Piketty is een vijand van links

De progressieven van vroeger hadden een optimistisch toekomstbeeld. Dat geldt niet voor Piketty – die lijkt niet te geloven in groei, schrijft Marco Visscher.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron.
Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

‘Een onversneden links verhaal’ en ‘de verlossende visie’ waarop linkse partijen sinds de crisis hadden gewacht: zo wordt het succes van Thomas Piketty’s boek over ongelijkheid verklaard (‘Een spoedcursus Capital’, nrc.next, 9 mei). Het klinkt aannemelijk, want er is iets mis als de rijken steeds rijker worden, terwijl steeds meer mensen hun werk verliezen. Maar in feite is er niets radicaals aan deze ‘nieuwe Marx’ en zijn klaagzang over ongelijkheid.

In Capital in the Twenty-First Century laat Piketty onder meer zien hoe de welvaart van de superrijken in de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog en opnieuw sinds de jaren zeventig steeds groter is geworden. Om die trend tegen te gaan, pleit hij voor meer belasting op hoge inkomens en vermogen. Daar doet Piketty 696 pagina’s over. Daarmee kwam hij op nummer één bij Amazon.

De onderliggende boodschap is problematisch. Die boodschap luidt dat deze tijd vraagt om gezamenlijke offers. Niet alleen de bijstandsmoeder in haar krappe flatje moet door het zuur, maar ook de topbankier in zijn riante villa. Daarmee voedt Piketty het sentiment dat we maar moeten aanvaarden dat het wel nooit veel beter zal worden dan dit en dat we onze ambities naar beneden moeten bijstellen. Er is dan ook brede acceptatie van zowel de noodzaak van bezuinigingen als het appèl tot matiging.

Dit alles staat haaks op wat de vroege bestrijders van ongelijkheid nastreefden. De gelijkheidsdenkers uit de zeventiende en achttiende eeuw keerden zich tegen de overheersing door de elite. Zij wilden gelijke rechten, zodat meer mensen in vrijheid zouden leven. Ook bepleitten ze uitbreiding van de welvaart, zodat een groter deel van de bevolking ervan kon profiteren. De oorspronkelijke strijd tegen ongelijkheid ging gepaard met een geloof in een hogere levensstandaard voor de massa.

Conservatieve aanval op ‘de rijken’

Piketty gelooft daar kennelijk niet zo in, in autonomie en voorspoed. Deze ‘redder van links’ heeft een diep pessimistische toekomstvisie, waarin geen plek is voor persoonlijke aspiraties, hoop op wezenlijke ontwikkeling of een nieuwe inrichting van samenleving of economie. In plaats daarvan levert hij slechts de data ter rechtvaardiging van de morele, conservatieve aanval op ‘de rijken’, die al jarenlang verhindert dat links een inspirerend verhaal brengt.

Waar het ooit ‘onversneden links’ was om voor meer welvaart te pleiten, moeten we volgens het moderne linkse gospel allemaal afzien. Het aloude verlangen naar materiële voorspoed – dat niet verwonderlijk nog leeft bij miljarden mensen – is opgegeven en wordt zelfs veroordeeld. Waar het ‘grote verhaal’ ooit ging over vrijheid als voorwaarde voor het volledig realiseren van het menselijk potentieel, gaat het bij de huidige progressieve partijen allemaal over regulering – niet alleen van de allerrijksten die met hogere belastingen moeten boeten voor hun wanstaltige rijkdom, maar ook van de armsten en de middenklasse, waar driften en dromen nodig aan banden moeten worden gelegd.

Misschien is links in de war geraakt doordat armoede al decennialang afneemt, zowel in rijke als arme landen. Ons besteedbare inkomen stijgt. We geven steeds minder uit aan basisbenodigdheden als eten, onderdak en kleding. We leven steeds langer. We zijn steeds gezonder. We werken steeds korter. We hebben toegang tot auto’s, mobiele telefoons en goedkope vliegreisjes. Zelfs voor de armsten is het leven van vandaag een luxe die voor de rijksten vijftig jaar geleden onvoorstelbaar zou zijn geweest.

Nieuwe gelijkheidspolitie

Wanneer links meent dat het zo wel mooi genoeg is geweest en dat dit niet een leven is dat door miljarden moet worden geambieerd, dan is er een serieus probleem met dat linkse verhaal. Wanneer niemand in het progressieve kamp een wenkbrauw optrekt bij de moedeloze reeks aan belastingen en betuttelingen, is er heel wat meer nodig dan een veel te dik boek met voornamelijk dorre statistieken om links te redden.

Hogere lasten zijn niet de oplossing. Toen de Franse president Hollande een inkomstenbelasting voorstelde van 75 procent voor de superrijken, leidde dat tot publieke dreigementen onder deze groep om het land te verlaten. Dat zou een ernstige verliespost betekenen, want de toplaag levert uiteraard ook de grootste bijdrage aan de staatskas.

Belangrijker nog is dat Piketty’s belastingplannen niets doen aan het mechanisme dat leidt tot groeiende ongelijkheid: het feit dat rendement op vermogen groter is dan de groeivoet van de economie. Zo hoeft het niet te zijn en zo is het ook niet altijd geweest, zoals Piketty in zijn grafieken laat zien. Iemand met een linkse agenda zou zich dan ook niet blindstaren op ongelijkheid, maar zou manieren moeten willen vinden om de groei te stimuleren.

Piketty vertelt ons niets nieuws. Hij is simpelweg het intellectuele uithangbord van de nieuwe gelijkheidspolitie, een burgerlijke top-downbeweging die geen greintje inspiratie biedt, waar Marx dat wél heeft gedaan. Het is tijd dat Piketty wordt ontmaskerd als vijand van een écht linkse agenda.