‘Van hem kun je niets stelen’: Amerikanen staan in de rij voor Karl Ove Knausgard

Nog 2,201 pagina’s Noors, dan heeft Don Bartlett alle zes delen uit Knausgards romanreeks ‘Mijn strijd’ in het Engels vertaald. Sinds 2012 is Amerika in de ban van de Noorse auteur. Maar wat maakt hem zo bijzonder? The New York Times vroeg het aan Amerikaanse collega’s van Knausgard. Schrijver Jeffrey Eugenides, die de Noorse auteur

Karl Ove Knausgard
Karl Ove Knausgard Foto ANP

Nog 2,201 pagina’s Noors, dan heeft Don Bartlett alle zes delen uit Knausgards romanreeks ‘Mijn strijd’ in het Engels vertaald. Sinds 2012 is Amerika in de ban van de Noorse auteur. Maar wat maakt hem zo bijzonder?

The New York Times vroeg het aan Amerikaanse collega’s van Knausgard. Schrijver Jeffrey Eugenides, die de Noorse auteur op 6 juni zal interviewen de New York Public Library, vindt Knausgards extreme openhartigheid - kinderopvang, boodschappen doen, ruzies, alle elementen uit het alledaagse leven komen aan bod in ‘Mijn strijd’- iets wat tot op heden “niemand heeft gedaan”:

“Ik dacht dat het een of andere stugge Noorse roman zou zijn. Maar ik had een verkeerd beeld. De meeste mensen zijn net zo verrast als ik dat ze door de boeken gegrepen worden.”

Van Knausgards boeken zijn tot op heden in Amerika zo’n 40.000 exemplaren van verkocht. Schrijver Jonathan Lethem, wiens nieuwe roman Dissident Gardens eerder deze maand is verschenen, noemt de boeken van Knausgard een “briljant portret van het heden”:

“Je bent in aanwezigheid van een stem die enorm bewust is en zijn hele capaciteit aanwendt om te vertellen wat er in het hoofd van de verteller omgaat. En dat is intrigerend.”

Voor Lethem zijn de boeken van Knausgard ‘verplichte kost’:

“Ik kan niet stoppen. Soms duikt er een schrijver op die gewoon van je eist dat je voor zijn nieuwe boek in de rij gaat staan.”

Literaire methodiek

Binnenkort verschijnt in Amerika deel drie uit Knausgards romansreeks ‘Mijn strijd’: Boyhood. Het boek gaat over de jeugd van Knausgard in Zuid-Noorwegen en vooral over diens angst voor zijn onberekenbare vader.

De Nederlandse vertaling van dit deel, Zoon, kwam begin 2013 uit in Nederland. In dit deel geeft Knausgard volgens recensent Kester Freriks ‘zijn literaire methodiek bloot’:

‘Hij zoomt in en zoomt uit. Soms legt hij pagina’s lang het vergrootglas op een duizelingwekkende hoeveelheid details om vervolgens uit te weiden over tijdgeest, de werking van het geheugen en soorten van herinnering. [..] Nu pas komen de vroegste kindertijd en de jeugdjaren aan bod. Dat vereist van de schrijver ingenieuze kunstgrepen om de fase waarvan hij zegt zich niets te herinneren aanschouwelijk te maken. Hij geeft een nauwgezette opsomming van soorten van herinneringen. Er zijn geuren die herinneringen oproepen, smaken, geluiden, gevoelens als geluk en woede en tot slot herinneringen die verbonden zijn met het landschap.’

Voor veel lezers, zo benadrukt ook The New York Times, is dat een reden om Knausgard weg te leggen: al die extreem gedetailleerde uitweidingen. Criticus William Deresiewicz zette Knausgards boeken in The Nation weg als oppervlakkige rommel.

Lorin Stein, redacteur van The Paris Review, uit in The New York Times zijn waardering voor de uitweidingen van Knausgard:

“Hij is geïnteresseerd in het zich verplaatsen in het hoofd van het kind of de man die hij is geweest. Zelfs als dat de man is die hij gisteren was.”

Van Knausgard kunt je niets leren

Schrijver Jonathan Callahan ontdekt in Knausgard de ‘urgentie van een blogger’. Door zijn snelheid en accuratesse is hij in staat een ‘kakofonie aan stemmen’ op te tekenen. Schrijfster Sheila Heti vergelijkt de boeken van Knausgard met een Rorschach: “Wat je in de boeken ziet is een spiegelbeeld van jezelf”.

Volgens de Britse schrijver Hari Kunzru is Knausgard een schrijver ‘van wie je niets kunt leren’. Een compliment:

“Schrijvers houden van hem en aanbidden hem. Maar er is niets dat je als schrijver van hem kunt leren, want hetgeen dat zijn schrijven zo geweldig maakt is het vluchtige ervan, het ongrijpbare. Er is niets dat je kunt stelen.”