India wacht grote ommezwaai

Grote zege hindoenationalist Narendra Modi naar verwachting goed voor handel met Westen.

Aanhangers van de hindoepartij BJP vieren de overwinning bij het partijbureau in Gauhati, de grootste stad in de noordoostelijke deelstaat Assam.
Aanhangers van de hindoepartij BJP vieren de overwinning bij het partijbureau in Gauhati, de grootste stad in de noordoostelijke deelstaat Assam. Foto AP

De omstreden hindoenationalist Narendra Modi heeft vandaag een verpletterende verkiezingszege geboekt bij de parlementsverkiezingen in India. De kiezers rekenden af met de in hun ogen falende regering van de Congrespartij.

Het land zal naar verwachting de komende jaren ingrijpende veranderingen ondergaan, met name op politiek en economisch vlak. De links georiënteerde Congrespartij, die India de afgelopen tien jaar bestuurde, maakt nu plaats voor de neoliberale Bharatiya Janata Party (BJP). Modi wordt naar alle waarschijnlijkheid India’s nieuwe premier.

Rond het middaguur feliciteerde de scheidende premier Manmohan Singh Modi met zijn overwinning. De uitslag heeft positieve gevolgen, is de stellige verwachting, voor de westerse mogelijkheden handel te drijven met India.

De koersen op de Sensex, de aandelenindex in Mumbai, stegen al sinds het begin van de verkiezingen, vijf weken geleden. Rond het middaguur schoten ze door de grens van 25.000 punten, een record.

Gehoopt wordt op een einde aan de bestuurlijke verlamming die de grootste democratie ter wereld (ruim 1,2 miljard inwoners) – met zijn enorme interne markt – jaren in zijn greep hield. De voorbije jaren liep de groei van de eens zo veel belovende opkomende economische mogendheid terug van ruim 8 procent tot minder dan 5 procent. Uit angst de achterban van vooral arme kiezers te benadelen, vermeed de Congresregering maatregelen om de economie verder te liberaliseren. Toch heeft die achterban de partij, die India het grootste deel van zijn bestaan regeerde, in de steek gelaten. Aan de verkiezingen namen meer dan 550 miljoen van de 814 miljoen kiesgerechtigde Indiërs deel.

Narendra Modi, zelf afkomstig uit een van de lagere kasten, verzette zich in zijn campagne tegen „het van God-gegeven recht” dat de gegoede Nehru-Gandhi-familie, die de Congrespartij aanvoert „zich aanmeet om het land te leiden”. Hij benadrukte dat India een hoopvolle economische toekomst heeft. Hij wil India’s beruchte bureaucratie aanpakken, die er de afgelopen tien jaar voor zorgde dat grote infrastructurele projecten vertraging opliepen of zelfs werden afgeblazen. Hij wil het bedrijfsleven stimuleren en de omstandigheden voor internationale investeerders verbeteren.

Het bestrijden van de armoede zoekt Modi’s partij niet in grote sociale programma’s, zoals de Congrespartij deed met onder meer de uitgifte van gesubsidieerd voedsel, maar in het bieden van economische kansen voor bredere lagen van de bevolking en vergaande privatisering op het gebied van onder meer onderwijs en gezondheidszorg. Indiase economen zijn verdeeld over de uitwerking van dat laatste punt voor de onderste lagen van de bevolking.

Net als in Gujarat, de deelstaat waarvan Modi sinds 2001 premier is, wil hij naar Chinees voorbeeld op nationaal niveau de industrie stimuleren om banen te scheppen. Daarmee wil hij India’s tijdbom onschadelijk maken: het land heeft een snel groeiende bevolking waarvan de helft jonger is dan 25 jaar. Jaarlijks komen er 12 miljoen jongeren op de arbeidsmarkt bij, veel meer dan het aantal banen.

Indiase media noemen de verkiezingsuitslag „de overwinning van hoop over vrees”. Modi’s BJP heeft een nationalistische inslag en wordt geschraagd door groeperingen die in het multi-etnische India (14 procent van de bevolking is moslim) de hindoecultuur voorrang willen geven. Rahul Gandhi, die de campagne van de Congrespartij aanvoerde, wees steeds op het gevaar van intolerantie en botsingen tussen hindoes en moslims als Modi aan de macht komt. „Modi’s hoop over India’s toekomst heeft het gewonnen van de vrees die zijn politieke tegenstanders hebben gezaaid”, concludeert online-krant Firstpost.

India’s buitenlandse beleid wordt onder Modi naar verwachting steviger. Modi’s houding tegenover Pakistan is radicaler dan die van de huidige regering. Om een einde te maken aan „het Pakistaanse terrorisme op onze bodem” wil hij grotere druk op het buurland uitoefenen. De verhouding tussen India en Pakistan is een bron van internationale zorg. Beide landen zijn in het bezit van kernwapens.