Vertrouw zo’n jury absoluut niet

Een onterechte winnaar? // Edward St Aubyn schrijft over het gekonkel van een literaire jury

Meestal verlopen uitreikingen van literaire prijzen vrij rustig, maar in 1996 werd de uitreiking van de AKO-prijs onderbroken vanwege een bommelding, zodat de winnaar uiteindelijk te midden van volstrekte chaos op straat moest worden bekendgemaakt.

Het kan erger, zo blijkt uit Met stomheid geslagen, de nieuwe roman van de Britse schrijver Edward St Aubyn. Daarin dreigt de uitreiking van de prestigieuze Elysian-prijs uit te lopen op een drama, omdat een schrijver, die tot zijn verbijstering en woede niet eens de longlist heeft gehaald, het plan smeedt om tijdens de rechtstreekse tv-uitzending de juryvoorzitter te vermoorden.

De schrijver in kwestie, de ietwat narcistische maharadja van Banipur, is de auteur van de tweeduizend pagina’s tellende roman De moerbei-olifant, waarvan de immense kwaliteiten iedereen ontgaan, behalve de auteur zelf. Ondertussen wordt de tante van de maharadja wél genomineerd voor de prijs, met een nostalgisch kookboek dat per ongeluk is ingezonden en door een meerderheid van de jury enthousiast wordt binnengehaald als ‘het meest metafictionele werk van dit moment’.

Het moge duidelijk zijn: Met stomheid geslagen is een vrolijke en niet al te subtiele satire op de literaire wereld. Het jaarlijkse circus rond de Elysian-prijs voor de beste roman uit Groot-Brittannië en het Gemenebest (de parallel met de Man Booker Prize is niet toevallig) zorgt voor grote onrust in de literaire wereld, niet in de laatste plaats bij de juryleden zelf, die allemaal hun eigen agenda, geschiedenis en voorkeur hebben en samen met andere spelers uit het literaire bedrijf gevangen zitten in een net van verwikkelingen en frustraties.

Vooral luchtig en kluchtig

Voor lezers die Edward St Aubyn kennen van de vijfdelige Patrick Melrose-cyclus is het even wennen. Van de door zwarte humor versterkte schrijnende diepgang die St Aubyn in de romans over zijn alter ego Patrick Melrose wist te bereiken, ontbreekt hier vrijwel elk spoor. Met stomheid geslagen is uitstekend geschreven, maar luchtig, hier en daar zelfs kluchtig, en wekt de indruk van een aangenaam en vilein tussendoortje, waarin echo’s doorklinken van de satirische romans van Evelyn Waugh en P.G. Woodhouse.

Een van de redenen van het gebrek aan diepgang is dat de roman wemelt van de personages. Schrijvers, uitgevers, agenten en juryleden verdringen zich op de pagina’s en vragen allemaal om de aandacht van de lezer. Het zijn er zoveel dat geen enkel personage echt wordt uitgediept, sterker nog: het kost je moeite om ze allemaal uit elkaar te houden. Een namenlijst zou geen overbodige luxe zijn geweest.

Alle genres op de hak

St Aubyn weet waarover hij schrijft: het vierde deel van de Patrick Melrose-cyclus, Mother’s Milk, bereikte in 2006 de shortlist van de Booker Prize. De roman won niet, de prijs ging dat jaar naar The inheritance of loss van Kiran Desai. Maar aan erkenning heeft het St Aubyn nooit ontbroken, en Met stomheid geslagen lijkt niet geschreven uit een diep gekoesterd gevoel van miskenning. Niet alleen het prijzencircus, maar het hele literaire leven wordt in het zonnetje gezet. Door fragmenten van genomineerde romans op te nemen, geeft St Aubyn zichzelf de kans verschillende literaire genres op de hak te nemen. Dat doet hij met aanstekelijk plezier, maar erg nieuw of verrassend wordt de satire nergens.

Die geplande moordaanslag tijdens de uitreiking loopt trouwens met een sisser af, en dat is kenmerkend voor deze roman. Het zou mooi zijn geweest als St Aubyn de verwikkelingen rond de Elysian-prijs had verwerkt in een boek dat zo snijdend, hard, satirisch en briljant was dat geen enkele zichzelf respecterende literaire jury zich had kunnen veroorloven het niet te bekronen.

Zo’n onontkoombare roman is Met stomheid geslagen niet geworden. Toch ontbreekt de diepgang van St Aubyns eerdere romans niet helemaal: je vangt er een glimp van op in het hoofdstuk waarin de wanhoop en apathie van redacteur Alan Oakes worden beschreven. Dat is geen toeval; het verwoorden van wanhoop en apathie, daar was St Aubyn ook in de Melrose-romans al erg goed in.

Ondertussen gaan we er maar vanuit dat in de alledaagse literaire werkelijkheid jury’s zich verantwoordelijker gedragen dan in deze roman – dat ze bijvoorbeeld wél alle boeken lezen, en wél komen opdagen voor juryvergaderingen, en niet pas tijdens de uitreiking tot een besluit over de winnaar komen.