Hersenschade door verf herstelt vrijwel nooit

Arbeiders die tijdens hun werk de dampen van oplosmiddelen inademen, houden daar tot ver na hun pensioen neurologische schade aan over. Ze hebben meer of minder problemen met hun concentratie en geheugen, afhankelijk van de dosis die zij binnenkregen en van hoe lang de blootstelling geleden was. Dat schrijven Amerikaanse en Franse epidemiologen vandaag in het blad Neurology, naar aanleiding van een grootschalige studie onder meer dan 2000 gepensioneerden van het voormalige Franse staatsbedrijf Electricité de France-Gaz de France.

De onderzoekers onderwierpen de deelnemers aan de studie aan acht neurologische testjes, waarmee ze bijvoorbeeld het geheugen of het vermogen tot vloeiend spreken konden scoren. Op basis van het gedocumenteerde arbeidsverleden van de deelnemers konden de onderzoekers vrij precies inschatten aan welke stoffen en aan welke concentraties zij waren blootgesteld. Vervolgens konden zij statistisch verbanden leggen.

Ruim een kwart van de deelnemers was tijdens zijn werk blootgesteld aan benzeen, eenderde aan gechloreerde oplosmiddelen en nog een kwart aan petroleumachtige oplosmiddelen. Inmiddels was het voor deze mannen van rond de 66 gemiddeld tien jaar geleden dat zij met pensioen gingen.

Bij een lage blootstelling bleek de tijd nog wat te kunnen helen, maar als de dosis hoog was geweest en de blootstelling relatief recent, scoorden de mannen relatief slecht op vrijwel alle testjes.

Nog steeds worden veel arbeiders tijdens hun werk blootgesteld aan oplosmiddelen. Deze komen vrij bij de productie of verwerking van verf, kleurstoffen, inkt, rubber, plastic, lijm en middelen voor ontvetting. De onderzoekers schatten dat nog altijd 12 procent van de beroepsbevolking op het werk te maken krijgt met hoge doses van deze stoffen. Het probleem kan zelfs nog verergeren, waarschuwen ze. Omdat de pensioenleeftijd stijgt zullen arbeiders inhun leven langer blootgesteld worden aan de schadelijke dampen.