Opinie

Pestprogramma’s zijn toverstaftelevisie

Johnny en Quinten in ‘Project P: Stop het Pesten’.
Johnny en Quinten in ‘Project P: Stop het Pesten’.

Een van de vragen die een rechter moet beantwoorden bij de beoordeling van opnamen met een verborgen camera voor het programma Project P: Stop het Pesten (RTL5) is of de betreffende misstand maatschappelijk belang heeft én niet op een andere manier had kunnen worden aangetoond.

Vooral dat laatste is dubieus. Maar er zijn ook andere dan ethische bezwaren tegen het met een knoopsgatcamera filmen van pestkoppen door het slachtoffer. Het levert nogal onduidelijke beelden op, zeker als omwille van de privacybescherming stemmen vervormd en gezichten geblurd moeten worden.

Gisteren zagen we presentator Johnny de Mol in de bres springen voor Quinten (13) uit Goes. Het pesten vond in dit geval niet op school plaats, maar bij de voetbalclub. Naast de verborgen camera van het slachtoffer stond er ook nog een op het veld, zodat we zien hoe Quinten aan zijn benen over het veld wordt gesleept, omdat zijn teamgenoten hem te druk vinden. Het is ongeveer het enige beeld dat duidelijk laat zien wat er gebeurt.

Verder is Project P toverstaftelevisie van het gebruikelijke soort. BN’er schiet slachtoffer te hulp, betrekt er nog een BN’er bij (in dit geval ex-voetballer John de Wolf), zwaait met zijn audiovisuele toverstaf en alles wat slecht en lelijk is keert zich miraculeus ten goede.

Pesten is slecht, maar waarom doen mensen dat? Het lijkt een tribale aangelegenheid, die zich vooral voordoet bij daders die zichzelf versmaad voelen en daarom naar beneden trappen. Dat los je niet op met een confrontatie en een preek.

Grappig genoeg werd die tribale uitsluiting gisteren ook zichtbaar in het gedrag van Johnny de Mol. Bij het betreden van Quintens slaapkamertje zei hij pesterig: „Wat heb jij een lelijk behang, zeg!” Dat wemelde namelijk van de logo’s van Feyenoord, waar De Mol zijn arm met Ajax-tatoeage tegen ophief.

Toch nam hij Quinten mee naar Rotterdam om een training bij te wonen van het team dat Amsterdammers geacht worden te haten. Wat dat bezoekje met het pestverhaal te maken had, werd me niet erg duidelijk. Wel dat Ajacied Johnny de Mol bereid is heel ver te gaan, om kinderen te helpen. Of heel misschien wel om te laten zien hoe kinderachtig uitsluitingsprocessen zijn, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk.

Eigenlijk gaat Toren C (VPRO) ook vaak over uitsluiting en vernedering. De viezigheid op de werkvloer neemt een voorname rol in bij de kantoorsatire van Margôt Ros en Maike Meijer, maar de laatste aflevering van het seizoen was voornamelijk gewijd aan intense menshouderij in het laatkapitalisme.

Alles draait om geld, geld en nog meer geld. Met een megafoon voor de mond ontslaat Ros een grote groep werknemers: „Dat betekent niet dat er voor jullie geen werk meer is, maar alleen dat dat werk hier niet is. Er is voor jullie allemaal een doos om je spullen in mee naar huis te nemen. Die kost 3 euro en dat mag je zo bij mij afrekenen.”

Na regen komt zonneschijn, zeggen de pestmeiden in de lift tegen de schlemiel, gespeeld door de regisseur Albert Jan van Rees. Dat wordt wel betalen, voor dit psychologisch advies, pannekoek!