Doelgroepen zelf laten programmeren

2 Programmeren doen theaters niet alleen meer zelf. In toenemende mate betrekken ze de bevolking erbij. De Deventer Schouwburg geldt als een voorloper. Na zijn aantreden als directeur daar begon Alex Kühne in 2008 met Podium van de Stad. Naast de gewone programmering organiseert de schouwburg voorstellingen samen met mensen uit de stad. „We zijn begonnen met 65-plussers, die nu een zelfstandige stichting hebben die zeven middagen per jaar organiseert. Dat zijn optredens als van de politie- of luchtmachtkapel, die altijd voor volle zalen zorgen. Maar wij halen er ook een voorstelling bij met lichtpornografische vertellingen voor 60-plussers van het Zuidelijk Toneel. Dat is ook succesvol”, zegt Kühne.

„We hebben nu zeventien werkgroepen, variërend van werkgroepen voor oude- of kamermuziek tot drie Turkse werkgroepen. Dan belt de 24-jarige Turkse medewerker van een uitzendbureau voor uitbeners Ylias Ok zelf naar Turkije om een van de populairste zangers te boeken en hebben wij ineens 780 Turkse bezoekers. Vroeger moesten wij van de politiek voorstellingen programmeren voor de Turkse bevolking, maar kwam er niemand opdagen.”

De Deventer Schouwburg heeft door deze aanpak een extreme groei van het aantal bezoekers: van 80.000 naar 123.000 in 2013. Kühne: „Alle betrokken mensen zijn ambassadeurs voor ons geworden. En de politiek houdt ons nu vooralsnog buiten de discussie over de bezuinigingen.”

Theater Zuidplein in Rotterdam schakelde al eind jaren negentig over op het betrekken van verschillende bevolkingsgroepen bij de programmering. „De helft van ons aanbod is nu gericht op jeugd en jongeren, de andere helft is gericht op volwassenen”, zegt directeur Doro Siepel. „De belangrijkste doelgroepen zijn Nederlanders met wortels in Nederland, Turkije, Suriname, Nederlandse Antillen, Marokko, Kaapverdië en China. Maar ook Afghanen, Iraniërs, Irakezen en Polen.” Zij hebben hun eigen gastprogrammeurs. „Er komen hier mensen die nooit in het theater zijn geweest. Wij passen ons hele beleid op hen aan. We weten nu bijvoorbeeld: Marokkaanse Nederlanders willen liever een lange pauze met hapjes dan een gezellige nazit.”

In kleinereplaatsen worden de deuren meer opengezet voor amateurgezelschappen of scholen. Francine Boske van De Speeldoos in Baarn wijst op „het verschil in dynamiek tussen dorps- en stadstheaters”. Zij koopt minder voorstellingen in, het aantal lokale, cultureel-maatschappelijke evenementen breidt ze uit.