Zingen mag, dansen niet

Onder de nieuwe regering krijgen muzikanten meer ruimte voor openbare concerten.

De Iraanse fotografe Newsha Tavakolian legde zangeressen vast die niet in het openbaar mogen optreden. Ze zingen wel in particuliere woningen .
De Iraanse fotografe Newsha Tavakolian legde zangeressen vast die niet in het openbaar mogen optreden. Ze zingen wel in particuliere woningen . Foto’s Newsha Tavakolian

Langzaam druppelen de muzikanten de huiskamer van Hassan in Noord-Teheran binnen. Er zijn omhelzingen, er wordt gezoend op wangen en dan komen gitaren, drums en sambaballen te voorschijn uit rugzakken. Flessen illegale drank worden opengedraaid: de underground jamsessie kan beginnen.

Al snel staat de kamer op zijn kop. Abbas doet een soort freestyle rap. Kouroush slaat met zijn handen op een ‘beat box’: een houten klankkast. Reza speelt op zijn gitaar. Meisjes dansen, klappen en zingen. Na een tijdje doet Hassans moeder de ramen dicht, uit voorzorg, want de muziek is wel erg hard. „Dit kunnen we nooit tijdens een concert doen”, zegt Kouroush. „Onze muziek is veel te wild.”

Muziek is een gevoelig onderwerp in Iran sinds de Islamitische Revolutie van 1979. Daarna mochten vrouwen niet meer zingen en bepaalden geestelijken dat het beter is te rouwen over lang geleden gestorven heiligen dan te dansen en te zingen. Hoewel muziek niet verboden is, mag alleen een select groepje muzikanten en mannelijke zangers concerten geven. Maar daar komt langzaam verandering in.

Waar de nieuwe Iraanse president Hassan Rohani nog maar weinig van zijn verkiezingsbeloftes voor meer persoonlijke vrijheid en een betere economie heeft waar kunnen maken, gaat het op het gebied van de kunsten, en ook de muziek, iets beter. Niet dat er een revolutie gaande is. Maar acteurs, kunstenaars en muzikanten zeggen allemaal dat hun situatie iets beter is geworden sinds het aantreden van Rohani in augustus vorig jaar.

In het grootste theater van Teheran is een vrouw als directrice aangesteld: Parisa Moqtadi. En tijdens een modeshow voor islamitische kleding – een belangrijke bron van inkomsten voor jonge Iraanse designers – mochten voor het eerst in de 35-jarige geschiedenis van de islamitische revolutie vrouwelijke modellen over de catwalk lopen. De tientallen galerieën die Teheran telt, hebben allemaal tentoonstellingen zonder problemen. Ook de norse directeur van het museum voor hedendaagse kunst is vervangen.

De meest zichtbare verandering betreft muziek. Sommige muzikanten die jarenlang ondergronds hebben opgetreden, krijgen plotseling vergunningen om concerten te geven voor duizenden toeschouwers.

„Ik wist niet wat me overkwam”, zegt Xaniar Khosravi, een Iraanse popster wiens muziek jarenlang als ‘te westers’ werd bestempeld door de autoriteiten. Zoals zoveel zangers maakte hij in het geheim cd’s en videoclips, die vervolgens door Perzischtalige muziekzenders in het buitenland werden uitgezonden. Die kunnen Iraniërs met illegale satellietontvangers gemakkelijk ontvangen.

„Het voelde alsof ik geen echte identiteit had”, zegt Khosravi, een Iraanse-Koerd die voornamelijk zingt over verloren liefdes, ondersteund door stevige beats. „Ik was een zanger met een virtueel publiek, ik kende mijn fans niet en zij mij niet.” Nu stapt hij echter het podium op van de Milad hal, waar 2.000 uitzinnige Iraanse tieners al een half uur zijn naam hebben gescandeerd: „Xaniar! Xaniar!”.

Op het podium schitteren lasers en videoschermen. Jongens en meisjes mogen naast elkaar zitten, maar een soort islamitische chaperons zien erop toe dat naar beneden gegleden hoofddoeken niet geheel afgaan. Omdat dansen verboden is in Iran (binnenshuis gebeurt dat natuurlijk wel), zit iedereen wild met zijn armen te zwaaien in zijn stoelen op de klanken van Xaniars laatste hit: ‘Zonder jou’.

Op de eerste rij zitten medewerkers van het Ministerie van Islamitische Leiding en Cultuur. Ze zijn gestuurd door de nieuwe onderminister Ali Moradi, die persoonlijk de toestemming heeft gegeven voor het concert.

„We moeten zoveel mogelijk ondergrondse zangers legaal maken”, zegt Moradi een paar dagen later in zijn kantoor, waar moderne Iraanse kunst aan de muren prijkt en een theejongen ook aardbeien serveert.

Niet alle zangers kunnen op zijn goedkeuring rekenen. „Hier in Iran zijn beroemde mensen rolmodellen”, zegt hij. Dat betekent dat ze geen ‘wild’ privéleven moeten hebben, legt de onderminister uit. Undergroundzangers die een reputatie hebben feestbeesten te zijn met talloze vriendinnen, zullen dus niet snel een toestemming voor concerten krijgen. „Ik neem risico’s door zulke concerten toe te staan”, zegt Moradi. „Want ik geloof dat onze maatschappij dat wil.”

In het verleden duurde het vaak niet lang voordat haviken hun pijlen richtten op diegenen die proberen de culturele atmosfeer wat minder zwaar te maken. Pressiegroepen hebben popconcerten aangevallen. Een voormalige minister van Cultuur woont al jaren in Londen, nadat hij in Iran bedreigd werd. „Helaas is dit een realiteit”, zegt Moradi. „Daarom moeten de veranderingen stap voor stap gaan. We kunnen niet te snel gaan.”

Thuis in de woonkamer van Hassan is men overgegaan op langzamere liederen, ballades geschreven voor de revolutie, toen Iraanse diva’s zoals Haydeh en Googoosh de Iraniërs in vervoering brachten met teksten over hun gebroken harten die in moerassen zijn veranderd en zwoele liefdesnachten met gemene minnaars.

„Wij muzikanten zijn in het verkeerde tijdperk geboren”, zegt Hassan. „Wat voor veranderingen er ook komen, het wordt nooit zoals het was.”