Waar blijft toch die massadestructie?

Monsterfilm //

Godzilla

De makers van de nieuwste Godzilla hoefden niet lang te zoeken naar inspiratie. De kernramp van Fukushima van 2011 biedt dankbaar materiaal voor een film over een monster dat precies zestig jaar geleden ook al nucleaire angst belichaamde.

De oorspronkelijke Japanse monsterfilm Gojira werd negen jaar na Hiroshima en Nagasaki gemaakt en verwees expliciet naar de Amerikaanse atoomproeven op het atol Bikini, net als de proloog van deze nieuwe Amerikaanse versie van Godzilla. Want uiteraard hebben we dit monster weer zelf gecreëerd.

Godzilla wordt wat omslachtig verteld, met een episode in 1999 waarbij twee acteurs van naam al direct het leven laten. Eenmaal in het heden volgen we bomexpert Ford (de bleke Aaron Taylor-Johnson) die met een Japanse wetenschapper en het Amerikaanse leger moet toezien dat maar liefst drie monsters de wereld – zeg maar Amerika – bedreigen.

Want naast Godzilla zijn er ook twee MUTO’s, immense sprinkhanen die zich voeden met kernenergie. Als het mannetje en vrouwtje zich voortplanten zijn de rapen gaar, met dichte zwermen sprinkhaanbaby’s vol atoomkracht. De mensheid heeft de gevreesde Godzilla dus hard nodig om de MUTO’s uit te schakelen en de balans in de natuur te herstellen.

Godzilla past zo in een Japanse traditie waarin meerdere giganten de degens kruisen. Jammer genoeg duurt het veel te lang voordat Godzilla (zowel film als monster) op stoom komt en de massadestructie waar we met smart op wachten een aanvang neemt. De spannendste scène draait om een trein met een kernbom; voor de MUTO’s een energierijke snack, door de militairen bedoeld om Godzilla uit te schakelen.