Partijchagrijn

In een prettig leesbaar boek doet parlementair verslaggever Thijs Niemantsverdriet verslag van drie decennia PvdA-leiders en partijgeschiedenis. Hij beschrijft rustig de geweldige verkiezingsnederlagen en bijna even geweldige overwinningen en zegt alleen tot besluit iets over de vraag waarom er telkens zo veel drama is. De vechtpartij begint op de dag dat Wim Kok Joop den Uyl opvolgde. Dat is een goed gekozen moment. Met Den Uyl nam de laatste leider afscheid die zelf echt werkte aan de partij-ideologie; het boek reconstrueert de wording van de beroemde rede waarmee Wim Kok in 1995 ideologische veren afschudde – en bevat zelfs een foto van een pagina van de rede met zijn correcties.

Met Den Uyl verdween ook de laatste leider die uit de partij zelf voortkwam. Ad Melkert, voor wie dat daarna nog gold, was als leider een eendagsvlieg. Als apparatsjik kwam hij boven drijven. De andere partijleiders staan ‘onthecht’ tegenover de partij, zegt Niemantsverdriet. Ze kwamen ook niet uit de partij voort en werden niet als partijmensen waargenomen. Meer dan partijfiguur bleef Samsom Greenpeaceman, Cohen beroepsbestuurder, Bos verantwoordelijk financier en Kok vakbondsman.

Doordat ze in zekere zin van buiten kwamen, konden ze een frisse wind doen waaien en (electoraal) enthousiasme losmaken. Maar hun krediet werd er wel erg wankel door. In de tijd van Drees en Den Uyl vertrouwden de leden de leider omdat hij al decennia ‘een van ons’ was. Dat is voorbij, premier Kok werd allengs al minder als een echte sociaal-democraat ervaren, en voor zijn opvolgers was dat zelfs vanaf het begin maar de vraag.

Is er nog hoop voor de PvdA?

Waarom werden zij dan toch leider? Hier wreekt zich dat het boek de drie factoren partij, leider en kiezers niet systematisch uit elkaar houdt. Het gaat regelmatig over vertrouwen en betrouwbaarheid, maar vertrouwen van wie? Niemantsverdriet betoogt dat de persoon van de leider van veel belang is voor ‘de miraculeuze herrijzenissen’ van de partij, lees: electoraal succes. Keuze en klaarstomen van de leider gebeuren via partij en partijvoorzitter, maar hoe de interactie is tussen de houding en het chagrijn van de partij en de pieken en dalen in de kiezersgunst, blijft onduidelijk, evenals wat er zou moeten gebeuren.

Is er eigenlijk nog wel hoop voor de partij? De poging indertijd van Felix Rottenberg om een discussiepartij te organiseren, liep ten slotte stuk op de ambitie van de leiders die wilden besturen en daarom rust verlangden. Misschien liggen er kansen bij de ministers. De PvdA-leiding wil besturen, laat de bestuurders dan meer spreken. Geen schrille of pompeuze vergezichten, maar een concreet en persoonlijk verhaal over wat hen beweegt, waarom ze doen wat ze doen en hoe dat volgens hen past in de smalle marge van democratische politiek.