Watersnood op de Balkan: ‘Alles is weg’

Op de Balkan voltrekt zich een natuurramp na de hevigste regenval ooit. „We kunnen nu naar de buren zwemmen.”

„Eigen risico!” Een politieagent leunt tegen de open portier van zijn auto. De brug over de rivier Drenova is halfslachtig afgesloten met een verbogen stuk dranghek en een rood-wit waarschuwingslint. „Die brug staat op instorten”, roept hij. „Als je toch gaat, blijf dan op de linkerhelft. Rechts is zij heel poreus.” Het langgerekte stuk asfalt hangt scheef. De rivier is niet meer als zodanig te herkennen. De wijde omgeving is een wild meer. Er steken halve bomen uit. In de verte een paar daken van verzopen huizen.

Aan de andere kant van de brug staat autoverkoper Dejan Isanovic (38) met een verdwaasde blik in zijn ogen over zijn land te staren. „We kunnen nu naar de buren zwemmen.” De voorzichtige glimlach op zijn grove gezicht verdwijnt weer snel. „Alles is weg.”

Het kleine dorp Orid, gelegen tussen de steden Sabac en Obrenovac, is bijna van de kaart geveegd door de watersnoodramp. Vrijdagochtend klapte plotseling een golf water over de brug. Isanovic was net wakker. De regio was al twee dagen geteisterd door de hevigste regenval sinds 120 jaar geleden de metingen begonnen. Er zijn al 47 doden geregistreerd (zie kader).

De vader van vijf kinderen in de leeftijd van twee tot negentien was op zijn hoede. Maar dit had hij niet zien aankomen. Het water in de rivier, een aftakking van de grotere rivier de Sava, steeg rap. „Het was binnen een half uur gedaan.” De benedenverdieping van zijn huis, zo’n vijftig meter van de rivierbank, kwam blank te staan. Keukengerei en meubels dreven door het huis. Om bij de auto te komen, die aan de iets hoger gelegen weg stond, moest hij op zijn gympen door het snel wassende water. Eén voor één tilde hij zijn vrouw en kinderen op het droge. De brug was nog net te berijden.

De meesten van de paar honderd dorpsbewoners van Sabac zijn vertrokken. Het grotere Obrenavac, met normaal twintigduizend inwoners, is door de autoriteiten helemaal geëvacueerd. „De vrouwen en kinderen zijn naar familie elders in het land”, zegt buurvrouw Marica Samardzic (60).

Samen met Isanovic neemt ze de schade op. Het water dat vrijdag nog twee meter hoog in haar woonkamer stond, is gezakt. Een smerige modderpoel is tevoorschijn gekomen. „Verwoest, het is allemaal verwoest”, zegt ze, terwijl ze wat meubels versleept. „Ik kan alles weggooien.”

Naast haar schamele pensioentje leeft ze samen met haar man van de kippen en de groenten van haar landje, waar de sla en kool geheel onder water staan. „Het was doodeng”, zucht ze. Met tranen in haar ogen vertelt ze hoe ze voor het water vluchtte. „Met de hond over één schouder en een tas over de andere zijn we naar de auto gerend.”

Tractoren met aanhangwagens rijden schapen en varkens heen en weer in het boerengebied. Veel dieren hebben het leven gelaten, ook de kippen van Samardzic. „We kwamen zondag terug en hebben eerst de kippenlijkjes uit het water moeten opvissen. Die liggen in de schuur, we weten niet wat we ermee moeten.”

Er vliegt een helikopter over. Verderop staan huizen die er nog beroerder aan toe zijn. Daar wordt nog naar vermisten gezocht. „Er is weinig informatie, we kunnen niet eens bellen. De lijnen doen het niet”, zegt Samardzic. „We hebben gehoord van twee doden, niemand weet wie het zijn.”

De regen is gestopt. Maar de vrees is nu dat de rivier Sava – stromend door Slovenië, Kroatië, Bosnië en Servië – buiten zijn oevers treedt. Het water staat op recordhoogte. Overal langs de rivier en zeker in Belgrado, waar de rivier over vele kilometers doorheen stroomt, wordt door leger en vrijwilligers gewerkt aan dijken van geïmproviseerde zandzakken.