Eindelijk arts, heb je geen werk

Jarenlang werd gedacht dat er meer artsen nodig waren // Nu er wordt bezuinigd zijn ze met te veel // Afgestudeerde specialisten zitten werkloos thuis, of vertrekken naar het buitenland

foto Niels blekemolen

Opleiding geneeskunde: zes jaar zwoegen. Opleiding tot medisch specialist: nog eens zes jaar keihard werken in een ziekenhuis. Leeftijd bij afstuderen: 30 tot 35 jaar. Kosten voor je opleiding opgehoest door de belastingbetaler: minimaal 600.000 euro. Grootste wens: een baan, een partner, een huis en een hond. Maar wat heb je? Helemaal niets. Een uitkering. Misschien een tijdelijke baan.

Dit is het verhaal van steeds meer net afgestudeerde medisch specialisten. Hun baanzekerheid – tot voor kort onomstreden – is verleden tijd. Dat zegt Frank de Grave, voorzitter van de Orde voor Medisch Specialisten, naar aanleiding van een enquête onder jonge ‘klaren’, (zo worden net afgestudeerde medisch specialisten genoemd). De enquête is afgenomen door beroepsvereniging De Jonge Specialist. Ruim 1.300 medisch specialisten die de afgelopen drie jaar afstudeerden werden ondervraagd over hun arbeidsperspectieven.

Uit de enquête blijkt dat 5 procent een uitkering heeft. Dat strookt met eerdere cijfers. Het echte probleem, zeggen de beroepsverenigingen, is de trek naar het buitenland. Vijf procent van de jonge ‘klaren’ gaat noodgedwongen in een buitenlands ziekenhuis werken. Dat is vijf keer zoveel als vorig jaar. De Orde van Medisch Specialisten spreekt van een ‘braindrain’ en wil dat beroepsverenigingen, ziekenhuizen, zorgverzekeraars en de overheid een ‘banenplan’ ontwikkelen voor jonge medisch specialisten.

Wat is de oorzaak?

Jonge specialisten moeten zich ineens zorgen maken over werkloosheid, zegt De Grave. Jarenlange groei in de zorgsector heeft volgens hem geleid tot „te optimistisch” inschatten van benodigde opleidingsplaatsen voor medisch specialisten. De Grave: „De laatste jaren zijn we bezig de kosten in de zorg beheersbaar te maken. Daar horen minder banen bij, maar het aantal opleidingsplaatsen is er nog niet op aangepast.”

De trek naar het buitenland heeft verlies van belastinggeld en het vergooien van kennis als gevolg. Medisch specialisten volgen eerst zes jaar de opleiding geneeskunde. Daarna specialiseren ze zich zes jaar, door op een bepaalde afdeling in het ziekenhuis te werken onder de vleugels van een specialist. Deze jaren worden betaald uit een opleidingsfonds. Dat fonds bestaat grotendeels uit belastinggeld. Opleiden voor het ene specialisme is duurder dan voor het andere, maar de totale gemeenschapskosten voor het opleiden van een medisch specialist liggen tussen de 600.000 en 900.000 euro. De Grave: „Dat geld, door de belastingbetaler betaald, gooien we weg als jonge klaren naar het buitenland vertrekken.”

Marjolein Kremers, bestuurslid van De Jonge Specialist en derdejaars internist in opleiding, denkt dat nog niet afgestudeerde specialisten bang zijn om hun vergunning te verliezen. Kremers: „Als je enkele jaren werkloos bent als medisch specialist, verlies je de beroepsregistratie. Dat is een dusdanig ernstig scenario, dat jonge specialisten alle kansen aangrijpen om werk te krijgen, ook in het buitenland.”

Het plaatje was altijd zo perfect. Medisch specialisten studeerden weliswaar op relatief late leeftijd af, maar hadden dan direct een goed salaris. Ze konden een huis kopen en zich settelen. Kremers: „Medisch specialisten studeren af op een belangrijke leeftijd. Als ze dan voor het buitenland kiezen, is de kans aanzienlijk dat ze daar blijven en hebben wij er niets meer aan.” Voor bijna niemand is het werken in een buitenlands ziekenhuis de eerste keuze, blijkt uit de enquête. Meer dan 80 procent van de respondenten verklaart niet naar het buitenland te willen. Kremers: „Toch is het risico op werkloosheid in Nederland zo groot dat vijf keer zoveel specialisten als vorig jaar vertrekken.”

De cijfers van De Jonge Specialist worden ondersteund door gegevens over de arbeidsmarkt voor medisch specialisten, die onlangs van uitkeringsinstantie UWV kwamen. Vakblad Medisch Contact schreef dat 327 ziekenhuisspecialisten, huisartsen en basisartsen een WW- uitkering hebben. In absolute cijfers niet veel, maar wel 30 procent meer dan in maart vorig jaar en 80 procent meer dan een jaar eerder. Onder de werklozen zijn bijna 170 ziekenhuisspecialisten. De Orde van Medisch Specialisten denkt, afgaand op de enquête van De Jonge Specialist, dat deze groep grotendeels wordt gevormd door net afgestudeerde specialisten.

Slim kiezen kan voor studenten de oplossing zijn. Het specialisme klinische geriatrie – ouderenzorg – kent, niet verrassend, helemaal geen werklozen. Dat zal gezien de vergrijzing ook niet snel veranderen. De longgeneeskundigen hebben het zwaarder; 14 procent van de respondenten ontvangt een uitkering, 7 procent is naar het buitenland vertrokken. Het hoogste aandeel van alle specialismen.

Het aandeel vaste- en tijdelijke banen onder de respondenten is precies gelijk: 44 procent. Van de specialisten met een tijdelijke baan hebben er maar weinig zicht op een vaste aanstelling. ‘Hoppen’ van tijdelijk werk naar tijdelijk werk is, anders dan vroeger, ook bij medisch specialisten normaal geworden.

Een banenplan dus. Dat wil de Orde van Medisch Specialisten. Of, zoals De Grave het zegt, „constructies bedenken waardoor specialisten niet achter de geraniums verdwijnen”. Een potentiële oplossing wil hij wel geven. Medisch specialisten die onderling in een maatschap werken (samenwerkingsverband van specialiste) zouden meer ruimte moeten bieden aan jong talent. En er zijn op dit moment CAO-onderhandelingen gaande voor de beroepsgroep van medisch specialisten in vaste dienst bij het ziekenhuis.

De Grave: „We proberen erdoor te krijgen dat de vaste werkweek korter wordt. Als medisch specialisten iets minder lange werkweken maken, ontstaat ruimte voor jong talent. Maar ook weer niet te korte werkweken, want bij te veel overdrachtsmomenten ontstaat patiëntonveiligheid.”

    • Enzo van Steenbergen
    • Interviews: Catrien Spijkerman