Grootste aanslag in China sinds 2009

Met twee auto’s vol simpele explosieven is vandaag in de zwaar bewaakte hoofdstad van de Chinese provincie Xinjiang een aanslag gepleegd waarbij 31 mensen – voetgangers, fietsers en winkeliers – zijn omgekomen. De Chinese autoriteiten stelden meteen radicale Oeigoeren, de islamitische, Turks sprekende minderheid, verantwoordelijk voor het bloedigste incident sinds 2009.

De aanslag vond plaats op een drukbezochte markt in het nieuwe centrum van de metropool met ruim 3 miljoen inwoners. Ooggetuigen hoorden zeker vijf explosies nadat de twee SUV’s door de afzettingen waren heen gereden. Sociale media publiceerden gruwelijke beelden, waaruit viel af te leiden dat de meeste slachtoffers op de markt Han-Chinezen waren.

In de hoofdstad van China’s meest westelijke en geografisch grootste provincie vormen de islamitische Turkse Oeigoeren een minderheid. Sinds de grote Oeigoerse-Han-Chinese botsingen in 2009 zijn het Chinese leger en de politie nadrukkelijk aanwezig in Urumqi. Op pleinen, bij moskeeën en belangrijke gebouwen staan zwaarbewapende soldaten en pantservoertuigen. Het feit dat hoogstwaarschijnlijk radicale Oeigoeren een aanslag hebben gepleegd, is een blamage voor de autoriteiten.

Ondanks eerdere verzekeringen van president Xi Jinping dat de „arrogante, separatistische terroristen” worden „vermorzeld onder een ijzeren vuist”, gaan de aanslagen door. Die van vandaag volgt kort op de veroordeling tot lange gevangenisstraffen van 39 Oeigoeren wegens terrorisme en het prediken van de jihad op internet. In de afgelopen weken zijn bijna driehonderd Oeigoeren gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de eerste aanslagen.

Vorige maand stak een groep Oeigoeren op het treinstation van Urumqi drie wachtende passagiers dood. Twee maanden geleden werden in het zuidelijke Kunming 29 reizigers doodgestoken en in oktober 2013 was de Verboden Stad in Beijing het doelwit van een zelfmoordactie.