Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

‘Sympathieke’ regeling levert stokoude weduwen nog niets op

Nederland zou eindelijk zijn ‘ereschuld’ aan Indonesische weduwen aflossen. Dus niet, zegt advocaat Zegveld.

Liesbeth Zegveld, advocaat van de Indonesische weduwen die op een schadevergoeding van Nederland wachten, beschuldigt de staat van „opzettelijk traineren” van de uitbetaling. Sinds het kabinet afgelopen zomer aankondigde dat vrouwen van slachtoffers van standrechtelijke executies tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog 20.000 euro zouden krijgen, is slechts één claim toegekend. „De andere weduwen sterven waar we bijstaan”, zegt Zegveld.

Het leek zo’n sympathieke, bijna nobele regeling die het kabinet vorig jaar augustus aankondigde. Alle Indonesische vrouwen die konden aantonen dat hun echtgenoten tussen 1945 en 1949 door Nederlandse militairen geëxecuteerd waren in een actie „van vergelijkbare ernst en aard als Rawagede en Zuid-Sulawesi”, zouden schadevergoeding krijgen. Geen gesteggel meer bij de rechter. Toch nog genoegdoening voor het leed dat de Indonesische bevolking destijds was aangedaan. En eindelijk acceptatie van een staat die zijn koloniale verleden maar moeilijk een plek kan geven. Althans, dat was de indruk.

Maar het zijn niet de Indonesische weduwen die financieel wijzer worden van deze regeling, zegt Zegveld, maar de Nederlandse staat. Vorig jaar meldde ze zeventien weduwen aan. Eén van hen, mevrouw St. Ramisi, kreeg een vergoeding toegewezen. Veertien andere claims zijn na een half jaar beraad als „onvoldoende” afgeserveerd. Voor de weduwen Uri en St. Jala kwam het oordeel te laat, zij overleden vorig jaar.

Dat is het addertje onder het gras in de regeling: als een weduwe die zich gemeld heeft overlijdt, gaat haar claim niet automatisch over op haar kinderen. „Het zijn strikt persoonlijke vorderingen die niet vererven”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Dat is een cruciaal verschil met een lopende procedure voor de rechter. Wie sterft vóór de uitspraak, kan de zaak door nabestaanden laten voortzetten. Door de rechter uit het proces te halen, hoeft de staat niet te betalen als een weduwe tijdens de afwikkeling overlijdt. Zegveld: „Dat dwingt ons om de staat toch te dagvaarden, met allerlei extra kosten tot gevolg.”

In 2011 won Zegveld met het Comité Nederlandse Ereschulden een zaak die alles in beweging bracht. Toen oordeelde de rechtbank in Den Haag dat de massa-executie in het Javaanse dorp Rawagede in 1947 niet verjaard was, zoals de staat bepleit had. De weduwen kregen een schadevergoeding.

Daarna trof Buitenlandse Zaken buiten de rechter een schikking van 20.000 euro met tien weduwen uit Zuid-Sulawesi en kwam de algemene regeling. Zegveld: „Ik geloofde oprecht dat [minister] Timmermans dit netjes wil afhandelen, maar zijn ambtenaren zijn voornamelijk aan het vertragen. De bureaucratie ten top. Uit alles wat ze doen, spreekt de angst dat er straks aan duizenden weduwen moet worden uitgekeerd, terwijl het tot nu toe om tientallen gaat en de meesten al zijn overleden.”

Buitenlandse Zaken ontkent dat het bewust vertraagt. Het ministerie kon op basis van de bewijsstukken die Zegveld leverde „niet concluderen dat voor die gevallen was voldaan aan de voorwaarden”.

Zegveld heeft vorige maand nieuw materiaal aangedragen in de veertien afgewezen zaken. Met foto’s van grafstenen hoopt ze alsnog aan te tonen dat de weduwen aan de criteria voldoen. Ze vindt dat haar om overdreven veel bewijs gevraagd wordt. „Het zijn allemaal slachtoffers van bekende executies, geen nieuwe onbekende kwesties”, zegt ze. „Buitenlandse Zaken wijst de claims niet af omdat ze niet geloven dat hun verhaal waar is, maar omdat er na bijna zeventig jaar geen waterdicht bewijs meer is.”

Inmiddels heeft ze drie nieuwe zaken aangebracht bij Buitenlandse Zaken én bij de rechter, om niet het risico te lopen dat de claims vervallen bij overlijden. Dat heeft ze ook gedaan voor de veertien lopende kwesties. Worden de vorderingen niet alsnog ingewilligd, dan staan Zegveld en de staat in augustus weer tegenover elkaar – voor de rechter.