Opinie

Anne Frank is nooit alleen kunst, ze is ook historie

De ombudsman

Nog een rubriek ook, over de ophef over het artikel over het toneelstuk over het boek? Toch wel, want lezers stuurden mij, behalve een handvol geërgerde protesten, ook feitelijke vragen. Hoe was dit nu eigenlijk gegaan?

De krant plaatste vrijdag op de voorpagina een negatieve recensie van de theaterproductie Anne (Deze Anne mist gelaagdheid, 9 mei) van recensent Herien Wensink. Het stuk kreeg maar twee ballen (van de vijf).

Binnenin bracht de krant een reportage met, veelal waarderende, reacties van het publiek (Lof van premièrepubliek voor ‘ingetogen’ Anne).

Daarna stak de storm op. Waarom zo’n negatieve recensie als enige stuk op de voorpagina? Was er geen nieuws? Nog die avond volgde een tribunaal bij De Wereld Draait Door, waar hoofdredacteur
Peter Vandermeersch spitsroeden moest lopen om de keus te verdedigen tegenover een verblufte presentator.

Was er een journalistieke zonde begaan?

De redactie vindt van niet. Sterker nog, ik proefde een lichte trots: mooi dat wij ons niet hebben laten imponeren door de publiciteitsmachine van een blockbuster. Of door de hoerajournalistiek van pluggersparadijs Hilversum, waar kunst vooral een feestje moet zijn.

Wat was het probleem voor de lezers?

Sommigen zien meteen een sinister complot – de krant wil dit stuk saboteren. Elsevier-columnist Afshin Ellian, die acht jaar columnist was bij NRC Handelsblad, zag er het perfide werk in van een „ideologische kerngroep” bij zijn oude krant, die zich had bediend van de hoofdredacteur om met oude vijanden af te rekenen.

Hoe kom je erbij.

De feiten: het besluit om dit stuk op de voorpagina te plaatsen werd genomen (overigens niet door de hoofdredacteur, maar door de dienstdoende adjunct en eindredactie) omdat het een bijzonder stuk werd gevonden, er lang naar deze wereldpremière was uitgekeken, en er – ook altijd een praktische overweging bij een krant – geen ander, dwingend nieuws voorhanden was. Goed, dat kan aan de krant liggen, maar zo was het.

De kunstredactie had de toneelproductie het afgelopen jaar ook gevolgd, met stukken over de bouw van het theater, een interview met schrijvers Leon de Winter en Jessica Durlacher en berichtgeving over de controverse over de consumptie-arrangementen van het theater.

En de krant was de eerste die over de première kon berichten – ook dat maakte het een kandidaat voor de voorpagina.

Hier speelde dus geen ‘sabotage’, of een vooroordeel tegenover de makers; ik heb het gebouw ook nog doorzocht naar die ideologische kerngroep en die niet gevonden, ook niet in de krochten. Dit was een puur ambachtelijke afweging.

Maar was het ook een gelukkige?

Eén lezer die mij schreef, vindt het in elk geval tegenstrijdig dat de hoofdredacteur in DWDD zei ‘Anne’ de belangrijkste culturele gebeurtenis van het jaar te vinden, maar ook dat een ‘modale’ recensie – drie of vier ballen – de voorpagina niet had gehaald. Ja, de lezer heeft een punt: als die voorstelling echt zo belangrijk is, zou dat dan toch ook moeten.

En dan die plek zelf: op de voorpagina hoort nieuws, geen recensie. Matthijs van Nieuwkerk, zeldzaam dogmatisch, poneerde dat recensies op de cultuurpagina moeten staan. Basta.

Maar zoiets algemeens kan niet het punt zijn. Feit is dat de krant – en niet alleen deze – al veel langer af en toe ook een recensie voorop plaatst. Nieuwe deeltjes in de Harry Potter-reeks belandden er in het verleden bijvoorbeeld ook, want (bijna) iedereen was daar benieuwd naar. Ook een recensie heeft nieuwswaarde, zeker als ergens lang naar is uitgekeken – zoals naar deze voorstelling.

Nu kon de kleine Potter destijds op de grote voorpagina nog knus worden ingebed tussen grote-mensen-ellende. De voorpagina was toen nog een heuse etalage. Op tabloidformaat is dat veranderd: vaak staat er nu maar één opmerkelijk geacht stuk. Ander, evengoed belangrijk nieuws volgt op de pagina’s daarna.

Aan de ene kant betekent dat een relativering van het gewicht van de voorpagina. Aan de andere kant: het blijft natuurlijk wel de eerste pagina die lezers zien. Ook deze reacties vestigen er nog eens de aandacht op dat een tabloidvoorpagina soms juist extra hard aankomt – zeker bij een ongebruikelijke keus.

Maar er speelt, ten slotte, ook iets anders mee, in die boze lezersreacties.

Want hoe je het ook wendt of keert, het gaat hier om de oorlog.

Anne Frank, de bezetting en de Jodenvervolging zijn ook anno 2014 levende geschiedenis. Geen wonder, haar verhaal is een spiegel van het Nederlandse falen tijdens de oorlog. Nog in 2004 woedde een pijnlijk debat of zij (die niet de Nederlandse nationaliteit bezat) mocht meedingen naar de eretitel ‘Grootste Nederlander aller tijden’. En niet voor niets ontstaat elk jaar opnieuw rumoer over de meiherdenkingen.

Dat betekent niet: handen af van Anne. Maar wel dat elke bewerking van haar verhaal méér is dan alleen een autonome kunstuiting die volgens de regels der kritiek kan worden afgehandeld. Het is ook telkens weer een toetssteen voor de omgang met het verleden; daarom staan mensen in de rij voor zo’n voorstelling.

De pretentie van de makers is dit keer ook expliciet het verhaal te actualiseren voor ‘nieuwe generaties’ en een breed publiek; de recensie maakt daar een korte, positieve opmerking over. Maar wat meer aandacht op de voorpagina voor de publieksreacties had de lezer meteen kunnen informeren: dit vond het publiek en dit, beste lezer, vinden wij.

Met andere woorden, de krant had ook kunnen proberen, als dit onderwerp dan zo belangrijk is, niet alleen de vraag te beantwoorden hoe geslaagd (of gelaagd) het kunstwerk is, maar ook wat het zegt over de omgang met Anne Frank, hoe en voor welke nieuwe groepen, en dus, in goed Duits, over de stand van de Nederlandse Vergangenheitsbewältigung.

Dat vraagt een historische blik, naast een esthetische kritiek.

Kortom, de keus van de krant was ambachtelijk, niet ideologisch of malicieus – maar miste wel, hoe zal ik het zeggen, een zekere gelaagdheid.

Reacties: ombudsman@nrc.nl