Al die verdwenen mbo-banen komen dus nooit meer terug

Na de crisis zullen de mbo-banen in de techniek en de zorg terugkeren, verwacht het kabinet. Maar niets is minder waar, menen Jouke van Dijk en Wim van de Pol. Beleidsmakers en opleidingen hebben geen tijd te verliezen.

Moslima tijdens ‘Skills Masters’, beroepskeuze evenement voor vmbo of mbo
Moslima tijdens ‘Skills Masters’, beroepskeuze evenement voor vmbo of mbo Foto Peter Hilz/Hollandse Hoogte

De economische recessie heeft de (jeugd)werkloosheid sterk doen stijgen. Vooral het aandeel ‘middelbare’ banen, op mbo-niveau 2 en 3, is fors verminderd. En die banen komen nooit meer terug. Al lijkt het kabinet zich dat nog niet te beseffen.

Dat kabinet probeert er wel van alles aan te doen om jongeren straks, als de arbeidsmarkt weer aantrekt, aan het werk te helpen. Zo heeft het een ‘ambassadeur jeugdwerkloosheid’ aangesteld. Ook worden er ‘human capital agenda’s’ opgesteld voor topsectoren en zijn er in het Nationaal Techniekpact 2020 afspraken gemaakt die tekorten aan goed opgeleid technisch personeel moeten voorkomen. De bouwsector biedt, in dit licht, extra stages en leerwerkplekken aan.

Immers, de gedachte overheerst nog altijd dat wanneer de crisis eenmaal over is, de voortgaande vergrijzing snel zal zorgen voor tekorten op de arbeidsmarkt, met name in de techniek en de zorg.

Maar klopt deze veronderstelling wel?

Tussen 1998 en 2010 is het aandeel middelbare banen met 4,5 procent gedaald. In dezelfde periode steeg het aantal hogere en lagere banen met ruim 2 procent. De hoogleraren Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) wezen al op deze ontwikkeling in hun geruchtmakende boek The Second Machine Age. En hoewel zij en hun wetenschappelijke collega’s in toenemende mate onderbouwing voor deze stille revolutie leveren, lijken de beleidsmakers in Nederland de echte urgentie nog niet op te pikken.

Als gevolg van ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie zijn bepaalde banen en taken niet langer nodig. Op sluipende wijze verdwijnen momenteel banen voor jongeren met een opleiding op mbo-niveau 2 of 3, meestal banen die stilaan worden geautomatiseerd. En die banen komen, ook na de crisis, nooit weer terug.

Er zijn voorbeelden te over. Er hoeft nauwelijks meer te worden gesleuteld aan computers en auto’s; administraties worden gedigitaliseerd en geautomatiseerd; klanten doen veel zelf rechtstreeks via internet zonder tussenkomst van personeel. Daarnaast leidt de opmars van webwinkels tot minder banen in de detailhandel. Tegelijk zorgt die opmars voor laaggeschoolde banen in de logistiek en hooggeschoolde banen in het programmeren van websites en apps. En in de zorg worden zelfs specifieke cao-afspraken gemaakt dat een arbeidskracht minstens een mbo-diploma niveau 4 moet hebben.

Deze economische - en taakherstructurering deed zich al langer voor, maar wordt versterkt door de recessie en bezuinigingen in de publieke sector. Opmerkelijk is dat de structurele teruggang in banen niet geldt voor echt laaggeschoold werk zoals schoonmaken, want dat kan niet worden geautomatiseerd of uitbesteed naar lagelonenlanden.

Als gevolg van deze stille revolutie op de arbeidsmarkt krimpt de werkgelegenheid waarvoor een mbo 2 of 3 opleiding nodig is, hard én structureel. En dan hebben we het over ruim een miljoen mensen met deze opleidingskwalificatie. Wij kunnen het ons niet veroorloven dat een zo grote groep, de kurk van de middenklasse in ons land, in haar werkgelegenheid structureel wordt bedreigd.

Hoe verder?

Regionale Opleiding Centra’s (ROC) zetten alle zeilen bij om jongeren een succesvolle entree op de arbeidsmarkt te laten maken. Ze laten hun aanbod aan opleidingen bijvoorbeeld zo veel mogelijk aansluiten op de arbeidsmarkt. Bij kleinere of geleidelijke veranderingen op die arbeidsmarkt wordt het opleidingsaanbod aangepast, soms via een ander curriculum, soms door nieuwe opleidingen aan te bieden (gamedeveloper, inderdaad: niveau 4) of door opleidingen te verkleinen (kinderopvang).

Ook zetten ROC’s maximaal in op het behalen van een diploma op minimaal mbo 4 niveau en op het verwerven van vaardigheden die het adaptief vermogen ontwikkelen. Zo kunnen hun leerlingen beter inspelen op de snel veranderende economie. Het gaat dan om sociale en communicatieve vaardigheden, creativiteit en probleemoplossend vermogen, de zogenaamde 21st century skills.

Maar mbo 4 niveau is niet voor iedereen haalbaar.

ROC’s kunnen het probleem van de krimpende arbeidsmarkt voor een miljoen werknemers op mbo-niveau 2 en 3 niet oplossen. Dat is te groot, te ingrijpend en te fundamenteel. Daarvoor moeten kabinet, sociale partners en ROC’s afspraken maken over het creëren van nieuwe werkgelegenheid. Dit kan door taken uit andere banen weg te halen en samen te voegen, het zogenaamde job carving.

Lange tijd werd job carving vooral gezien als middel om mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt toch enigszins nuttig aan het werk te krijgen. Wij denken dat het hoog tijd wordt om job carving uit deze hoek weg te halen, en het een centrale plaats te geven in het arbeidsmarktbeleid en de cao-onderhandelingen. Een voorbeeld: bij de politie kan de roep om ‘meer blauw op straat’ gerealiseerd worden door een deel van de administratieve taken die nu worden uitgevoerd door de agenten, daar weg te halen en samen te brengen in een administratieve functie op mbo 2 of 3 niveau. Het administratieve werk van twintig agenten samenbrengen in een nieuwe administratieve functie zorgt zo voor negentien agenten die veel meer op straat zijn én voor een paar extra mbo 2 banen. Iets dergelijks kan ook gelden voor docententeams in het mbo, hbo en wo en voor groepen professionals in de dienstverlening of de zorg.

Maar eerst moet een ander besef doordringen, namelijk dat na de crisis door de vergrijzing grote tekorten op de arbeidsmarkt zullen ontstaan in zorg en techniek op mbo 2 en 3 niveau. Dat is niet zo.

Integendeel, er dreigen daar een miljoen banen te verdwijnen – voor altijd. Het huidige kabinetsbeleid en de human capital agenda’s negeren dit volledig. Dat moet snel veranderen. Job carving biedt kansen. Daarnaast moeten we onze beroepsopleidingen breder maken en 21st century skills ontwikkelen, tweede kans onderwijs stimuleren en leven lang leren maximaal benutten.

Pas dan hebben werknemers de vaardigheden om zich snel te kunnen aanpassen aan de veranderende economie.