Europese verkiezingen: veel voors en (wat minder) tegens

Verkiezingen heten wel een ‘feest van de democratie’. Maar als dat zo is, dan waren de verkiezingen voor het Europees Parlement wel het matste feestje dat ooit in Nederland is gegeven – ‘project’ Europa is geen project X.

Aan deze krant, trouwens ook aan andere, heeft het niet gelegen. In de feestzaal NRC gingen de stoelen aan de kant en werden slingers, ballonnen en confetti binnengedragen.

Al vanaf eind april rolde een indrukwekkende barrage aan uitlegstukken, reportages en speciale bijlagen door de kolommen – meer dan de krant ooit eerder aan Europese verkiezingen heeft gedaan, bij mijn weten. Winst, want het is altijd een probleem geweest om het abstracte ‘Europa’ voor het voetlicht te brengen.

Achtereenvolgens bracht de krant, onder meer, een reeks reportages vanuit EU-lidstaten, een EU-quiz, een reeks Grote Vragen, en twee Europabijlagen. Daarnaast waren er aanverwante nieuwsproducties, zoals die over de Eerste Wereldoorlog, ook een Europees ijkpunt en – al vanaf maart – ten minste zes pagina’s in de boekenbijlage over Europa.

Het leverde alles bij elkaar vaak originele en interessante stukken op, zoals die reeks Grote Vragen. Maar ook gewoon journalistiek werk dat inzicht biedt, zoals een mooi stuk van Petra de Koning over kijvende Nederlandse partijen in het Europees Parlement, of de beschouwing van Stephane Alonso over het ‘Mickey Mouse-parlement’ dat volgens de krant nu juist „machtiger is dan ooit’’.

Kortom, de vraag ‘meer of minder Europa’ werd door de krant, zeker kwantitatief, ondubbelzinnig beantwoord.

Was het inhoudelijk ook in balans?

Ik heb er weinig negatieve reacties van lezers over gehad – opmerkelijk, want Europa verdeelt de meningen ook onder abonnees van NRC Handelsblad.

Maar sommige lezers hebben wel kritiek, niet zozeer op de inhoud van al die stukken als wel op het kader dat de krant aanbracht. Een student Europees recht die de verkiezingen op de voet volgt, vindt bijvoorbeeld dat de de hele omvangrijke productie erg werd ‘geframed’ als een metakwestie: vóór of tegen ‘Europa’. Wat hem betreft een onrealistische voorstelling van zaken – Europa gaat toch wel door – en bovendien een met een onmiskenbare pro-teneur van de krant.

Dat is wel een punt. Hij wordt in die mening overigens bevestigd door het hoofdredactioneel commentaar van zaterdag, dat stelde: „De keuze is donderdag wel degelijk voor of tegen Europa”.

Maar, merkt die student op, het stuk Zeven mythes over Europa suggereerde bijvoorbeeld dat euroscepsis is gebaseerd op ‘mythes’, terwijl uit het stuk zelf blijkt dat het vaak eerder gaat om halve waarheden, of om interpretatieverschillen. En ja, je zou even goed zeven pro-Europese ‘mythes’ kunnen ontkrachten.

Dat neemt niet weg, dat ook de euroscepsis serieus aan bod kwam, vooral in die reportages uit de lidstaten.

Maar ik heb wel een andere kanttekening. Want door zo de nadruk te leggen op brede vragen, feestelijke vondsten en didactische uitleg over het institutionele Europa, zou je bijna uit het oog verliezen dat verkiezingen in de eerste plaats een democratisch moment zijn voor burgers om concrete politieke keuzes te maken. En dan gaat het niet alleen om voor of tegen Europa, maar om omstreden, gevoelige dossiers als privacy, veiligheid, milieu, arbeid, immigratie et cetera.

Om daarbij te helpen bracht de krant een stemwijzer in een bijlage, en een keuzegids op de voorpagina (‘stem met je hart’, ‘stem voor macht’). Maar van mij had er nog veel meer in gemogen, over de partijprogramma’s, meningen van lijsttrekkers, standpunten, beloftes en behaalde resultaten van politici en partijen, dat had mij in elk geval geholpen om te kiezen – als sceptische eurofiel.

Dat speelt temeer, omdat de verkiezingen zich afspelen middenin de ernstigste internationale crisis die Europa in jaren heeft beleefd, die over Oekraïne: het hele eurodrama – politieke, diplomatieke, militaire, economische en culturele breukvlakken, allemaal voorhanden in één crisis, die maar voortdendert. Nu stond die berichtgeving, met actuele stukken over diplomatie, defensie, gaspolitiek en internationaal recht, buiten de geplande reeks Europaverhalen – in de krant kwam zo dus ook een soort Europa van de twee snelheden.

Nog een terzijde. Wat opvalt, als ik door de verzamelde producties blader, is dat de blik op Europa nogal… eurocentrisch is. Ja, nogal logisch. Maar ik bedoel: vanuit een klassieke, of zelfs conservatief gedefinieerde Europese identiteit. Maarten Huygen beantwoordde bijvoorbeeld de allereerste Grote Vraag (‘Wat maakt je tot Europeaan?’) in feite met: cultuur en geboorte. „Een Europeaan is in de eerste plaats westerling”, schreef hij. En kennelijk niet in de eerste plaats Nederlander, Fransman, Schot of Limburger.

Daar kun je over twisten, zoals ook alweer bleek uit de nationale reportages die volgden. Het roept bovendien de vraag op, als we toch gaan uitzoomen, hoe er tegen Europa wordt aangekeken in landen als – een bekend rijtje - China, India of Brazilië. Doet Europa er daar toe, en zo ja, hoe? Ik heb veel interessants gelezen over de Europese identiteit – al vanaf begin maart, toen de boekenbijlage twee pagina’s bracht naar aanleiding van Pieter Steinz’ Europese cultuurboek. Maar dat alternatieve perspectief van ‘buiten’ zag ik veel minder vaak. Toch opvallend, na zoveel jaren berichten over kantelende wereldordes.

Dichter bij huis, speelt dat alternatieve perspectief ook bij een van de grootste actuele Europese kopzorgen, immigratie en integratie. De angst voor Überfremdung zet al ruim een decennium de toon in de EU, ook in Nederland. Het thema dook wel op, bijvoorbeeld in een sterke reportage van correspondent Peter Vermaas vanuit het Franse Hayange, waar het Front National de grootste werd bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Maar met hoeveel scepsis, liefde of afkeer wordt Europa bekeken in Clichy-sous-Bois, Kreuzberg of Amsterdam-West? Ook daar zou je over willen lezen voor de feestzaal wordt ontruimd.

Europa is tenslotte nog lang niet voorbij.

Reacties: ombudsman@nrc.nl