Opinie

Indrukwekkend, maar te stoer voor triomf

Je succes is ultiem wanneer je wordt aangekondigd met: ‘behoeft geen introductie’. Zo vergaat het Philip Glass, die dezer dagen in Nederland was. Voor wie het (de afgelopen jaren) toch heeft gemist: Glass is een Amerikaanse componist die ook veel filmmuziek heeft gemaakt.

Zondagavond gaf hij een concert in de Melkweg. ‘s Middags zou hij al even voor publiek verschijnen in een kleine, maar volgelopen zaal. Het publiek bestond voornamelijk uit de generatie grijzen die vergeet om haar telefoon op stil te zetten (beginnend doof, of nog altijd niet geconditioneerd).

Een kwartier voor aanvang van het middagprogram, bleek dat de hoofdgast nog midden in zijn orkestrepetitie zat. Een vriendin van mij organiseerde de bijeenkomst en omdat de Nederlandse manager besloten had om – heel struisvogel – zijn telefoon niet op te nemen, sprong zij in een taxi richting de Melkweg. De beveiliging weigerde haar binnen te laten, maar na wat bonken op de ramen blafte de Amerikaanse agent dat Glass niet weg mocht, onverlet wat de 77-jarige componist zelf wilde of dacht.

Misschien is dat een belangrijk tweede bewijs van succes: je leven wordt door een ander geleid. Talent is leuk, maar het is de dwang van derden die je tot een ster maakt.

In de hoop dat ook ik zou schitteren onder druk, liep ik dit weekend met zo’n duizend anderen het tien kilometerdeel van de gecrowdfunde marathon ‘de Groene van Amsterdam’.

Langs het parcours stonden lachende vrijwilligers – iedereen glom elkaar toe dat rennen in de stromende regen heus geen waanzin was. Op de ruggen van renners kwam ik aanmoedigende teksten tegen, over hoe falen geen optie is en hoe vandaag het excuserende ‘morgen’ van gisteren is.

Ook liep ik steeds met hetzelfde jongetje op. Hij reikte tot net boven mijn middel en rende gehaast, maar schijnbaar zonder moeite. In zijn witte shirt, met modderspatten tot in zijn ravenhaar, leek hij op het Indiase jongetje in Slumdog Millionaire – een dramatische film over een straatkind dat wordt overvallen door geld en roem.

We finishten tegelijk, 51 minuten. Er werd geapplaudisseerd, voor hem. Hij greep een kwart sinaasappel en beet erin, een oranje grijns onder ernstige ogen. Een vrouw sloeg een handdoek om zijn schouders, hij schudde de aandacht van zich af – te stoer voor triomf.

Het was zijn oma. Ze zei dat zijn prestatie indrukwekkender leek dan het in werkelijkheid was, hij was erg klein voor zijn leeftijd. Hij rent bovendien wel vaker met volwassenen mee. Laatst nog in Hilversum, onlangs in Dordrecht.

„Vindt-ie het leuk?” Ze keek me verbaasd aan: „Je denkt toch niet dat ik hier voor míjn lol in de regen sta?”

Zo’n vrijgelaten talent wordt nooit beroemd, dus introduceer ik ‘m hier: Pieter Eggels, 12 jaar.