Populisme en democratie gaan goed samen, ook in EU

Vrees voor opkomst van PVV en Front National is deels ongegrond. Ze versterken de betrokkenheid bij de politiek, meent Matthijs Rooduijn.

Illustratie Hajo

Afgelopen weekend lanceerde de PvdA een website die de kiezer moet laten zien hoe verschrikkelijk ‘de vrienden van Wilders’ zijn. Eerder zette ook de Franse president Hollande zich af tegen de opkomst van radicaal rechts-populisme in Europa. Een Europese overwinning van partijen als de PVV, het Front National en de United Kingdom Independence Party (UKIP) kan volgens hem leiden tot ,,regressie en paralyse’’. Herman van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, stelde dat „populisme en nationalisme geen antwoorden bieden” op de EU-uitdagingen. Radicaal rechts-populistische ideeën en democratie staan op gespannen voet, lijken ze te stellen.

Bestaat er inderdaad een spanning tussen radicaal rechts-populisme en de democratie? Nee. Populisme en democratie gaan prima samen. Sommige denkers hebben populisme met recht omschreven als de „puurste vorm van democratie”. De klassiek-democratische gedachte is namelijk dat het volk zichzelf dient te besturen, precies waar radicaal rechts-populistische partijen naar streven. Daarom keren ze zich tegen de volgens hen arrogante, zelfzuchtige en soms zelfs corrupte politieke elites. Ze pleiten ook voor meer directe democratie.

Dat je niet kunt spreken van een spanning tussen radicaal rechts-populisme en democratie, betekent niet dat populisme ook verenigbaar is met de principes waar moderne, liberale democratieën op gebaseerd zijn. Die berusten op twee pijlers: de democratische pijler gaat over zelfbestuur, terwijl de liberale pijler de wil van het volk juist inperkt. Dat laatste enerzijds via checks and balances die voorkomen dat staatsinstituties te veel macht naar zich toetrekken, en anderzijds door het vaststellen van individuele en sociale rechten. Radicaal rechts-populisme gaat prima samen met de democratische pijler, maar minder goed met de liberale. Populisten zijn op zijn zachts gezegd niet zo enthousiast over institutionele mechanismen die de volkswil in toom houden.

Radicaal rechts-populistische partijen staan kritisch tegenover de checks and balances, eigenlijk tegenover alle intermediërende instituties. Neem de Italiaanse oud-premier Silvio Berlusconi: al jaren lopen er rechtszaken tegen hem wegens machtsmisbruik, corruptie en seks met minderjarigen. Zijn partij meende dat Berlusconi tijdens zijn premierschap, als democratisch gekozen leider, niet mocht worden lastiggevallen met deze aantijgingen. Rechters zouden in dezen een bedreiging voor de democratie zijn. Radicaal rechts-populistische partijen zijn ook kritisch op minderheidsrechten. Ze menen dat voor mensen die zij als buitenstaander beschouwen (migranten, moslims, zigeuners) andere regels dienen te gelden dan voor de ‘eigen’ groep.

Maar in hoeverre zijn deze partijen er in geslaagd hun opvattingen om te zetten in beleid? Hun zetelaantallen zijn de afgelopen decennia weliswaar flink toegenomen, maar in de meeste West-Europese landen komen ze niet uit boven de 30 procent van het electoraat. Zelfs partijen die regeringsverantwoordelijkheid kregen, lukte het nauwelijks hun plannen te praktiseren. Hier in Nederland hield een coalitie met de LPF slechts drie maanden stand. Bovendien had de VVD eerder al een strenge koers ingezet richting migranten. Ook de invloed van de PVV is na acht jaar beperkt: ze nam nooit deel aan de regering en de gedoogconstructie hield slechts anderhalf jaar stand. Veel wetten op het gebied van migratie en integratie die zijn doorgevoerd stonden al in het VVD-programma.

Zelfs in landen waar dit soort partijen jarenlang op het pluche hebben gezeten, bleef hun invloed beperkt. Zo probeerde Berlusconi’s coalitie maatregelen door te voeren die Berlusconi persoonlijk goed uitkwamen, maar op gespannen voet stonden met checks and balances. Er werden pogingen ondernomen hem immuun te maken voor de wet. Het constitutionele hof en de president konden op tijd ingrijpen.

Overal stranden plannen van radicaal rechtspopulisten op een soortgelijke manier: als ze al de mogelijkheid krijgen beleid vorm te geven, zwakken coalitiepartners hun wetsvoorstellen af of verklaren rechters ze ongeldig.

Dit betekent natuurlijk niet dat radicaal rechts-populisten machteloos zijn. Ze beïnvloeden het publieke debat en het gedrag en de opvattingen van gevestigde partijen. Bovendien is de beperkte macht van deze partijen ook geen garantie voor de toekomst. In Oost-Europa krijgen gevreesde partijen sneller voet aan de grond, waarschijnlijk omdat liberale instituties daar onvoldoende krachtig zijn. In West-Europa zijn de fundamenten van de liberale democratie steviger.

Laten we bovendien niet vergeten dat de opkomst van radicaal rechts-populistische partijen ook positieve effecten heeft op het functioneren van de liberale democratie. Ideeën van burgers die zich buitengesloten voelden, komen nu op de politieke agenda. Dat stimuleert politieke betrokkenheid. Gevestigde partijen hoeven zich dus, wanneer het gaat om het functioneren van de liberale democratie, helemaal niet zoveel zorgen te maken.