Opinie

Côte d’Azuur

Youp

Ik zit op een strandje in Zuid-Frankrijk en zie hoe honderden loonslaven een jaar kantoorleven uit hun witte lijven liggen te braden. Op van die bedjes. Eerst worden ze kreeftrood. Dat hoort er bij. Om het uur worden ze door een meneer met een grote tang gedraaid. Ze kijken onderhand wanhopig op de schermpjes van hun mobiel, maken af en toe een selfie, om die vervolgens op Facebook of Instagram te zetten. Dan zien de collega’s in Londen, Dublin of Alphen aan den Rijn je op je bedje liggen. Jaloersmakend toch? De slaven chatten of slapen. En tussen de middag wordt er geluncht. Met veel witte wijn. Anders is het niet te doen. Er wordt niet veel gelezen. Hooguit een glossy met een Yolanthe-achtige Sylvie op de cover.

Voor de kust liggen gigantische schepen van radeloze schathemeltjerijken. Ze vervelen zich openlijk de tyfus. Die schathemeltjerijken zijn vaak de bazen van de bruin bakkende slaven die dromen van zo’n boot, terwijl de schathemeltjerijken onderhand stiekem naar zo’n bedje verlangen.

Ik ben op een plek vlakbij Monaco waar dit weekend de bolides van de Formule I door de straten gieren. Daarom liggen er meer boten dan normaal. De Formule I is het belangrijkste feestje van de vereniging van schathemeltjerijken. Ze worden straks met helikopters van hun bootjes gehaald en afgeleverd in een VIP-vak bij de Grand Prix. De slaven zien dat. De schathemeltjerijken willen dat dat gezien wordt. Anders is er niks aan. Hun bootjes liggen met zijn allen op een rij zodat ze elkaar goed kunnen bekijken. Dat is belangrijk. Heel belangrijk zelfs. Je kunt wel met zo’n boot in je uppie de oceaan op stomen, maar dan ziet niemand je. Dan drijf je voor de kat zijn viool. En heb je niks aan je boot. Je boot is pas wat waard als ’ie naast een andere boot ligt en bekeken wordt. Zowel door collega-schathemeltjerijken als door de fantaserende slaven.

Opeens hoop ik op een overvol bootje vluchtelingen dat opdoemt aan de horizon. Mensen uit Eritrea bijvoorbeeld. Met van die grote droeve hongerogen. Zullen de slaven op de bedjes dan wakker worden? En zo ja, wat zeggen ze dan? Overleggen ze met elkaar? Of lezen ze verder in hun glossy? En hoe reageren de schathemeltjerijken? Wat vragen zij aan de vluchtelingen? Of ze ook naar de Grand Prix gaan? Of beginnen ze over het Filmfestival van Cannes? Vragen ze of ze daar graag heen willen. Vragen ze of ze juist daarvoor helemaal uit Afrika zijn komen dobberen. Of ze allemaal filmgek zijn?

Dat filmfestival in Cannes is dit jaar extra bewaakt. Vorig jaar hadden maffiosi voor 100 miljoen aan glimmertjes buitgemaakt. Daar werden de filmsterren mee behangen. Ik vind dat nog steeds een grappig verhaal. Geniale boefjes. Net als de schathemeltjerijken op hun bootjes. Die hebben de zaak meestal wel voor meer dan 100 miljoen getild. Anders heb je niet zo’n boot.

Las deze week dat de filmwereld het niet gemakkelijk heeft. Wie dat zegt? De filmwereld zelf. Wie anders? Dat soort dingen moet je zelf zeggen.

„Het zijn zware tijden”, mompelen ze met een mond vol kaviaar. Zouden ze dat ook tegen de bootvluchtelingen durven zeggen? Zou ik grappig vinden. Ik begrijp dat Nederlandse fiscalisten op dit moment allerhande filmboeren in Cannes adviseren. Ze leggen de producenten uit hoe de Rolling Stonescontructie werkt. Dan vestig je je holding op de Amsterdamse Herengracht en betaal je vervolgens nulkommaniks belasting. KPMG helpt je graag. Vroeg me deze week af of het een goed idee zou zijn als autofabrikant MG een speciaal model op de markt brengt, de zogenaamde KPMG. Uitsluitend in de kleur zwart verkrijgbaar. Las deze week dat KPMG een bedrijfsethicus in dienst heeft. Een zogenaamde integriteitsdeskundige die ondernemingen adviseert transparant te handelen.

Zo geestig. Dat je dat op een congres moet zeggen. Dat je je aan de zaal voorstelt als de bedrijfsethicus van KPMG. Ik zou er in het theater een vette lach mee scoren.

Ik kijk naar de bradende loonslaven en de radeloze boten in de Middellandse Zee. En onderhand denk ik: ik heb vakantie en ga hier helemaal niks mee doen. Ik hou het mooi voor mezelf. Vervolgens sluit ik mijn ogen en droom iets moois, iets van een stevige verkiezingsnederlaag van een bleekwaterpoliticus. Had hem kunnen laten sterven aan de ebola. Maar zo wreed droom ik nooit.