Wraakfilm vol sfeer in een ‘trigger happy’ Virginia

Eerst denk je dat Dwight de slechterik is. Hij is dakloos, woont in een afgeragde Pontiac op het strand en gedraagt zich eigenaardig. Op een dag klopt er een agent op z’n raam omdat ze met hem praten moet. Maar dan blijkt Dwight een slachtoffer. Op een bepaalde manier. Een slachtoffer dat twintig jaar de tijd had om op wraak te broeden. Als de man met wie hij nog iets recht te zetten heeft uit de bak komt, verandert Dwight van de ene op de andere dag van een schichtige schim in een daadkrachtige wreker.

Blue Ruin is de tweede regie van cameraman Jeremy Saulnier. Een genreoefening met een beperkt budget, en een staalkaart van zijn kunnen. Het simpele rechttoe, rechtaan vertelde fatale en gewelddadige wraakverhaal leent zich daar goed voor. Elk shot is een proeve van filmmaken: hoe creëer je sfeer, hoe suspense? Door de beperkte middelen zoekt Saulnier het in kale, lange, arty takes, alsof de camera het perspectief van Dwight overneemt als hij huizen binnensluipt of zich schuilhoudt om toe te slaan. Het wordt allemaal nogal unheimlich: je identificeert je tegelijkertijd met zijn missie en vraagt je af of hij ze wel allemaal op een rijtje heeft.

Dat zit ook in het wraakthema ingebakken natuurlijk. Het ene kwaad leidt tot het andere, het is al sinds Bijbelse tijden oog om oog, tand om tand en Blue Ruin, opgenomen in het ‘trigger happy’ Virginia waar Saulnier opgroeide, wordt met elke stap die Dwight zet gewelddadiger.

Er zijn weinig filmmakers die zich succesvol in het grensgebied van kunstfilm en genre bewegen, en Blue Ruin slaagt daar grotendeels in. Hoe welwillender het oog van de toeschouwer, hoe beter de noodlottige blik van de film kan toeslaan. Want verwacht bijvoorbeeld geen diep inzicht in het hoe en waarom van de wraak: Jeremy Saulnier heeft psychologie duidelijk ingeruild voor sfeer.