Drie naakte mensenkluwens bij Spring

Wellness
Wellness foto Phile Deprez

Met ‘tags’ als urban space, edgy dance, tough theatre en dergelijke is getracht enig inzicht te verschaffen in het aanbod van Spring, het Utrechtse fusiefestival dat uit Springdance en Festival aan de Werf is voortgekomen. Door het samengaan is de focus van de opgeheven festivals echter verwaterd. Wel is er in deze tweede editie een terugkerend motief: de kronkelende mensenkluwen. In week één was die al drie keer te bewonderen, steeds naakt.

Bij Florentina Holzinger en Vincent Riebeek hoeft dat niet te verbazen. Het duo houdt van extreme beelden en het bloot is weer érg bloot in Wellness, dat onze hang naar lichamelijke perfectie, liefst in combinatie met geestelijke balans en, als we toch bezig zijn, roem op de hak wil nemen. Holzinger, Riebeek en twee mannelijke dansers laten zich in dit ijdele streven coachen door de voormalige muze van Jan Fabre, Renée Copraij. Als een strenge yogagoeroe annex sm-meesteres instrueert zij haar poedelnaakte leerlingen en besproeit hen, boven het toneel bungelend, met een olie-achtig levenselixer uit haar enorme borsten. Het glibberballet dat volgt is voor de hand liggend, de decoratieve dildo-penetratie verrast ook niet echt, maar Holzinger grommend, persend en piesend van een rauw eitje zien ‘bevallen’ is toch... ánders.

Zo veroorzaken Holzinger en Riebeek, naast de nodige hilariteit, opnieuw verwarring: is dit melig rotzooi-maar-wat-aan-theater, of hebben ze een wel degelijk een serieuze boodschap? De beelden zijn zo over the top dat ze zichzelf ontkrachten en vooral een gapende ledigheid tonen. Met het oog op de thematiek is het vermoeden, toch, dat dit de bedoeling is van het duo. Dat scheelt.

In Memento Mori van Pascal Rambert en Yves Godin worden pas na verloop van tijd witte schimmen zichtbaar op het pikdonkere toneel. Soms dankzij projectietechnieken meer dan levensgroot, wat desoriënterend werkt, alsof de perceptie van diepte en afstand is verstoord. Dat is meteen het interessantste aan Memento Mori, waarin als ten slotte het licht aangaat blijkt dat de zompige geluiden afkomstig zijn van het fruit waarover de vijf mannen hebben liggen rollebollen. Fruit dat in de schilderkunst vaak symbool staat voor overdaad én vergankelijkheid: gedenk te sterven. Het concept klopt dus, de uitwerking biedt weinig meerwaarde.

Dan is Suddenly everywhere is black with people van Marcelo Evelin spannender. Hier bevindt het publiek zich op het duistere, met tl-buizen omzoomde speelvlak, waar het wordt uiteengedreven of bijna omvergelopen door vijf samengeklonterde, volledig zwart geschminkte dansers. Het verloop van de voorstelling is niet verrassend – de groep valt uiteen, beweegt naar elkaar toe, raakt slaags, verbindt zich weer – maar de nabijheid van de koolzwarte performers maakt Suddenly... tot beklemmend ervaringstheater en een echt festivalnummer.