‘Ze hebben iemand zoals ik nodig om te groeien’

Marcel van Aelst

(66) is president van Hotel Okura Amsterdam en tweede man van het Japanse Okura concern wereldwijd.

Foto Maurice Boyer
Foto Maurice Boyer

Aspiratie

„Na mijn afstuderen werd ik gevraagd in Hotel Okura Tokyo de finesses van het vak te komen leren, dan mocht ik daarna Okura Amsterdam helpen openen. Het was een kans, Japan klonk exotisch. Alles was wezensvreemd. De taal, de omgang, het eten. Ik was jong, niet bewust bezig met cultuurverschillen, maar ik observeerde wel. Hoe je buigt. Dat je visitekaartjes met twee handen aanpakt en aandachtig bekijkt. Na drie jaar ben ik overgestapt naar InterContinental Hotels. Bij Okura is de weg naar de top lang. Jaren aan de balie, wachten tot er iemand boven me omviel, daar had ik geen zin in.”

Najagen

„Voor Japanners is het voorkomen van gezichtsverlies het allerbelangrijkste. Een fout is onvergeeflijk. Daarom zijn ze continu bezig te verbeteren. Kaizen, iedere dag een beetje beter. Dat geeft druk, zeker, het verwachtingspatroon is enorm. Maar het streven spreekt me aan. Ik herinner me een casestudie op Stanford University. IBM meldde een foutmarge in de productie van computers van 0,000329 per duizend, of zoiets. Een Japanse koper reageerde vol onbegrip: ‘Keep the broken ones.’ Kwaliteit is een race zonder finish, las ik ooit. Dat vind ik een mooie uitspraak.”

Wrijving

„Ik heb moeite met de manier waarop besluiten worden genomen. In het westen geef je een opdracht, je krijgt feedback en kunt bijsturen. In Japan worden beslissingen in de groep genomen. De man aan de top zet de handtekening, maar die val je niet lastig met moeilijke afwegingen. Uit respect. Als manager krijg ik dus te horen: dit is het. Als ik iets wil veranderen, begint het hele proces opnieuw. Voor een doelgericht iemand als ik is dat soms heel frustrerend. Beslissingen kosten veel tijd en zijn ongrijpbaar, want niemand zegt wat hij echt vindt.”

Autonomie

„Natuurlijk pas ik me aan. Aan de omgangsvormen, de bureaucratie. Zestien stempels om een vergadering te verzetten. Maar als manager ga ik mijn eigen weg. Ik geef meer richting dan een Japanner zou doen, zeg welke informatie ik wil hebben en wanneer. Ik kies regelmatig voor jongere managers – kwaliteit boven senioriteit. Mijn opvolger als general manager van Okura Amsterdam is een vrouw, wat in Japan niet altijd geaccepteerd wordt. Ik vind het mijn taak te doen wat een Japanner vanuit zijn cultuur misschien niet kan doen.”

Bewapening

„Waarom ik als enige buitenlander in de directie zit van Okura? Ik heb het Okura DNA. Het was mijn eerste baan, ik begrijp de cultuur. Ook de andere buitenlanders op hoge posities werden jong aangeraakt door de cultuur, woonden als kind in Japan of leerden net als ik het vak bij Okura, gingen weg en kwamen weer terug. Iemand van buiten redt het vaak niet. Verder heb ik ervaring bij internationale ketens en spreek mijn talen, zij het matig Japans. Ik wil mezelf niet op de borst kloppen, maar ze hebben iemand zoals ik nodig om internationaal te kunnen groeien. Als brug naar het westen.”

Weerslag

„Bij mijn terugkeer naar Okura Amsterdam was een van mijn voorwaarden dat ik niet meer werd overgeplaatst. Na 24 jaar als expat, elke drie jaar verhuizen met de familie, was het mooi geweest. Privé hebben we zeker een prijs betaald. Vooral mijn vrouw wilde graag terug, een eigen leven opbouwen. Onze kinderen hebben uit hun schooltijd weinig vrienden overgehouden, omdat ze telkens moesten verhuizen. Hun echte vrienden stammen van daarna, van de universiteit.”

Eer

„Het hotel maakte verlies toen ik aantrad. De gemeente Amsterdam had haar belofte gebroken naast het hotel de opera te bouwen. Die belediging heb ik rechtgezet. Er staat nu een prachtig hotel met vijf restaurants. Tijdens de inhuldiging van Koning Willem-Alexander op 30 april 2013 logeerden vijftien vorstenhuizen bij ons. De kroon op mijn werk. In Japan is in mijn positie doorwerken tot 72 jaar gebruikelijk, maar dat ga ik niet doen. Ik zal wel aanblijven als commissaris. Maar eerst een derde Michelinster voor ons restaurant Ciel Bleu. Het hoogst haalbare. Dat is mijn droom.”