Princip: belezen jongen die droomde van heldendom

Anarchistisch theatercollectief De Warme Winkel debuteert op het Holland Festival. Voor hun voorstelling doken de makers in het levensverhaal van Gavrilo Princip, de moordenaar van Franz Ferdinand in 1914. „In zijn optreden schuilt een soort nobelheid.”

In vlekkeloos Duits lispelt Ward Weemhoff de steno notities van ‘Dr. Pappenheim’ in de microfoon. ‘Seit 5 Dezember 1914 hier. Die ganze Zeit Einzelhaft. […] In der Einzelhaft sehr schlecht, ohne Bücher, hat nichts zu lesen, mit niemand Verkehr.’ Die eenzame man is Gavrilo Princip. In 1916 bezocht psychiater Martin Pappenheim hem in de isoleercel, waar hij toen al twee jaar zat, vastgeketend aan de muur. Hij was veroordeeld voor de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand: in 1914 het – onbedoelde – startsein voor de Eerste Wereldoorlog.

Theatercollectief De Warme Winkel is al jaren gefascineerd door de idealistische Serviër, die afhankelijk van het historisch perspectief afwisselend als terrorist of vrijheidsstrijder wordt gezien. Weemhoff: „In het werk van Stefan Zweig en Joseph Roth dat we lazen voor onze voorstellingenreeks Weense Herfst, dook Princip geregeld op. En net zoals wij in die voorstellingen figuren als Oskar Kokoschka en Rainer Maria Rilke aan de - relatieve - vergetelheid wilden onttrekken, was het plan dat met Princip doen. We houden ervan de steen van een onderwerp af te halen. Maar we zijn door de tijd ingehaald; de Eerste Wereldoorlog is opeens gekende kost.”

Inderdaad zal het niemand zijn ontgaan dat Princip zijn aanslag honderd jaar geleden pleegde; het herdenkingsjaar heeft de in Nederland vergeten episode opnieuw onder de aandacht gebracht. „Dus moesten we een andere aanpak kiezen.” De knullig verlopen aanslag – Princip kon na een eerste mislukking alsnog raak schieten door een stuurfout van Franz Ferdinands chauffeur – leek ooit onbetaalbaar theatraal materiaal. Maar, zegt Maria Kraakman, „we weten nu niet eens meer zeker of dat er inkomt, iedereen kent dat verhaal nu wel.”

Natuurlijk lazen ze wel alles over Princip en het begin van W.O. I, van Hans Konings Death of a schoolboy (1974) en het linkse standaardwerk The road to Sarajevo van Vladimir Dedijer (1966) tot Christopher Clarks recente Slaapwandelaars. Weemhoff: „We moeten wel de feiten kennen, maar we gaan ze niet navertellen. Een geschiedenisles ligt op de loer.”

Met de vraag of Princip schuld had aan de oorlog houdt De Warme Winkel zich niet bezig. „Wij doen niet aan waarheidsvinding”, zegt Weemhoff, „dat is geen taak van theatermakers. We willen de distantie van de geschiedschrijving ontstijgen. De notities van Pappenheim prikkelden onze verbeelding.”

Die notities, evenals de verrassend nuchtere rechtbankverslagen, brachten de makers dichtbij de tijd, en bij de persoon Princip. Daarnaast zal de voorstelling straks óók gaan over herdenkingshypes en de „marktwerking in de geschiedschrijving”. „Herdenkingen verzekeren de bevolking dat hun stad, land of continent ertoe doet in de stroom van de tijd”, zegt Weemhoff in de voorstelling.

Maar vooralsnog ziet het decor van hun eerste Holland Festivalproductie eruit als een rommelmarkt na een bomaanslag: plastic dennenbomen, opgezette eenden, een oude piano, een Perzisch tapijt en zelfgeknutselde houten kastjes en karretjes. Op een stuk spaanplaat hangen post-its met mogelijke scènes, gedachtesprongen, zijsporen en inspiratiebronnen: ‘Geboorte Gavrilo’, staat er op één. ‘Das Weisse band-scène’ op een ander. ‘Laatste woorden Princip’ valt er te lezen. En: ‘†?’ Weer ergens anders staat ‘Pim Fortuyn’ en: ‘misbruik Gavrilo door PVV’.

Want hoewel ze diep in de geschiedenis duiken, dienden zich algauw parallellen aan met vandaag. Zo roept de grote Europese utopie van nu associaties op met het machtige Oostenrijk-Hongarije. Vincent Rietveld: „Princip was progressief gemotiveerd, maar zijn nationalistische overtuiging, de angst om als klein land door een almachtig rijk te worden opgeslokt, lijkt op de anti-Europese sentimenten van de PVV nu.”

En Pim Fortuyn, wat doet die er tussen? Jeroen De Man: „Misschien is Volkert van der G. wel een soort Princip. Hoe is zijn daad straks te plaatsen in dit tijdvak? Een logische ordening – zoals ‘de moord op Franz Ferdinand leidde tot W.O. I’ – wordt altijd pas achteraf aangebracht.”

De makers zijn gefascineerd door het fenomeen zelfbeschikking. De Man: „Moord keuren wij af. Maar bewonderenswaardig aan Princip is zijn engagement. Hij was belezen en ontwikkeld, geïnspireerd door Russische anarchisten als Kropotkin en Bakunin; een intelligente jongen van 19 die stond voor zijn ideaal. Dat soort engagement is voor ons soms jaloersmakend.”

Kraakman: „Al lezend kregen wij sympathie voor hem; Princip was een romanticus. In zijn optreden in de rechtszaal schuilt een soort nobelheid. Hij wilde gravin Sophie niet ombrengen, zegt hij daar vol berouw, en biedt de kinderen zijn excuses aan – die hebben hem ook vergeven. Maar de moord op Franz Ferdinand verdedigt hij, want dat was een politieke daad.”

Princip crepeerde in zijn cel, doodziek en eenzaam. De verslagen van Pappenheim erover ontroerden de makers. ‘[Er] leide am meisten darunter, dass er nicht lesen könne’, schrijft hij. Zo ontstaat het beeld van een bevlogen jongen die droomde van heldendom, en in de cel het meest zijn boeken mist.

Is Princip in hun ogen vrijheidsstrijder of terrorist? Rietveld: „Waarom niet allebei? Zo’n oordeel verschuift met de tijd. Wie de macht heeft, bepaalt hoe de geschiedenis eruit ziet.”