Het boek dat Geert Wilders niet wilde

Toen vorig najaar bleek dat fractiesecretaris Martin Bosma een boek over Zuid-Afrika wilde publiceren, besloot Wilders hem via een omweg tegen te houden. Bosma betoogt in het boek dat „de Afrikaners van vandaag de Nederlanders van over vijftig jaar of honderd jaar” zijn.

PVV-leider Geert Wilders en fractiegenootMartin Bosma tijdens een bijeenkomst in 2011.
PVV-leider Geert Wilders en fractiegenootMartin Bosma tijdens een bijeenkomst in 2011. Foto Hollandse Hoogte

Vandaag een week geleden vroeg deze krant het Tweede Kamerlid Martin Bosma (PVV) per sms: „Wilt u praten over uw boek over Zuid-Afrika?”

„Ik schrijf geen boek over ZAfrika”, sms’te hij terug.

Toch circuleert binnen de PVV de tekst van een boek dat Martin Bosma over Zuid-Afrika schreef. Een boek dat Geert Wilders volgens Haagse bronnen hoofdbrekens kostte: vorig najaar liet de PVV-leider binnen zijn partij weten, buiten Bosma om, dat hij vreesde voor de publiciteit als het ooit uitgegeven zou worden.

Wilders vroeg de hulp van sommige PVV’ers om te beletten dat het boek vóór de Europese verkiezingen zou verschijnen. De partijleider liet daarbij nadrukkelijk merken dat hij Bosma – fractiesecretaris, PVV'er van het eerste uur, tekstschrijver, vaak omschreven als partijideoloog – niet langer vertrouwde.

Zo mailde de PVV-leider 7 oktober vorig jaar een partijgenoot: „Nogmaals wees svp voorzichtig met mb.”

Op de cover van het manuscript, 314 pagina’s inclusief bijlagen, staat Ed. van Thijn (PvdA). Een foto waarop de toenmalige burgemeester van Amsterdam in 1984, tijdens de apartheid, met gebalde rechtervuist zijn solidariteit aan het ANC betuigt. De titel luidt: ‘Handlangers van de ANC-apartheid. Hoe Paul Witteman, Maartje van Weegen, Freek de Jonge, Wim Kok en Adriaan van Dis racisten, communisten, plunderaars en kampbeulen helpen’.

In zijn openingshoofdstuk benadrukt het PVV-Kamerlid dat hij de apartheid van de Nationale Partij „immoreel en verwerpelijk’’ vindt. Evengoed is hij uiterst negatief over de huidige Zuid-Afrikaanse samenleving waarin, na twintig jaar ANC-regering, „Afrikaners fungeren (…) als proefkonijn in het multicultureel laboratorium.”

Het raakt aan zijn hoofdthema: de vrees dat autochtone Nederlanders een toekomst wacht gelijk aan die van blanken in Zuid-Afrika: „Moeten Nederlanders in Nederland in dezelfde positie geraken als Afrikaners? (…) Kan een volk het multiculturalisme overleven?”

Voor Bosma staat vast dat het ANC altijd het kwaad heeft vertegenwoordigd. Communistisch, gewelddadig (tot aan martelen toe), racistisch, corrupt: de PVV’er presenteert een baaierd aan bronnen om aan te tonen dat het ANC nooit heeft gedeugd.

Ook de vorig jaar gestorven Mandela, die 27 jaar vastzat als gevolg van verzet tegen de apartheid, en na zijn vrijlating verzoening met blank Zuid-Afrika zocht, dicht hij weinig nobels toe. Bosma schetst hem als de communistische leider van een „terreurorganisatie” die zich liet betalen door de Sovjet-Unie en in 1994, vier jaar na zijn vrijlating, „opdracht voor een moordpartij op Zulu’s” gaf die demonstreerden voor het ANC-kantoor.

Ook citeert hij hoogleraar Sampie Terreblanche die claimt dat de president „steekpenningen” van bedrijven aannam die „de basis vormen van Mandela’s miljoenen”. Zijn werk als president bestond „voornamelijk uit het op de foto gaan met de Spice Girls (…) en andere progressieve celebrities”.

Smalend roept hij een citaat van Van Thijn uit 2013 in herinnering: dat „Mandela het beste [is] dat onze beschaving is overkomen”. Terwijl ook „de linksen”, schrijft Bosma, nu soms „toegeven dat hun multiculturele heilstaat” niet is ontstaan. „Foutje bedankt”, aldus Bosma.

Het plunderen kan beginnen

Onder de apartheid had je, schetst hij, in sommige wijken van Pretoria „een leuke poedel – voor de sier”. Nu zijn in dezelfde wijken „alle honden aangeschaft met het oog op het afschrikken van inbrekers”. Elders in het boek noemt hij 1994, het jaar dat Mandela als president wordt verkozen, het moment waarop „het plunderen, moorden en verkrachten kan beginnen”.

Onder de titel ‘Handlangers van het ANC’ loopt Martin Bosma Nederlanders af die er volgens hem aan bijdroegen dat het ANC tijdens en vlak na de apartheid als enige zwarte oppositiepartij steun kreeg. Die exclusieve steun heeft er volgens Bosma mede toe geleid dat het ANC een politiek monopolie in Zuid-Afrika kreeg, met alle gevolgen van dien.

Zo gispt het PVV-Kamerlid Den Uyl, die als premier al in 1977 een delegatie van het ANC ontving. Hij verwijt de Vara dat die in 1994 een programma met Mandela uitzond, gepresenteerd door Paul Witteman en Astrid Joosten, om geld op te halen voor de logistieke ondersteuning van de verkiezingen. Wim Kok, Paul de Leeuw en Karin Bloemen doen ook mee; politici van alle grote partijen steunen het initiatief, waarvan volgens Bosma het grootste bedrag terecht komt bij het ANC.

Hij citeert een mede-oprichter van de Anti-Apartheidsbeweging Nederland (AABN), de Zuid-Afrikaan Berend Schuitema, die zegt dat Adriaan van Dis undercover werkte bij het Zuid-Afrika Instituut en zo gedaan kreeg dat Hoogovens onder politieke druk moest afzien van een miljardendeal met Zuid-Afrika.

Hij bekritiseert Nederlandse universiteiten die een eredoctoraat aan Winnie Mandela gaven. Vakbonden die het ANC steunden. Ook een journalist, zoals de auteur van dit stuk, ontkomt niet aan Bosma’s kritiek omdat hij 29 jaar geleden de onschuld belichtte van Klaas de Jonge. De Nederlander was, naar later bleek terecht, door het apartheidsregime ontmaskerd als wapenkoerier van het ANC.

Het past in een groter geheel: Bosma noemt een hele serie toenmalige radio- en televisiejournalisten die in de jaren tachtig en negentig hielpen bij Radio Freedom, instrument van het ANC tijdens de zogenoemde Volksoorlog tegen de apartheid. Vooral de toenmalige nieuwspresentatoren Maartje van Weegen en Pia Dijkstra (nu D66-Kamerlid) moeten het ontgelden.

Bosma legt uit dat Radio Freedom opereert volgens het adagium „hoe meer dode blanken hoe beter!”. Hij verwijt Dijkstra onder meer dat ze in een actieblad Radio Freedom aanprijst en „propaganda maakt voor terreur’’.

Van Weegen werpt hij voor de voeten dat ze als stichtingsvoorzitter tonnen aan Radio Freedom laat overmaken zonder dat ooit verantwoording voor het geld wordt afgelegd, waarna de zender in 1996 wordt geliquideerd met een schuld van 1 miljoen rand – die de Nederlandse regering moet voldoen.

Allemaal uitingen, aldus Bosma, van de arrogantie van Nederlandse elites. „Daarmee zeggen deze elites: ons standpunt inzake het ANC zal bewijzen hoe briljant wij zijn. Wij leiden de weg. Wij weten het beter.”

Zo leggen zij mede de basis onder de Zuid-Afrikaanse nachtmerrie zoals Bosma die ziet.

Een „regenboognatie waarin een zwart meisje een grotere kans op verkrachting heeft dan dat ze leert lezen”. Een land waarin onder de „oude apartheid” gemiddeld 2,4 mensen per jaar in een politiecel stierven, en onder „de ANC-regering” 2,5 mensen per dag. Een land dat volgens Genocide Watch „volkerenmoord” op Afrikaners voorbereidt.

„De linkse anti-apartheidsactivisten hebben overal ongelijk gekregen”, schrijft Bosma. „Al hun claims over hoe Zuid-Afrika ging worden waren stuk voor stuk totale onzin. Gesubsidieerde luchtkastelen.”

Politiek-correct racisme

Hier eindigt het niet. Hij herziet zijn definitie van multiculturalisme uit zijn vorige boek, en concludeert nu dat multiculturalisme gelijkstaat aan „politiek-correct racisme”.

En links heeft een plan, want „multiculturalisme gaat voor links boven alles”. Dus zoals links „de westerse allochtonen in Zuid-Afrika, de Afrikaners, met liefde voor de leeuwen [gooit]: in de handen van het ANC”, zo wil links dit ook „dolgraag doen met de autochtone bevolking van Nederland, de autochtone Nederlander”.

Kortom: „Wat links heeft willen betekenen voor Zuid-Afrika wil het ook dolgraag Nederland aandoen. (…) De Afrikaners, dat zijn wij. De Afrikaners van vandaag zijn de Nederlanders van over vijftig of honderd jaar.”

Want de „essentie van de progressieve ideologie is (…) dat het ons wil doen verzoenen met onze ondergang”.

In zijn epiloog bezoekt hij de gedesillusioneerde oud-anti-apartheidstrijder Berend Schuitema, die als enige lichtpuntje in het moderne Zuid-Afrika het dorpje Orania ziet. Orania: gesticht in 1990, kort na het einde van de apartheid, een gemeenschap van Afrikaners die de Afrikaner cultuur, „ver weg van de multiculturele heilstaat”, in ere wil houden.

In Den Haag hebben bijna alle PVV’ers gehoord van Orania – van Bosma: ze zien de vlag van Orania hangen op zijn kamer, naast andere symbolen van de Afrikaner cultuur. Geregeld horen ze Bosma op de fractie zeggen: „Uiteindelijk moeten we allemaal naar Orania.”

Op die momenten merken ze ook dat Wilders afstand houdt. Dus wanneer vorig najaar blijkt dat Bosma tegen publicatie van zijn boek aanzit, zijn er diverse PVV’ers die merken dat Wilders dit hoe dan ook wil voorkomen.

En als Bosma vervolgens een partijgenoot toevertrouwt dat uitgever Prometheus/Bert Bakker afziet van publicatie, en de partijgenoot dit aan Wilders doormailt, laat de PVV-leider zijn opluchting in een e-mail – het is 7 oktober 2013 – binnen een half uur blijken: „geweldig nieuws”.