Wilders overtroffen

‘Steeds meer kiezers willen dat media en politici de PVV negeren”, las ik maandag in deze krant. Het zou gelden voor tweederde van de kiezers van PvdA, D66 en GroenLinks, maar ook voor de helft van de VVD-aanhang. Was het een verlangen naar een cordon sanitaire rond Wilders? Dat hoefde niet, vond hoogleraar Claes de Vreese, het kon ook „een uiting zijn van vermoeidheid over de PVV [...]”.

In die vermoeidheid kon ik mezelf wel enigszins herkennen, ze had me nog zondagmorgen overvallen toen ik argeloos het tv-pogramma WNL op Zondag aanzette en mijn ontbijteitje onmiddellijk bedorven werd door het wraakzuchtige hoofd van Geert Wilders. Ik vervloekte even ‘de media’ die nog steeds als een kwispelend hondje op elk pijpen van de PVV-leider reageren.

Wilders mijdt de zwaardere informatieve programma’s waarin hij het lastig kan krijgen – dat is zijn cordon sanitaire rond de media. Het zou de omroepen op de gedachte kunnen brengen hem niet voor de lichtere programma’s uit te nodigen. Maar nee, over zoveel gevoel van eigenwaarde beschikken die omroepen niet.

En dus konden we zondag weer de idiootste uitspraken aanhoren, zoals: „In de hele wereld weten ze dat de PvdA de baas is in Nederland, en dat Teeven de linksbinnen van de PvdA is.” Als hij het meent, is hij gek geworden, en als hij het niet meent doet hij alsof hij gek is geworden. „Jullie hoeven je donderdag geen zorgen te maken”, riep ik naar het PvdA-lid met wie ik getrouwd ben, „jullie blijven toch de baas in Nederland, het enige probleem is: hoe komen jullie van Teeven af?”

Wat mij vooral ergerde aan het programma, was dat Wilders met zijn paranoïde onzin weer het hoogste woord kon voeren, omdat gespreksleider Paul Jansen hem te veel ruimte gaf – en te weinig aan een andere gast, werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes. Wilders moet je ruw onderbreken, anders schreeuwt hij dwars door alles en iedereen heen. Jansen was daar te laf voor en Wientjes te netjes.

Kunnen we die PVV daarom maar beter negeren? Nu voel ik in de buurt van mijn onderbuik een tweeslachtigheid opkomen die ik daar nooit had verwacht. Ja, roept het ene geslacht, opgedonderd met die Wilders, ik wil hem nooit meer zien. Welnee, zegt het andere geslacht, want dat zou bijvoorbeeld ook betekenen dat jullie als krant gisteren die prachtige primeur van Tom-Jan Meeus over de herrie tussen Wilders en zijn maatje Bosma hadden gemist.

Wat bleek vooral uit dit artikel? Dat in de PVV één man nog meer Wilders is geworden dan Wilders zelf: Martin Bosma. Het succes is hem naar het hoofd gestegen. Jarenlang mocht hij voor de meester de oneliners en scheldwoorden (‘Kopvoddentaks’) bedenken, nu wil hij hem als partij-ideoloog zichtbaar overtreffen. Daarom schreef hij een boek waarin links (de PvdA uiteraard) niet alleen de baas is in Nederland, maar ook „de autochtone bevolking van Nederland” naar de ondergang wil voeren.

Uiterst pikant in het artikel waren de mailteksten tussen Wilders en een onbekende PVV’er. „Nogmaals wees voorzichtig met mb”, schreef Wilders. „Ja, die tip heb ik ter harte genomen”, schreef zijn spion. „Ging over koetjes en kalfjes (de uitgever wil z’n boek niet uitgeven).” „Dat is allebei geweldig nieuws”, reageerde Wilders.

Ja, wie had dit geweldige nieuws willen missen?