‘Belgen zijn vreemden voor elkaar’

‘Die luie Walen’ liggen aan het uitkeringsinfuus, vinden de Vlaams-nationalisten van Bart De Wever. Zijn partij stevent bij de verkiezingen van volgende week af op een monsterzege. Een zoektocht door een verscheurd land waar de misverstanden en taboes zich opstapelen.

foto’s Wouter Van Vooren

Charleroi, in Wallonië. Van trots is in de industriestad niets meer over sinds de teloorgang van de zware industrie. Met tienduizenden tegelijk verloren arbeiders hun baan.

In Palais de la Bière Chez Wala in het Waalse stadje La Louvière is het al uren ongemakkelijk stil. Het is bijna schrikken als er toch nog iemand binnenkomt. „Goedenavond iedereen”, zegt de man. Hij moet er zelf hard om lachen. „Iédereen!”, herhaalt hij, terwijl hij om zich heen kijkt in de verder lege kroeg.

De barman vindt de grap minder geslaagd. Met zichtbare tegenzin tapt hij een biertje voor zijn sarcastische stamgast die zich nestelt op een kruk voor de gokkast.

Sinds 1965 bestiert de familie Wala het ruim honderd jaar oude bierpaleis. „Vader Lucien is helaas dood”, zegt de barman. „Zoon Rudi is nu de baas en die houdt van traditie. Alles staat hier nog op exact dezelfde plek als vijftig jaar geleden.” De kampioensbekers in de vitrinekast zitten onder een dikke laag stof. Vergeelde foto’s aan de wand herinneren aan de glorietijd van de mijnen.

De barman schenkt nu ook voor zichzelf in. „In de staal is hier alleen nog een Russisch bedrijf actief, de andere fabrieken in La Louvière en verderop in de Borinage zijn bijna allemaal gesloten. Voor jongeren is hier geen toekomst.” Het beeld is schrijnend, maar nog veel erger: het is inmiddels cliché.

Over het sociale verval in de Borinage en andere Waalse industriebekkens, waar de allereerste mijnsluitingen al een halve eeuw teruggaan, hebben talloze schrijvers en filmmakers zich gebogen. Maar dat verhaal is nog lang niet klaar. „De sociale atoombom die toen is gevallen heeft gevolgen tot op de dag van vandaag”, zegt schrijver en Wallonië-expert Pascal Verbeken in zijn werkkamer in de Vlaamse stad Gent.

„Langs die oude industriële as, van Luik tot La Louvière, heerst nog altijd een diepe sociale crisis. Eenderde leeft er op of onder de armoedegrens. Maar zelfs aan de vooravond van de verkiezingen wordt er door Waalse politici, de ultralinksen uitgezonderd, met geen woord over gerept. Het is taboe.”

‘Moeder aller verkiezingen’

Op 25 mei zijn er in België behalve Europese verkiezingen ook verkiezingen op federaal (landelijk) en regionaal niveau, in de gewesten Wallonië, Brussel en Vlaanderen. De Belgen noemen het de ‘moeder aller verkiezingen’. En meer dan ooit worden tijdens deze verkiezingen de verhoudingen tussen de Nederlandstalige Vlamingen en Franstalige Walen op scherp gezet. De ‘luie Walen’ liggen voor hun werkloosheidsuitkeringen aan het federale infuus, vinden veel Vlamingen, die niet langer bereid zijn met ‘hun belastinggeld’ dat infuus toe te dienen. De Vlaams-nationalistische partij N-VA van Bart De Wever, die op termijn streeft naar een Republiek Vlaanderen, profiteert van dat sentiment en stevent af op een monsterzege.

Hardnekkige vooroordelen over de Walen worden door de N-VA niet geschuwd. „Dit zijn mijn hangbuikzwijntjes”, zegt N-VA’s tweede man Ben Weyts in een vorige week uitgezonden televisiedocumentaire. De zwijntjes van de politicus heten Mignonette en Cotelette. „Eigenlijk had ik ze Laurette en Joëlle willen noemen”, zegt Weyts, verwijzend naar de voornamen van twee vooraanstaande Waalse politici. Maar toen hij zag hoe ‘on-Waals hard’ de zwijntjes werken in zijn tuin, zag hij daar van af.

Tegenover die Vlaamse neerbuigendheid staat de Waalse reflex om moeilijke kwesties zoals de hoge werkloosheid toe te dekken, zegt schrijver Verbeken. In Wallonië wordt de N-VA volgens hem gezien als een club fascisten. „In gesprekken met Walen leg ik uit dat de N-VA een centrum-rechtse partij is die zorgen heeft over de betaalbaarheid van de sociale zekerheid en meer zelfbeschikkingsrecht voor Vlaanderen eist. Maar die nuancering valt in Wallonië heel slecht.”

Acht jaar na de publicatie van zijn bekroonde reisboek Arm Wallonië doorkruiste Verbeken de afgelopen maanden opnieuw het Franstalige gewest. „In de Waalse steden waar de zware industrie wegviel groeit een volgende pyjamageneratie op. Kinderen die hun ouders en grootouders niet één ochtend de deur uit zagen gaan voor werk. En nu zitten ze zelf thuis.”

Tegelijk ziet Verbeken in Wallonië ook veel nieuwe economische dynamiek. Maar die kant van het verhaal is nagenoeg onbekend in Vlaanderen, zegt hij. „Er is in Vlaanderen amper fundamentele verslaggeving over Wallonië. Omgekeerd is de situatie net zo. We weten in België nog maar weinig van elkaar.”

De magneet Louvain-la-Neuve

Op een half uur rijden van ‘pyjamastad’ La Louvière ligt het Waalse beloofde land met als epicentrum Louvain-la-Neuve. De studentenstad werd in 1969 gebouwd als direct gevolg van een felle taalstrijd in Leuven die leidde tot de splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven (KUL)-Université Catholique de Louvain (UCL).

‘Walen Buiten’ was de slogan van de Nederlandstaligen die de UCL dwongen tot vertrek. Om de Franstaligen te compenseren verrees uit het niets modelstad Louvain-la-Neuve, in de akkers op de landerijen van een graaf uit de omgeving.

„Met terugwerkende kracht moeten we de Vlamingen op onze knieën danken”, lacht Christian Laporte, politiek commentator bij de krant La Libre Belgique. Doorspekt met zijn eigen ervaringen als oud-student in Louvain-la-Neuve schreef hij een boek over het Walen Buiten-drama. „Uiteindelijk is de geboorte van die stad een zegen geweest voor Wallonië. Ze trekt als een magneet aan intellect en kapitaal, en daar plukken we de vruchten van.”

De stad is alleen te benaderen via tunnels waar de bezoeker zijn auto moet achterlaten in een van de ondergrondse parkings. Bovengronds is Louvain-la-Neuve van de voetgangers: studenten, professoren en werknemers van de talloze research- en hightechbedrijven die door oud-UCL’ers werden opgezet.

Frans, Chinees, Spaans en Engels zijn er de voertalen van de twintigers die zelfverzekerd paraderen door de straten.

„Ik ben hier na mijn studietijd blijven hangen vanwege de atmosfeer en de frisse lucht”, zegt Francois Vanvyve, een zestiger, op het overvolle terras van een Thais restaurant. „Waalse politici claimen nu het succes van de stad en haar universiteit, wat volstrekte onzin is”, zegt Vanvyve. Toen in 1969 het eerste beton werd gestort bestond er nog geen Waals gewest met eigen bevoegdheden. Vanvyve: „De bouw van Louvain-la-Neuve was gewoon een landelijk regeringsbesluit. Maar de verkiezingen komen eraan en dan moet je je als Waals politicus natuurlijk een beetje verkopen.”

Voor de Parti Socialiste (PS), van oudsher de grootste partij in Wallonië, is ‘Louvain-UCL’ het gedroomde model voor de toekomst van het gewest.

In 2005 werd het Waalse ‘Plan Marshall’ gelanceerd om bedrijven in de regio financieel op weg te helpen. „De 13 miljoen euro uit het Marshallplan heeft ons bedrijf mede op de rails gezet”, zegt Eric Halioud, directeur van Promethera Biosciences. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in stamceltechnologie waarmee leverziektes kunnen worden bestreden.

In de groene gordel rond Louvain-la-Neuve is Promethera één van de honderden UCL-spin-offs die zich de laatste jaren vestigden in het labyrint van bedrijvenparken. In Parc Einstein, Parc Axis en Parc Fleming is geen plaats voor oude economie. De ‘slimme starters’ in groene energie en biotechnologie voeren er de boventoon. Het nieuwe elan bezorgde Wallonië onlangs een plek in de top-20 van favoriete Europese regio’s, samengesteld door internationale investeerders. Vlaanderen kwam in het lijstje niet voor.

„Het groeipotentieel is in Wallonië groter, maar we komen dan ook van ver”, zegt Promethera-directeur Halioud. „In absolute termen hebben we nog een achterstand in te halen op Vlaanderen.” Maar van een Vlaams-Waalse wedloop is geen sprake, zegt Halioud, die juist samenwerking zoekt met partnerbedrijven in Vlaanderen. „Ons managementteam bestaat uit Walen én Vlamingen en dat werkt perfect samen. Die Vlaams-Waalse kwestie zit vooral in de hoofden van politici. De gemiddelde Belg heeft er inmiddels zijn buik van vol.”

Vooroordelen

Het optimisme van ondernemer Halioud zou Christian Laporte van dagblad La Libre Belgique graag ondersteunen. Maar volgens hem zijn de Belgen onderling steeds meer vreemden voor elkaar. „Wij Walen dichten onszelf een open identiteit toe. De Vlamingen vinden we maar een bekrompen volkje.”

Volgens Laporte spelen aan weerszijden van de taalgrens politici en media een cruciale rol in het versterken van de vooroordelen over elkaar. Fragmenten van N-VA-kopstuk Weyts en zijn PS-zwijntjes zijn ook op een Franstalige zender vertoond. Vanzelfsprekend geeft dat extra voeding aan de Waalse aversie tegen het fenomeen De Wever, zegt Laporte. „Onnodig, want ik ken De Wever als een intelligent en redelijk man. Ik denk dat hij deels ook de gevangene is geworden van zijn eigen kleingeestige entourage.”

Op de redactie in Brussel, hoofdstad van België én van Vlaanderen, is Laporte de enige die goed Nederlands spreekt en de Vlaamse politiek nauwgezet volgt. „Als ik weer eens terugkom van een N-VA-congres of een interview met De Wever, word ik daar door collega’s op aangesproken. ‘Was je weer dik aan het doen met je Vlaamse vriendjes?’ Alsof ik verraad pleeg aan de Franstalige Belgen.”

Schrijver en Wallonië-kenner Pascal Verbeken overkomt in Vlaanderen hetzelfde. „Wallonië is me dierbaar en dan ben je in N-VA-kringen al snel verdacht.” In zijn naaste omgeving ziet Verbeken steeds meer kennissen opschuiven naar de N-VA. „Het is allang geen toevluchtsoord meer voor Vlaamse diehards. Volgens onderzoek koestert slechts 10 procent van de Vlamingen separatistische sympathieën.” Verbeken ziet de N-VA eerder als een revolte van de Vlaamse middenklasse. „Een partij voor mensen die hard werken en vinden dat ze te veel betalen voor ‘het project België’.”

Hebben ze gelijk? Ja, vindt Verbeken, als het gaat om de vaststelling dat de Parti Socialiste (PS) van federaal premier Elio Di Rupo verantwoordelijk is voor het in standhouden van een „duur en cliëntelistisch” systeem van uitkeringen. In Wallonië, thuisbasis van Di Rupo, komt dat volgens Verbeken neer op ruilhandel. „Wij garanderen je uitkering, jij geeft je stem aan de PS.”

Het is begrijpelijk dat de N-VA het de Waalse politici verwijt dat hierdoor in bepaalde streken in Wallonië werkloosheid „een condition de vie, een levenshouding” is geworden. Verbeken: „Maar als de N-VA de perversiteit in de sociale zekerheid als argument gebruikt om België dan maar op te delen, haak ik als Belgofiel af.”

Wake Up Charleroi!

„Als telgen uit arbeidersfamilies zijn wij allemaal opgevoed met de Carolo-mentaliteit”, zegt Martin Deliège. „Je bent hier solidair met elkaar, niet vanwege je lidmaatschap van een partij, maar omdat het móét!” Carolo’s zijn mensen uit Charleroi, „en ik ben een échte”, aldus Deliège.

„Carolo’s houden zielsveel van hun vieze grijze stad.” Met medestudenten richtte hij actiegroep Wake Up Charleroi! op, waarmee ze een pleidooi houden voor de „wedergeboorte” van hun door de crisis zwaar getroffen stad.

Vanmiddag hebben ze een bar en geluidsinstallatie neergezet in een tochtige steeg, aan de voet van een vergeten berg puin die is blijven liggen na sloopwerkzaamheden. Zo’n honderd studenten zijn komen opdagen voor de pop-up party.

„Geen romantische plek voor een feestje”, geeft Deliège toe. „Charleroi zit nu eenmaal vol gaten en kapotte constructies. Maar de locatie is met opzet gekozen: je biertje drinken met uitzicht op die ellende maakt je bewust. Onze generatie moet erin gaan geloven dat wij aan de lelijkheid een eind kunnen maken. We willen Charleroi weer in beweging brengen.”

Hoe dat er ooit uitzag, Charleroi in beweging, is te zien in het Musée de la Photographie aan de rand van de stad. Het meest beklijvende beeld in het museum is dat van een jong stel op de terrils, de kolenafvalbergen, die als zwarte puisten het stadsbeeld ontsierden. Maar voor Carolo’s vormden die terrils juist het decor waar je de fotograaf mee naartoe nam voor de verlovingsfoto’s.

Van die trots is niets meer over sinds de teloorgang van de zware industrie. Met tienduizenden tegelijk verloren arbeiders hun baan.

Door de straten lopen nu opvallend veel bedelaars en op een verkeersrotonde naast een statig overheidsgebouw ruziën vijf hoertjes met elkaar om een standplaats aan de drukste afrit. Eén op de vijf jongeren in Charleroi is werkloos. „Wie slim genoeg is, trekt weg naar Brussel of Luik, want een universiteit hebben we hier niet”, zegt Deliège.

Met Wake Up! probeert hij de studerende Carolo’s in de weekends weer terug te lokken naar hun stad. „Als jongeren hier samen weer lol maken en de liefde bedrijven is de kans ook groter dat ze zich na hun afstuderen weer vestigen in Charleroi.” Om wat te doen? „Ik wist dat die vraag zou komen”, lacht Martin Deliège. „Als alles goed gaat opent universiteit UCL uit Louvain-la-Neuve hier over twee jaar een dependance.”

Hij hoopt op dezelfde UCL-spin-off van startende ondernemers zoals op de bedrijventerreinen rond Louvain-la-Neuve. „Geld en politieke macht hebben we niet, alleen vertrouwen.”

Taboes en transfers

Het is hoopgevend, de komst van de jonge startende ondernemers rond de Waalse steden. „Maar het is midden- en kleinbedrijf dat slechts banen schept voor hoogopgeleiden”, zegt schrijver Pascal Verbeken. Het kan de recente massaontslagen in de oude industrie niet compenseren. Als voorbeeld noemt hij het drama bij staalproducent Cockerill in Seraing aan de Maas. „Daar werkten 40.000 mensen. Er zijn er vandaag nog maar een paar duizend aan de slag. Dat zijn sociale drama’s van ongekende omvang.”

De inspiratie voor zijn inmiddels verfilmde boek Arm Wallonië vond hij in Arm Vlaanderen. „Een klassieker van honderd jaar geleden, waarin een rondreis wordt beschreven door het toen straatarme Vlaanderen. In dorpen stierven de mensen van de honger.” In totaal trokken een half miljoen Vlamingen in die tijd naar Wallonië, dat na Groot-Brittannië en de Verenigde Staten toen de derde industriemacht ter wereld was.

Arm Vlaanderen beschrijft ook de misère in de streek rond Ninove waar Verbekens voorouders vandaan komen. „Maar binnen de familie zijn die verhalen nooit doorverteld. Armoede was een taboe. En een eeuw later is het weer een taboe, maar dan aan Waalse zijde.”

Anders dan in de tijd van Arm Vlaanderen is er nu een Belgisch systeem van transfers, wat er in de praktijk op neerkomt dat geld uit het rijkere Vlaanderen vloeit naar het armere Wallonië. „Het federale systeem van sociale zekerheid is misschien nog wel het enige wat België bijeenhoudt”, zegt Verbeken. Dat in tweeën knippen, zoals de Vlaams-nationalisten van de N-VA het graag zouden zien, zou „catastrofaal” zijn voor Wallonië, vreest hij. „Wallonië heeft nog zeker twintig jaar van economische groei nodig alvorens het op eigen benen kan staan.”

„Splits je de sociale zekerheid, dan splits je in feite het land”, beaamt politiek commentator Christian Laporte van La Libre Belgique. „Je riskeert daarmee de verpaupering van Wallonië, en dan zijn we allemáál verder van huis.”

Op de Brusselse redactie loopt Laporte langs een beeldscherm waarop de laatste peilingen voor de verkiezingen van 25 mei flikkeren. Winst in Vlaanderen voor de partij die de puist wil uitknijpen. Winst in Wallonië voor de partij die liever een pleister plakt over die terril. „Ik kan de kop op onze voorpagina van 26 mei al voorspellen, zegt Laporte. „Le fossé se creuse encore: de kloof wordt dieper.”