Turkse mijnramp is ‘moord’

Zeker 205 mijnwerkers zijn omgekomen en voor de levens van nog tweehonderd wordt gevreesd na een explosie in een Turkse bruinkoolmijn.

Een man kust zijn geredde zoon. Bij het ziekenhuis (rechts) en de mijn (links) wachten familie en kompels op nieuws, een overlevende wordt weggedragen.
Een man kust zijn geredde zoon. Bij het ziekenhuis (rechts) en de mijn (links) wachten familie en kompels op nieuws, een overlevende wordt weggedragen. Foto’s AFP, AP

Turkije is in rouw na een grote mijnramp, waarbij al zeker 205 doden en 80 gewonden zijn gevallen. Een van de omgekomen mijnwerkers was pas vijftien. Premier Recep Tayyip Erdogan en president Abdullah Gül hebben hun buitenlandse bezoeken afgezegd en zijn naar Soma gegaan, waar de ramp plaatsvond. Er zijn drie dagen van nationale rouw afgekondigd. In het openbaar vervoer in Istanbul worden al rouwlintjes uitgedeeld.

De hoop vervliegt dat meer dan tweehonderd mijnwerkers die nog ondergronds vastzitten levend boven komen. Ze zijn gestikt door koolmonoxidevergiftiging door branden, veroorzaakt door een explosie dinsdag. Familieleden kijken wanhopig toe terwijl honderden reddingswerkers proberen de mannen te bereiken.

De explosie vond gisteren plaats tijdens een ploegenwissel, waardoor er meer mensen ondergronds waren dan gebruikelijk. Er is veel verwarring over de aantallen. Volgens Soma S.A., het bedrijf dat de mijn exploiteert, waren er 787 mensen aan het werk. Tot nu toe zijn er 363 gered en zijn 205 lichamen geborgen. Naar de overige mensen wordt nog gezocht.

Een deel van de doden en gewonden staat niet op de lijsten met werknemers. Daaruit blijkt dat er meer of andere mensen in de mijn waren dan officieel opgegeven. Volgens vakbonden werd een deel van het zware werk uitgevoerd door onderaannemers van onderaannemers. De bonden spreken van „werkgerelateerde moord van de hoogste orde” en hebben voor de komende dagen protesten aangekondigd. Ook op sociale media wordt consequent van „moord” gesproken in plaats van „ongeluk” of „ramp”.

De mijnramp is de grootste in de recente Turkse geschiedenis. Dat wil wat zeggen, want er zijn frequent ongelukken in Turkse mijnen waar de werkomstandigheden notoir ondermaats zijn. De bruinkoolmijn bij Soma, zo’n 250 kilometer ten zuiden van Istanbul, is een typisch voorbeeld van de ontwikkelingen die Turkije de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Staatsbedrijven worden op grote schaal geprivatiseerd of verpacht.

Staatsmijn Soma wordt geëxploiteerd door Soma S.A. Eigenaar Ali Gürkan schepte in interviews met Turkse media op dat hij de kosten per ton bruinkool naar beneden heeft weten te brengen van 140 dollar naar 23,8 dollar. Dat zou onder meer zijn gelukt door met onderaannemers te werken, waardoor de vakbonden minder invloed hebben. En door de transformatoren voor stroom zelf te bouwen, in plaats van te importeren.

De ramp zou zijn veroorzaakt door een explosie in een transformator. Het dodental is mede zo hoog doordat de stroom uitviel, waardoor de liften in de mijnschachten niet meer werkten. Vuur blokkeerde de uitgangen. Alleen kompels die dichtbij de uitgang waren, slaagden erin buiten de komen.

De gassen die vrijkwamen maakten het voor reddingswerkers onmogelijk de kilometers lange gangen in te gaan. Afgelopen nacht is geprobeerd frisse lucht de gangen in te pompen om bij de mijnwerkers te kunnen komen.

Meteen laait het debat over de veiligheid van mijnen op. Het ministerie van Sociale Zaken zegt dat de veiligheid in de mijn sinds 2012 vier keer uitvoerig is gecontroleerd. De laatste inspectie was twee maanden terug. Ook de eigenaar van de mijn zegt dat aan de hoogste veiligheidseisen werd voldaan.

Oppositiepartijen beweren het tegenovergestelde. Twee weken geleden riep een parlementslid van oppositiepartij CHP nog op tot een parlementair onderzoek naar mijnongelukken, waarbij hij Soma specifiek noemde. Een meerderheid verwierp zijn voorstel. Volgens de oppositie kreeg het bedrijf een soepele behandeling van de inspectie, dankzij goede contacten met de partij van premier Erdogan.

Erdogan kreeg in 2010 veel kritiek op zijn reactie op een mijnongeluk in Zonguldak waarbij dertig mensen omkwamen. Hij zei toen dat hun dood de wil van God was.