Opinie

Op het Piratenschip

In de Rotterdamse Veerhaven, vlakbij de Erasmusbrug, lag het Piratenschip aangemeerd, het schip waarmee de Piratenpartij deze maand campagne voert voor Europa. Het is een soort duwbak met daarop een bungalow, met slaapplek voor acht partijleden.

Ik kan hier wel verklappen dat ik bij de gemeenteraadsverkiezingen op de Piratenpartij heb gestemd; ik stem toch steeds wat anders, net als de meeste Nederlanders. Partijtrouw is uit. Op de bonnefooi ging ik in de haven kijken, wie ze eigenlijk waren.

Op de voorplecht zat een zestiger met baard in de zon; op de achterplecht een vrouw van in de twintig achter een laptop. In de kajuit trof ik de nummers zes, zeven en acht van de verkiezingslijst. Ze zaten rond een tafel met computerschermen, flyers, zakken chips, een boek over Drone-oorlogen, en een speelgoed piratenpistool. Ze kwamen niet aanzetten met partijpropaganda; ze verwezen me niet naar de voorlichter; ze boden me een halve liter bier aan.

De man met baard kwam de kajuit binnen. Wiel, heette hij, bekend als activist tegen het rookverbod. Hij was de kapitein, tevens eigenaar van het schip. Wiel had de hippietijd meegemaakt, zat ooit bij de PSP (van de poster met naakte vrouw in weiland). Bij de jonge Piraten herkende hij weer de idealen van toen. Zijn hond, Shagje, was ook aan boord.

„Je zou ons ook kunnen zien als de spirituele opvolgers van het Veronica-schip”, zei Rogier, student theoretische natuurkunde en esperantist. Het draait om discussie op basis van verstand, zei Gijs, een autodidact uit Leiden – lang haar, baard en een T-shirt met ‘Copy Freedom’. Hij wees op een oude campagneposter: „Geloof geen poster – informeer jezelf”.

Iedereen kan continu meeschrijven aan de partijstandpunten. Soms vallen ze samen met rechts, dan weer met links, of zelfs met de SGP. Je kan de partij links-libertair noemen, maar het punt is juist dat zulke hokjes oubollig zijn. Over veel zaken waren ze het heel openlijk volstrekt met elkaar oneens. En het ging in elk geval niet alleen om gratis films downloaden.

We gingen in de zon zitten op de achterplecht. Daar discussieerden ze achtereenvolgens over: de ideeën van de Franse econoom Thomas Piketty; brievenbusfirma’s; of het slim is dat landen binnen Europa elkaar beconcurreren met lage belastingtarieven; het slechte IT-onderwijs op de middelbare school; bitcoins, de numerus fixus bij geneeskunde; Facebook en de aandachtseconomie; bootvluchtelingen; de stemfie; of roomboter gezonder is dan margarine; en wat we vanavond gingen eten.

Na een korte discussie viel de keuze op shoarma. Ik mocht mee-eten.

De zon ging onder. Er was bier, en rum. Harmke, die over mediazaken ging, rolde een jointje op de achterplecht en kreeg even later een gelukzalige glimlach op haar gezicht. Ze vroeg of ik wel een positieve indruk had gekregen van de partij.

Het gekke van verkiezingen is dat je voor vier jaar je mening moet vastleggen. Maar bij de Piratenpartij hoeft dat niet; het is een open discussie. Los daarvan: het zijn aangename politici, deze hippies van het digitale tijdperk. Ik denk dat ik de partij voor één keer trouw blijf.