Groene vloerenboer uit noodzaak

Wat maakt een fabriek duurzaam? Unipro claimt de groenste van Nederland te zijn. Dat verkoopt beter – ook lijm en gietvloeren.

Sjouwen met zakken van 25 kilo krijt onder een plat dak waar de temperatuur bij zonnig weer kon oplopen tot wel 35 graden. Nog niet zo lang geleden waren dit de omstandigheden van de productiemedewerkers van lijm- en gietvloerenfabrikant Unipro in Haaksbergen. „Het was er donker. Op sommige plekken moest je bukken om je hoofd niet te stoten aan het lage plafond”, zegt Harry Frederiks, zijn handen gestoken in een overall vol met lijmresten.

Nu staat hij glimlachend in een ruime, lichte fabriekshal met hoge plafonds en glazen wanden die daglicht toelaten. Op het dak groeien vetplantjes voor natuurlijke isolatie in de winter en verkoeling in de zomer. Nergens is een gasaansluiting te bekennen. Warmte wordt onttrokken aan de aarde, indien nodig wordt er bijgestookt op biomassa van houtresten. Zonnepanelen zorgen voor groene stroom en de restwarmte die vrijkomt tijdens het productieproces wordt zoveel mogelijk opgevangen en hergebruikt via een ondergronds waterreservoir.

Welkom in de groenste fabriek van Nederland. Althans, dat zeggen ze hier zelf. Een verplichte standaard om die claim te staven ontbreekt in Nederland. Het hoge rapportcijfer voor duurzaam bouwen waarmee Unipro pronkt is slechts één van de keurmerken die in de markt circuleren.

Niettemin is het overtuigend genoeg geweest om koningin Máxima vandaag officieel de fabriek te laten openen. Mooie marketing, toch?

Directeur Gerben Bouwmeester trekt een vies gezicht. „We willen er geen loze reclameleus van maken. Anders hadden we hier wel wat hout tegen de muur geplakt, meer niet.”

Toch gaan ze er bij Unipro vanuit dat de duurzaamheidsstrategie marktaandeel oplevert. „Benieuwd hoe druk we het krijgen nadat Máxima geweest is”, zegt productiemedewerker Harry Frederiks.

De lijm- en gietvloerenfabrikant moet zich onderscheiden op een markt die kleiner wordt. Milieubevlogenheid is hier bittere noodzaak, bevestigt directeur Frank ter Beke. „Wie niets doet, verliest terrein. Het aantal gelegde vierkante meters vloer wordt alleen maar minder”. Hij doelt op de ingestorte woning- en kantorenmarkt, waardoor aanpalende sectoren het ook moeilijk hebben. En als de vloerenleggers minder vloeren leggen verkoopt Ter Beke ook geen lijm.

Toch lukt het Unipro om te groeien „ten koste van andere partijen” – ook doordat chemiereuzen als AkzoNobel hun nicheactiviteiten in de vloerenbranche afbouwen. Het bedrijf richt zich ondertussen in toenemende mate op de renovatiemarkt, die nog wel groeit.

En waar nog gebouwd of verbouwd wordt speelt duurzaamheid een steeds belangrijkere rol. „Zeker als de overheid opdrachtgever is”, zegt John Mak aan de telefoon. Hij is directeur van adviesbureau WE-adviseurs en gezaghebbend op het gebied van duurzaam bouwen. Om een aanbesteding te winnen kunnen vastgoedpartijen tegenwoordig niet meer om het begrip duurzaamheid heen. Energiezuinigheid, recyclebare materialen of lage CO2-uitstoot. „Het speelt voor 25 tot soms wel 50 procent mee in de totale score die je kunt behalen. Dat is echt veel”, zegt Mak.

En degene die de aanbesteding uiteindelijk wint, is een potentiële klant van Unipro. De groene fabriek die het bedrijf voor 15 miljoen euro heeft laten bouwen is in feite een showcase voor wat er mogelijk is.

Op de vloerenmarkt is groen ondernemen dan ook geen uitzondering meer. Tapijtproducenten Desso en Interface Nederland maakten al eerder de draai. Desso-topman Stef Kranendijk kreeg flink wat aandacht met volledig afbreekbaar en recyclebare tapijt volgens het cradle-to-cradle-principe. Maar ook dat was bittere noodzaak. Het bedrijf kampte met de vastgoedcrisis én een oubollig imago. Zachte vloerbedekking was uit.

Traditionele markt

Of Unipro is aangestoken door het groene virus bij de ketenpartners? Het wordt met klem ontkend. „Op het gevaar af dat het een wedstrijdje ver pissen wordt, maar het is eerder andersom”, zegt Maurice Beijk, duurzaamheidsspecialist bij Unipro. „Als je een recyclebaar tapijt hebt maar je krijgt het niet los vanwege de lijm, wordt het met je cradle-to-cradle-gedachte ook niets.” Hij wil maar zeggen dat ze op de achtergrond al veel langer betrokken zijn bij de duurzaamheidstrategie van bedrijven als Desso en Interface Nederland. Directeur Frank ter Beke: „Wij kwamen ver voordat duurzaamheid een trend werd al met alternatieve verpakkingen.” Compagnon Gerben Bouwmeester: „Maar toen was de markt er nog niet klaar voor. Dit is in de kern een hele traditionele markt.” Ze besloten er maar weer mee te stoppen. Ter Beke: „Nog geen twee weken later kwamen de eerste klanten vragen hoe dat zat met duurzaam inkopen. Ze wilden meedoen met een Europese aanbesteding. Hoe gingen wij ze helpen? Toen heb ik wel even gedacht: ja jongens, wat willen jullie nou?”

En de lijm van Unipro? Hoe duurzaam is die eigenlijk? Ze zijn er in Haaksbergen trots op dat de vloerlijm op waterbasis wordt geproduceerd. Maar dat gebeurt pas sinds oplossingsmiddelhoudende producten verboden zijn. De oplossingsmiddelen in verf en lijm zorgden in de jaren negentig voor veel onrust toen bekend werd dat ze konden leiden tot de zogenaamde schildersziekte. Die tast het zenuwstelsel aan en kan leiden tot vroegtijdige dementie. Nu heet de nieuwe lijm ‘duurzaam’. Bijkomend voordeel: veel goedkopere productie. „Het is toch een beetje zuinigheid hè. Water kost niets”, zegt Frederiks.

Het bedrijf, onderdeel van het Duitse Uzin Utz, wil zich niet alleen groen profileren. Unipro probeert ook de aandacht te vestigen op zijn goede werkgeverschap. Productiewerknemers en directie zitten in het nieuwe gebouw naast elkaar in de kantine, die niet meer zo mag heten. „Tegenwoordig lunchen we in het restaurant”, grapt Frederiks tijdens de rondleiding van Maurice Beijk. Die wijst, naast de slimme energiemeters in het pand, ook herhaaldelijk op de speciale werkplekken voor arbeidsgehandicapten. Ook dat is maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Zijn er dan alleen maar winnaars? In de vrouwenkleedkamer bij de ingang naar de productiehal vertelt een schoonmaakster dat ze hier al twintig jaar werkt. Nou ja, werkte. Want met de verhuizing naar de nieuwe fabriek werd het werk uitbesteed. Nu werkt ze voor een extern schoonmaakbedrijf. „Dat is niet zo leuk.” De „mvo-ambassadeur” wil verder met de rondleiding. Met een knipoog naar de schoonmaakster: “Ga je ook mee, Ans?” “Rita. Ik heet Rita,” antwoordt ze.