot is vergaan. Een paar jongens in een garage die 3D-printers ontwierpen. Dat bedrijfje is vorig jaar voor ruim 400 miljoen dollar [300 miljoen euro, red.] overgenomen. Niemand die precies weet wat ons te wachten staat. Maar dat digitale fabricage enorme impact krijgt, daar hoef je niet aan te twijfelen.”

Mooi is niet genoeg

Joris Laarman is altijd een buitenbeentje geweest. Hij studeerde in 2003 cum laude af aan de Design Academy Eindhoven met een betonnen radiator in de vorm van een slingerplant. Sierlijk, maar ook functioneel ontworpen: door de barokke vorm is de warmteafgifte hoger dan bij traditionele radiatoren. Dat hogere rendement was voor hem essentieel, zegt hij. „Alleen mooi vind ik niet genoeg. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe vormtalen die voortkomen uit een techniek, naar ontwerpen met een toekomstbelofte.”

Op internet speurt hij naar nieuwe technologie die hij naar alledaagse producten kan vertalen. In Nederland ving hij bot bij wetenschappers („Hier is iedereen vooral bezig met publiceren”), maar in de Verenigde Staten staan onderzoekers vaak open voor samenwerking, zegt hij. „Wat ik doe wordt in het Engels vaak tinkering genoemd. Ik speel met technologie. In eerste instantie puur voor de lol, daarna kan het leiden tot een nieuw prototype, en dat kan weer leiden tot veel grotere dingen.”

Vergeleken met andere ontwerpers heeft Laarman een afwijkend businessmodel voor zijn studio. Zijn meubels maakt hij in gelimiteerde oplagen, die in galeries en beurzen voor bedragen met soms zes cijfers worden verkocht. De opbrengsten bieden hem het platform om in alle vrijheid zijn sciencefiction te realiseren. En soms leidden die experimenten tot nieuwe vondsten.

In samenwerking met studenten uit Italië bouwde Joris Laarman Lab vorig jaar bijvoorbeeld een robotprinter voor metalen. In tegenstelling tot bestaande printers hoeft deze 3D-printer volumes niet laagje voor laagje vanuit een plat vlak op te bouwen, maar kan hij vrijuit, van elke denkbare hoek, structuren printen. Op zijn tentoonstelling in New York toont Laarman het eerste product dat hij ermee maakte: de Dragon Bench, een bank, een sierlijk vlechtwerk van roestvrijstalen draden.

Een demonstratiefilm van de robotprinter op YouTube trok in korte tijd een half miljoen kijkers. Vanuit de hele wereld meldden zich geïnteresseerde bedrijven, waaronder het Amerikaanse technologiebedrijf Autodesk, wereldmarktleider op gebied van 3D-software.

Met steun van deze multinational werkt het Laarman Lab nu aan drie versies van de printer: een kleine consumentenversie, een mediumversie voor lokale werkplaatsen en een XL-versie voor constructiebedrijven. Mogelijk kunnen daarmee binnenkort de dragende constructies van gebouwen of het casco van een boot worden gemaakt.

In juni reist Laarman weer naar Silicon Valley voor overleg met Autodesk en sportschoenenfabrikant Nike, waarmee hij inmiddels ook afspraken maakte voor andere projecten. Waarom grote bedrijven bij zijn Lab aankloppen? Laarman lacht. „Wij doen hier kennelijk dingen die niemand anders doet.”