Nono: klanken aan de randen van het niets

Het Holland Festival wijdt een minifestival aan Luigi Nono, de voornaamste naoorlogse Italiaanse componist. Kenner Metzmacher stelt Nono voor aan de hand van vijf thema’s.

Maestro di suoni e silenzi staat op een plaque tussen de ramen van het roze huis aan de Zattere in Venetië. Hier werd in 1924 componist Luigi Nono geboren en in hetzelfde huis stierf hij, 66 jaar later. Maestro van geluiden én stiltes, want Nono’s muziek is opgetrokken uit extremen en voltrekt zich, tussen incidentele klankexplosies door, vaak aan de randen van het hoorbare.

„Zijn stukken staan vol rusten en fermates”, zegt dirigent en kenner Ingo Metzmacher. „Silenzio assoluto, noteert Nono bijvoorbeeld. Daardoor krijgt wat volgt extra gewicht. Ik probeer zulke rusten altijd zo lang mogelijk te rekken – er is niets leuker dan een lange rust.”

Luigi Nono geldt als de voornaamste Italiaanse componist van de naoorlogse periode. Samen met Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez vormde hij het gezichtsbepalende driemanschap van de Europese avant-garde, maar anders dan hen beiden zette Nono de strenge seriële principes eind jaren 50 overboord.

Het Holland Festival wijdt een minifestival aan de in 1990 overleden Nono, met een symposium, een tentoonstelling en uitvoeringen van zijn belangrijkste werken. De muzikale leiding ligt in handen van Ingo Metzmacher, die Nono in 1988 in Berlijn leerde kennen bij een productie van Prometeo.

„Het was de belangrijkste ontmoeting van mijn leven”, zegt Metzmacher zonder aarzelen, „een soort uitverkiezing, een opwekking. Ik was een nobody van 30, tweede dirigent, maar hij had vertrouwen in me en nodigde me uit naar Wenen te komen om werk van hem te dirigeren.”

In een zonnig café naast het Grand Théâtre in Genève, waar hij Wagners Ring dirigeert, vertelt Metzmacher geestdriftig hoezeer hij uitziet naar het Nono-project. „Ik ben Pierre Audi zeer dankbaar dat wij dit in zijn laatste Holland Festival kunnen doen. Het is een enorm bewerkelijk project, maar als het ergens lukt, dan daar.”

1 Venetië

Nono hield veel van zijn geboortestad. De kanalen, de kades. Hij groeide er op in een geprivilegieerd, kunstminnend gezin en toonde van jongs af aan interesse voor de omvangrijke bibliotheek en grammofoonplatencollectie van zijn vader. Daar liggen de wortels van zijn kunstenaarschap; maar ook de klank van Venetië droeg Nono een leven lang met zich mee. Metzmacher: „Alles klinkt anders in Venetië. Het is er minder lawaaiig, aangezien er geen auto’s zijn, en door het alomtegenwoordige water wordt geluid heel goed gereflecteerd. De akoestiek is compleet anders dan wij gewend zijn. Dat heeft Nono zonder meer gevormd.”

Venetië is ook de stad waar vanaf de zestiende eeuw geëxperimenteerd werd met meerkorigheid. De immense binnenruimte van de San Marco-basiliek inspireerde componisten om musici in groepen tegenover elkaar te plaatsen, zodat allerlei ruimtelijke effecten konden worden bereikt – geen mono meer, maar stereo.

2 Ruimte

Het oor hoort rondom. Een geluid achter je rug kun je heel precies lokaliseren. Maar wij hebben ons aangeleerd muziek in een visuele hoek te horen, tegenover een podium gezeten. Nono vond dat een onderschatting van het oor.

Toen Nono na een rechtenstudie eind jaren veertig bij Bruno Maderna compositie studeerde, concentreerden ze zich op muziek uit de renaissance, op Gabrieli en Monteverdi. De klassiek-romantische traditie sloegen ze over om aan te knopen bij een punt vóór Bach. Van Gabrieli leerde Nono onder meer de techniek van bloksgewijs componeren, maar het was vooral die meerkorigheid, de belangrijkste innovatie van de Venetiaanse stijl, die zijn werk diepgaand beïnvloedde. Het bracht hem op het idee dat muziek niet slechts klinkt ín een ruimte, maar dat die ruimte integraal onderdeel is van de compositie. Uiteindelijk streefde hij ernaar de muzikale ruimte zo te herzien dat de grens tussen podium en auditorium zou worden opgeheven.

„Dat wat Nono wilde kan men eigenlijk niet opschrijven,” zegt Metzmacher. „Een bepaalde klankkwaliteit, bepaalde technieken… Ik ben heel blij met de medewerking van klankregisseur André Richard, die veel met Nono heeft samengewerkt en als het ware diens graalhoeder is. André heeft voor dit project het ruimtelijke plan voor de Gashouder geconcipieerd. De musici worden op tribunes op verschillende hoogtes rondom het publiek opgesteld, zodat de muziek met grote precisie in de ruimte wordt geprojecteerd.”

3 Engagement

Nono vond dat muziek uitdrukking moest geven aan de tijd waarin ze gemaakt werd. Muziek zal de revolutie niet ontketenen, schreef hij in 1969, net zomin als een schilderij of een gedicht; maar muziek kan wel getuigen van de staat van de samenleving en het bewustzijn versterken.

Nono’s muziek was van meet af aan uitgesproken politiek, zonder ooit drammerig te worden of te verzanden in propaganda. Wanneer Nono’s lidmaatschap van de Communistische Partij ter sprak komt, reageert Metzmacher fel: „Van Italië, moet je daar altijd bij zeggen; dat was echt een volkspartij. In ideologische zin was Nono geen communist, maar hij geloofde in de oeridealen van dat gedachtegoed, in vrijheid en rechtvaardigheid. Hij stond altijd aan de kant van de mensen die vervolgd of onrechtvaardig behandeld werden. Hij koos partij, maar nooit op een platte manier. Luister naar Il canto sospeso, op teksten uit onthutsende brieven van veroordeelde verzetsmensen die weten dat ze gaan sterven: zijn gebruik van zulke teksten is geen effectbejag, maar een verheffing tot een andere, meer geconcentreerde vorm. De kracht ervan is in zijn muziek gevangen.”

4 Prometeo

Prometeo, Nono’s magnum opus uit de eerste helft van de jaren 80, heeft als ondertitel tragedia dell’ascolto – een tragedie die zich in het horen afspeelt, niet in het zien. Het werk bestaat uit een proloog en een reeks ‘eilanden’, van elkaar gescheiden door stiltes en efemere klanken. De parallel met Venetië dringt zich op, een eilandstad met beweeglijke grenzen, dooraderd en omspoeld door water.

In het hart van Prometeo lijkt de muziek volledig tot stilstand te komen, niet meer verder te kunnen. „De crisis is meegecomponeerd”, noemt Metzmacher dat. „Men kan zich voorstellen dat op Prometheus’ weg van opstand en revolte een moment van vertwijfeling komt, van niet meer weten hoe verder te gaan. Het derde, vierde en vijfde eiland bestaan louter nog uit hortende fragmenten. Ik ervaar dat bij het dirigeren altijd als een woestenij – en ook voor de toehoorder is het niet eenvoudig. Maar als je erdoorheen komt, word je geweldig beloond. De onaardse schoonheid aan het einde van Prometeo zou zonder die intense leegte niet hetzelfde zijn, de catharsis niet zo krachtig.”

Vuurbrenger Prometheus is een revolutionaire figuur, maar in het stuk is hij eigenlijk afwezig: er is geen handeling, geen cast. Ook de tekst is nauwelijks te volgen, behalve die steeds terugkerende oproep: ascolta! – „hoor!”

5 Stilte

Hoe zacht kan een klank zijn voor hij onhoorbaar wordt? Men heeft Nono wel verweten dat hij in zijn laatste periode apolitiek was geworden, maar Metzmacher vindt van niet. Nono’s verzet tegen ons verschraalde, ongedifferentieerde gebruik van het oor was een vorm van protest tegen de wending die het openbare leven nam. Nono probeerde de opmerkzaamheid van het oor te stimuleren met klanken aan de randen van het niets. Want het oor opwekken, aldus Nono, betekent de mens opwekken.

In de jaren tachtig werd stilte steeds belangrijker in Nono’s werk. Hij zocht de grenzen van het hoorbare en maakte gebruik van elektronica om die grenzen te verklanken. Op de muur van een klooster in Toledo stuitte Nono op een aforisme: ‘Caminantes, no hay caminos, hay que caminar’. Wandelaars, er zijn geen wegen, er is slechts het voortgaan. Op basis van deze oproep gebaande paden te mijden, componeerde Nono een trilogie van stukken voor verschillende ruimtelijk opgestelde ‘koren’ van zangers of instrumentalisten.

Die indrukwekkende Caminantes-stukken bestaan voor een groot deel uit mysterieuze fluisteringen en klankzwangere pseudo-pauzes, afgewisseld met donderende uitspattingen. Caminantes… Ayacucho, Nono’s laatste voltooide werk, is Metzmachers favoriet: „Voor mij is dit stuk een requiem. Iedere keer weer blaast het me omver.”