Waarom een EU-politicus nooit thuis is - en vijf andere vragen over Europa

De Nederlandse en Europese vlag op het Tweede Kamergebouw in Den Haag.
De Nederlandse en Europese vlag op het Tweede Kamergebouw in Den Haag. Foto ANP / Valerie Kuypers

Wie een dag meeloopt met een europarlementariër, is ‘s avonds kapot. Maar wat gebeurt er dan allemaal in Brussel? Wat is het verschil tussen het Europese parlement, de Europese raad en de Europese commissie? En wat hebben wij eigenlijk aan de EU? Zes vragen over Europa en de Europese Unie. Door Caroline de Gruyter en Peter Zantingh.

Wat is de EU?

Tijdlijn toetreding lidstaten

Hoe de EU groeide van 6 naar 28 lidstaten.

1951: België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en Duitsland
1973: Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk
1981: Griekenland
1986: Portugal en Spanje
1995: Finland, Oostenrijk en Zweden
2004: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië
2007: Bulgarije en Roemenië
2013: Kroatië

De Europese Unie is een grotendeels economisch samenwerkingsverband van 28 Europese landen. Het begon vlak na de Tweede Wereldoorlog met zes landen: Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, België en Luxemburg. De bedoeling was om een bindende structuur te formeren die kon zorgen dat Duitsland en Frankrijk elkaar nooit meer in de haren zouden vliegen. Daarmee zou ook andere Europese landen, gedecimeerd na twee wereldoorlogen, een hoop destructie bespaard blijven.

De eerste stap werd in 1951 gezet, met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Door deze industrieën samen te voegen, schakelden landen hun nationale oorlogsproductie eigenlijk uit. In de loop der jaren kwamen er meer landen bij en gingen ze op meer gebieden samenwerken. Er kwam een gemeenschappelijk landbouw- en handelsbeleid, een buitenlandse dienst (waar ook nationale ministerie van Buitenlandse Zaken diplomaten aan leveren) en een Schengenzone waarbinnen geen grenscontroles zijn en landen visa voor elkaar afgeven.

Niet alle landen doen overal aan mee. Zo hebben maar 18 landen de euro. De EU is geen exclusieve club: wie zich aan alle EU-regels houdt, mag in principe lid worden. Zo werden in 2004, na jarenlange onderhandelingen en voorbereidingen, tegelijk tien oud-Oostbloklanden toegelaten.

De EU doet dingen die afzonderlijke lidstaten niet zelf kunnen doen, zoals vaststellen wat er binnen de EU verhandeld mag worden en hoe. Ook probeert de EU een gemeenschappelijk standpunt in te nemen over grensoverschrijdende problemen als milieuvervuiling en terrorisme, en onderhandelt ze als blok met andere economische grootmachten als China en Brazilië.

“The Jogger”, een korte film van Belgische makelij die gemaakt werd om te laten zien wat de Schengenzone betekent voor inwoners van de EU.

De meeste beslissingen worden in Brussel door nationale ministers en regeringsleiders genomen. Drie maanden per jaar vergaderen zij in Luxemburg; het parlement vergadert één week per maand in Straatsburg.

Onderhandelingen zijn soms bikkelhard. Men zegt weleens dat Europese landen vroeger met wapens vochten en nu met woorden en geld.

Wat is Europa?

De EU in cijfers

De Europese Unie heeft een oppervlakte van 4,3 miljoen vierkante kilometer, heeft 508 miljoen inwoners en er worden 24 verschillende officiële talen gesproken. De twaalf sterren in een cirkel zoals die op de vlag staan, symboliseren “idealen van perfectie, volmaaktheid en eenheid”. Ze staan niet voor het aantal lidstaten, benadrukt de Unie.

Dat is een cruciale vraag, die velen zich stellen. Omdat niemand weet waar Europa eindigt – hoort Turkije erbij? Oekraïne? – is een definitie moeilijk te maken. Volgens sommigen is Europa een waardengemeenschap: open voor iedereen die staat voor menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en het respecteren van de rechten van de mens. Anderen vinden dat Europa exclusief christelijke wortels heeft en daar trouw aan moet blijven. Weer anderen zeggen dat besluitvorming met veel landen te moeilijk wordt, zodat meer dan oppervlakkige samenwerking onmogelijk is.

Kortom, iedereen heeft een ander beeld van wat Europa is en moet zijn. Dat maakt het voor velen moeilijk om zich Europees te voelen.

Wat is het verschil tussen het Europees parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad?

Er is een duidelijke taakverdeling. De Commissie doet voorstellen voor maatregelen of wetgeving die in het Europees belang zijn. Nu de gasvoorziening in gevaar komt, bedenkt zij bijvoorbeeld alternatieven, zodat geen land zonder stroom of verwarming hoeft te zitten. Ook bewaakt de Commissie bestaande Europese afspraken. Zij is degene die in actie komt als een land milieuregels overtreedt of te hoge schulden heeft.

De Raad is het orgaan van de 28 lidstaten. Alles wat de Commissie voorstelt, moet door de Raad worden goedgekeurd. Dat gebeurt op meerdere niveaus: regeringsleiders doen dat op een top, ministers op ministerraden, ambassadeurs en nationale ambtenaren in hun eigen vergaderingen met collega’s uit andere landen. Om even bij de gasvoorziening te blijven: alle plannen die de Commissie nu bedenkt om minder afhankelijk te worden van Russisch gas, moeten worden gefiatteerd door de lidstaten in de Raad. Soms laten die weinig van zo’n voorstel heel omdat ieder land weer andere belangen heeft. Zeker als het om onderwerpen gaat waarbij unanimiteit is vereist (waarbij elk land een veto heeft), kan het hoog oplopen en is het lastig om een compromis te vinden.

Daarna moet het Europees parlement er in veel gevallen over meebeslissen. Omdat dit voor steeds meer kwesties geldt, zag je tijdens de eurocrisis vaak hetzelfde patroon: de Commissie stelde ambitieuze Europese begrotingsregels of wetgeving voor bankentoezicht voor, de Raad zwakte die regels sterk af en vervolgens wilde het parlement ze weer krachtiger maken. Uiteindelijk rolde er dan een compromis uit tussen de Raad en het parlement.

Het verschil tussen raad, commissie en parlement - een animatie van Funk-e.

Deze levendige dynamiek maakt Europese besluitvorming lastiger dan vroeger, en voor de burger ook moeilijker te begrijpen – maar tegelijkertijd meer democratisch. Je kunt het vergelijken met regering, Eerste Kamer en Tweede Kamer: ieder speelt zijn rol.

Waar gaat het Europese parlement over?

Over steeds meer dingen. Van een klein clubje nationale parlementariërs met amper invloed is het parlement afgelopen jaren uitgegroeid tot een geduchte, autonome machtsfactor in de Europese besluitvorming. Op steeds meer terreinen heeft het parlement meebeslissingsrecht: de Commissie stelt iets voor, ministers of regeringsleiders van de Raad verwateren het en stemmen erover, en vervolgens stemt het parlement erover waarbij er wéér ingrijpende veranderingen in het voorstel worden aangebracht. Uiteindelijk bepalen de Raad en het parlement samen het definitieve besluit, waarbij beide instanties heel gedetailleerd paragrafen in de wetstekst kunnen aanpassen.

Dit geldt intussen – zeker sinds het Lissabonverdrag in 2010, de laatste keer dat de reglementen van de Unie ingrijpend zijn aangepast - voor de meeste onderwerpen: de interne markt, justitie, asiel, landbouw en visserij, enz. Op een paar terreinen is de input van het parlement nog altijd beperkt: bijvoorbeeld belastingzaken, monetaire zaken, buitenlandse zaken, toetreding van nieuwe EU-lidstaten of de totstandkoming van internationale verdragen. Hierbij mag het parlement óf alleen advies geven, dat de Raad naast zich neer mag leggen, óf krijgt het alleen de mogelijkheid ja of nee te zeggen.

Wat doet een europarlementariër op een doordeweekse dag?

Agenda van Marietje Schaake

Dit is wat er op 3 april 2014 in de agenda stond van Marietje Schaake, sinds 2009 namens D66 europarlementariër.

07:15 – Aankomst op het Europees Parlement.
07:30 Ontbijt en debatten voorbereiden.
08:30 Plenair debat met EU buitenland-chef Catherine Ashton over het gemeenschappelijk buitenlandbeleid en Iran.
11:15 Een belangenorganisatie biedt een petitie (met één miljoen handtekeningen) voor het beschermen van netneutraliteit aan.
11:30 Plenaire stemmingen. Het parlement neemt amendementen van de liberale groep aan om netneutraliteit in EU-wetgeving te verankeren. Een grote overwinning voor onze politieke groep.
13:30 Filmpje opnemen voor een speech bij een evenement over het controleren van de export van gevaarlijke technologieën vanuit Europese lidstaten.
14:00 Vergadering met de Europese Commissie over het vrijhandelsverdrag tussen EU en VS.
15:00 Spreken met een bezoekersgroep van de Jonge Democraten.
15:30 Bellen met journalisten over netneutraliteit en stemmingen van vandaag.
16:00 Interview op Radio 1 over hetzelfde onderwerp.
‘s Avonds met de trein richting Nederland om de volgende ochtend te spreken bij een Model United Nations bijeenkomst over de millenniumdoelstellingen, in Haarlem.

Moeilijk te zeggen, elke dag ziet er anders uit. Eén ding is zeker: als je een serieuze europarlementariër (MEP) een dag volgt, ben je ‘s avonds behoorlijk stuk. Velen zien familie en vrienden weinig. Eén week per maand (maandag t/m donderdag) zitten ze in Straatsburg, verder in Brussel. Voor een Griek of Fin betekent dit voor dag en dauw opstaan (of de dag ervoor al) en uren reizen.

Vergaderingen beginnen meestal rond 9 uur. Elke parlementariër zit voor een nationale partij in het Europees parlement: Nederlanders zitten er dus namens bijvoorbeeld CDA, PvdA, D66, GroenLinks of PVV. Die partijen vormen met gelijkgestemden uit andere landen Europese ‘bloedgroepen’, zoals groenen, christendemocraten, liberalen en socialisten.

Elke parlementariër volgt meerdere onderwerpen. Voor de een is dat visserij en handel, de ander doet ontwikkelingshulp, economie en begrotingszaken. Vergaderingen over die onderwerpen vinden soms tegelijk plaats. Elke parlementariër heeft een of twee assistenten die kunnen inspringen, maar loopt permanent achter zichzelf aan. De hele dag coördineert hij/zij met partijleden, ‘familieleden’ uit andere landen en opponenten van een andere partij. Vaak komen er tussendoor lobbyisten langs die vertellen wat zij (niet) in een regeling terug willen zien, en zijn er hoorzittingen met politici en deskundigen. Tijdens de Straatsburgweek loopt dit tot ’s avonds laat door, omdat er dan gestemd wordt en er veel druk op de ketel is.

Donderdagavond reist iedereen naar zijn land terug. Maar niet naar familie of om uit te rusten. Want van vrijdag tot zondag moet de parlementariër overleggen met nationale partijgenoten, op tv komen en praten met kiezers. Elke parlementariër wil zoveel mogelijk invloed hebben op Europees beleid – tegelijkertijd moet hij of zij wel in eigen land worden herkozen.

Wat hebben Europese burgers aan de EU?

Vrede, veiligheid en voorspoed. Eén stem in een wereld vol machtige handelsblokken die over individuele landjes heenwalsen. En verregaande wettelijke bescherming van burgerrechten.

Nooit eerder in de geschiedenis hebben zoveel mensen het zoveel decennia lang zo goed gehad. Polen en Portugezen, die dictaturen hebben meegemaakt en bittere armoede hebben gekend, beseffen dit maar al te goed. Ook de Grieken, die flink zijn afgedroogd afgelopen jaren, piekeren er niet over om eruit te stappen. Kritiek op de EU hoor je meer in Nederland en sommige andere ‘oudere’ EU-landen. Daar klagen velen dat de EU ondemocratisch en betuttelend is en te veel kost. Zij zeggen: ook zonder EU komt er echt geen oorlog meer. Waarom zouden we de EU daarvoor bedanken?

Dit brengt ons op een ander uniek Europees fenomeen: sceptici worden hier niet opgesloten, zoals in veel andere werelddelen (en nieuwe EU-landen tot voor kort), maar kunnen het hoogste woord voeren – vaak zelfs met subsidie. Dit leidt tot felle debatten over de makkes en verdiensten van Europa, meer dan vroeger. Iedereen ‘bewijst’ met onderzoeksrapporten vol cijfers hoe goed of slecht Europa voor de burger is. Verwarrend. Maar wel democracy at work, zou je zeggen.

Dat politici proberen Europese besluitvorming transparanter te maken en nationale parlementen meer zeggenschap te geven, toont dat ze iets met de kritiek doen. Uit de laatste Eurobarometer blijkt dat burgers optimistischer worden over Europa, terwijl hun vertrouwen in nationale instellingen blijft dalen. Sommigen denken dat het conflict met Rusland die trend versterkt: het wij-gevoel wordt bevestigd door een gemeenschappelijke ‘vijand’.

Foto’s: ANP. Zelf een vraag over de Europese Unie en de verkiezingen? Mail naar internet@nrc.nl.