De Oppertopper

Vanavond staan ze weer voor een volle Arena // Maar wat maakt de Toppers zo succesvol? // Voor een groot deel: de man die er sinds het begin bovenop zit, René Froger

Foto Hollandse Hoogte

Voor het concert reed René Froger terug naar huis om zich op te frissen. Even geen mensen om zich heen, rust voor de stem. Hij lag in de sauna – en viel in slaap. „Ik werd twintig minuten te laat wakker”, vertelt de zanger. „Maar toen ik in mijn auto stapte en de A1 op reed, stond er al een file. Ik stond in de file voor mijn eigen concert.”

Dat was twee jaar geleden. Ook vanavond zullen er weer files staan voor de Amsterdam Arena. Dan staan De Toppers, de groep van René Froger, Gerard Joling en Jeroen van der Boom, er weer, voor een reeks van vier uitverkochte concerten – 68.000 man per keer. Dit jaar is hun tiende editie en ze verwachten hun tweemiljoenste bezoeker.

Wat is de verklaring voor dit succes? Om te beginnen is dat René Froger zelf, die er als enige van de muzikanten alle edities bij was. Hij zit in zijn tuinhuis naast het zwembad van zijn villa in Blaricum. Tegenover hem zijn producer en zakelijk partner Benno de Leeuw. Tuinmannen verzorgen de planten, een huishoudhulp brengt een espresso terwijl de zanger knabbelt aan reepjes groene paprika. Er lopen honden in allerlei formaten.

„We zaten in het vliegtuig toen René zei dat hij een keer de Arena wilde doen”, vertelt De Leeuw. „Voor die shows, in 2004, filosofeerden we over leuke elementen. Dat werd een medleyblokje met Gerard Joling en Gordon. Dat sloeg zo aan dat we dachten: hier moeten we een concept van maken. Het volgende jaar hebben we weer de Amsterdam Arena geboekt, maar dan niet meer voor een soloconcert van René, maar voor De Toppers.”

Froger: „Het is een meezingfeest. De kracht is dat iedereen die liedjes kent.”

De Leeuw: „Het succes zit in het feit dat we niks uitproberen: we gaan voor de herkenning. Als een van onze gasten een nieuwe single wil promoten, zeggen wij: nee, doen we niet, dat past niet in ons concept. Normaal gaat tijdens een concert het publiek misschien twintig minuten écht uit zijn dak. Bij De Toppers verwachten mensen 3,5 uur onafgebroken feest.”

Wie denkt dat er sprake is van een band waarin de leden gelijke zakelijke inbreng hebben, heeft het mis. Froger en De Leeuw zijn de initiatiefnemers.

Froger: „Ik ben de lijm, zo moet je dat zien. Ik ben altijd degene die mensen bij elkaar brengt. Ik denk showmatig, productiematig. Ik heb verschillende rollen, die van artiest en van mede-eigenaar en producent. Als er gewerkt moet worden, stappen Benno en ik in.”

De Leeuw: „De anderen hebben wel inbreng, maar hun taak is puur die van uitvoerend artiest.”

Froger: „Maar iedereen is er het hele jaar mee bezig: waar gaan we heen, wat gaan we doen. Hebben zij ideeën, dan werken wij die uit. En de inbreng van Jeroen van der Boom is geweldig. Hij is muzikaal heel flexibel en heeft veel toegevoegd aan de groep. Rocknummers bijvoorbeeld, dat is niks voor Gordon of Gerard Joling. We doen tegenwoordig ook een stukje dance, dat spreekt meer jong publiek aan.”

Hoe kiezen jullie de liedjes uit?

Froger: „De medleys die we samenstellen duren nooit langer dan zes minuten. Ons criterium is: spreekt het iedereen aan, is het een hit van het volk? Wat we doen strekt zich uit van liedjes van de Beatles tot ‘Het kleine café aan de haven’. We gaan ook niet voor onze eigen singles. We mogen dan allemaal grote ego’s hebben, we doen alles in dienst van het concept.”

De Leeuw: „We kijken naar welke liedjes in de kroegen worden gedraaid. Je hebt bepaalde platen die niet op de radio komen, maar wel echte hits van het volk zijn. Een liedje als ‘De woonboot’, dat is een echte kroegknijter, ken je die? Nou, premier Rutte kent ‘De woonboot’ ook als hij het hoort. Rutte is ook al een aantal keer bij De Toppers geweest.”

Froger: „Wat ook belangrijk is, is dat de liedjes meezingbaar zijn. Ik weet precies wat mensen meezingen, welk regeltje wel of niet. Dat is gewoon ervaring.”

De Leeuw: „Daarnaast moeten we de balans bewaken. Neigen we niet naar te veel rock, Hollands, Engels? Dat is lastig, omdat onze doelgroep zo breed is. We kunnen aan de kaartverkoop zien waar onze bezoekers vandaan komen, het is echt een afspiegeling van de bevolking. Van Delfzijl tot Antwerpen, hoog- en laagopgeleid, jong en oud.”

En zo divers is de show ook. Hoe bouw je daarin spanning op?

Froger: „Je kunt het vergelijken met skiën. We vertrekken van een hoog punt, dan dalen we een stukje af, maar we moeten voldoende vaart houden om de volgende berg te bereiken. Je kunt mensen niet 3,5 uur met hun handen omhoog laten staan. Maar klein en intiem, dat werkt ook niet.”

De Leeuw: „Het feest begint eigenlijk al eerder. We hebben ieder jaar een thema, mensen komen verkleed. Dit jaar is dat Made in Holland. De feestwinkels zijn nu al helemaal in de stijl van De Toppers. De opening is altijd spectaculair: iedereen vraagt zich af hoe ze nu weer op zullen komen. Je neemt mensen mee op reis, die moet ergens eindigen. En toch moeten mensen aan het einde het gevoel hebben: het had langer mogen duren.”

Froger groeide op in de Amsterdamse Jordaan. Zijn ouders hadden een kroeg. Lang richtte hij zich op Engelstalig repertoire, nu staat zijn carrière voor het grootste deel in het teken van De Toppers. Zes mensen werken het hele jaar door aan de concerten. Op de avonden zelf zijn dat er rond de 1.400, schat De Leeuw.

Tijdens het interview rookt hij vijf sigaretten. „Voor de concerten is iedereen topfit”, zegt de zanger. „Ik ga elke dag hardlopen. En ik heb een fitnessruimte beneden. Mensen denken dat je alleen zuinig moet zijn op je stem, maar je belast je hele lichaam. Je loopt continu heen en weer op dat podium, omdat iedereen iets te zien moet hebben.”

De Leeuw: „Iedere seconde van de show is gecued. De zangers krijgen aanwijzingen in hun oor over de choreografie en de nummers, terwijl ze ook die noot nog moeten pakken.”

Froger: „Als ik op het podium sta, regisseer ik. Ik hou alles in de gaten. Het is een wirwar in je hoofd, terwijl het voor het publiek moet lijken alsof ik sta te feesten.”

Ieder jaar komen er ook bekende gasten langs. Dit jaar Gordon, Lee Towers en Henny Huisman.

De Leeuw: „Henny was eigenlijk bedoeld als surpriseact. Hij heeft het verklapt in een interview. De telefoon stond meteen roodgloeiend.”

Froger: „Hij was ons iets voor, ja.”

De Leeuw: „Dankbaar dat-ie mee mocht doen.”

Froger: „Het thema is Made in Holland, we laten dingen zien waar we in Nederland trots op zijn. Henny is ook Hollands. Alle shows die je nu op tv hebt, X-Factor, The Voice of Holland, zijn afgekeken van Henny’s Soundmixshow. Bovendien is hij de ontdekker van Gerard Joling.”

Zou het Toppers-idee ook buiten Nederland kunnen werken?

De Leeuw: „Ja, we zouden dit in het buitenland kunnen doen met artiesten die daar bekend zijn. We hebben al gesprekken gevoerd in Duitsland en Engeland, nu is er interesse uit China en Japan. De grootste artiesten zingen meezinghits uit heden en verleden, dat kan wereldwijd.”

Is er al een deal?

De Leeuw: „Nee. Het is ook geen kwestie van verkopen, het is niet van: hier heb je een draaiboek en ga het maar doen. Als wij naar Duitsland gaan, moeten we daar ook een vinger aan de pols houden, het is heel arbeidsintensief. Je moet een lokale partij vinden die de wetten daar kent. We denken in de vorm van een licentie, met gedeelde risico’s bij winst of verlies.”

Froger: „Maar voor een buitenlander blijft het iets geks wat wij doen. Die denkt: organiseer je zo’n spektakel voor maar vier dagen? U2 geeft zeventig shows.”

Kunnen de Toppers eigenlijk zonder jou?

„Ik wil niet zeggen dat ik dit tot mijn tachtigste blijf doen, maar de eerste zeven, acht jaar blijf ik zeker. In de loop der jaren zou het kunnen dat iemand mij vervangt. Tuurlijk. Waarom niet?”