Wie helpt KPMG overeind?

Er kleefden te veel affaires aan de topman van KPMG. Het kantoor heeft een brandschone opvolger nodig. En snel.

KPMG heeft het al moeilijk genoeg. Een topman aan wie schandalen kleven, kan het accountantskantoor er niet ook nog bij hebben. Daarom stapt Jurgen van Breukelen op als bestuursvoorzitter, maakte KPMG gisteren bekend. Een besluit van hemzelf, benadrukt Van Breukelen aan de telefoon. „De discussie blijft steken rond mijn persoon”, zegt hij, onder meer verwijzend naar zijn betrokkenheid bij een omstreden vastgoeddeal. „Dat leidt af.”

KPMG heeft genoeg aan zichzelf. Eind vorig jaar schikte het bedrijf voor 7 miljoen euro met het Openbaar Ministerie vanwege het verhullen van omkoping door bouwer Ballast Nedam. Nu doet justitie onderzoek naar de bouw van het hoofdkantoor van KPMG in Amstelveen. De voor de bouw opgerichte joint venture, waarvan KPMG onderdeel is, wordt verdacht van belastingfraude en valsheid in geschrifte.

Dat vraagt om de beste crisismanager. Van Breukelen werd anderhalf jaar geleden aangesteld om zich op de inhoud te richten, niet om KPMG’s reputatie te redden. Die taak heeft de nieuwe bestuursvoorzitter nu dus wel.

KPMG presenteert binnenkort „in nauw overleg met KPMG International” een opvolger. Wie het wordt, is nog niet bekend. Maar dit is wat hij of zij moet hebben.

1 Ongeschonden reputatie

KPMG probeert klanten en de rest van Nederland ervan te overtuigen dat het bedrijf ondanks alles echt integer is. Tegelijkertijd komt Van Breukelen er in de media juist niet erg integer vanaf. De Telegraaf meldde vorig maand dat hij betrokken was bij een conflict over een vastgoeddeal in Blaricum. Een aantal KPMG’ers, onder wie Van Breukelen, zou hebben geweigerd het resterende deel van de koopsom te betalen toen de monumentale status van het pand onzeker bleek – en de crisis uitbrak. Daardoor werd een vastgoedbelegging ineens wat minder aantrekkelijk. Na jaren procederen werd de ruzie geschikt, schreef de krant.

Ook deelde Van Breukelen, net als andere KPMG-partners, mee in de winst van 10 miljoen euro op de ontwikkeling van het nieuwe hoofdkantoor. Dat project wordt nu door justitie onderzocht. Zulke kwesties leiden tot vragen, merkte Van Breukelen. Niet alleen „in het publieke domein”, zegt hij, maar „ook intern”. Aan zijn opvolger kan dus maar beter niks kleven. Dan kan die zich concentreren op het imago van KPMG, in plaats van op dat van zichzelf.

2 Gezag

Een „geboren leider” is Van Breukelen niet, zeiden mensen uit zijn omgeving eerder tegen deze krant. In een bedrijf als KPMG, waar zo’n 170 partners met grote financiële belangen samen eigenaar zijn, is het sowieso lastig om als baas iets af te dwingen. Laat staan voor Van Breukelen, door een oud-KPMG’er in deze krant eerder getypeerd als een „labrador”: loyaal, maar aaibaar en ongevaarlijk.

De opvolger van Van Breukelen moet dus gezag hebben. Zonder los je geen crisis op, zegt headhunter Pieter Cortenbach van executive searchbureau Van der Kruijs. Hij koppelde onder anderen Wouter Bos – oud-minister en oud-KPMG’er – aan het VUmc. Hij of zij moet „persoonlijk gezag” hebben, maar ook „inhoudelijk gezag”. Dat betekent: bewezen bestuurlijke ervaring.

Iemand als Jan Hommen bijvoorbeeld. De oud-bestuurder van ING is deze maand begonnen als ‘speciaal adviseur’ om KPMG te helpen de top te veranderen. Het bedrijf neemt daarmee een voorsprong op de politiek: de Tweede Kamer debatteert morgen over de partnerstructuur en het verdienmodel van accountantskantoren.

Van Breukelen zei eerder dat het respect dat KPMG-partners voor Hommen hebben „helpt bij het doorvoeren van veranderingen”. Het vertrek van Van Breukelen is de eerste zichtbare verandering die plaatsvindt sinds Hommens aantreden.

3 Onafhankelijkheid

Van Breukelen is KPMG: hij begon er als stagiair tijdens zijn studie, werd in 2000 partner en klom op tot bestuursvoorzitter. Nooit werkte hij ergens anders. En past daarmee perfect binnen de traditie: de baas van KPMG komt van binnenuit.

Misschien is dit het moment om met die traditie te breken. Eerdere bedrijven in crisis gingen KPMG voor: ING met Jan Hommen, ABN Amro met Gerrit Zalm en Rabobank met Wiebe Draijer. Bankbazen die geen bankier zijn. Zo kan KPMG nu kiezen voor een bestuursvoorzitter die niet binnenshuis opgroeide. Iemand die daardoor echt onafhankelijk is en als partner geen persoonlijk belang heeft bij de keuze voor oplossingen. Iemand die, zegt headhunter Cortenbach, alleen maar doet wat voor het bedrijf het beste is: „De crisis oplossen.”